De kellner en de levenden – Simon Vestdijk

Al een tijdje had ik het voornemen om weer eens iets van Simon Vestdijk te lezen, omdat ik De koperen tuin als tiener mooi vond. Dus toen Sue vroeg wie er zin had om tegelijk met haar De kellner en de levenden uit 1949 te lezen, besloot ik om mee te doen.

Na een paar bladzijden ben ik al totaal de kluts kwijt. Ik ben moe en het duizelt me van de personages, de lange zinnen en de moeilijke woorden. De volgende dag begin ik opnieuw, maar dan aandachtiger.

Laat in de avond staan twee agenten bij een flatgebouw. Twaalf bewoners worden gesommeerd om mee te komen en in een bus te stappen. Verder lezen

De moeder van Ikabod & andere verhalen – Maarten ’t Hart

In 2018 won Maarten ’t Hart de Biesheuvelprijs met zijn verhalenbundel De moeder van Ikabod. Ik had echter net Magdalena gelezen, waarin ’t Hart in herhaling valt en te veel blijft zeuren over wat er allemaal niet klopt aan de bijbel en het christelijk geloof. Daardoor bleven de verhalen in de kast staan. Terwijl ik wachtte op de nieuwe winnaar van de Biesheuvelprijs, las ik ze alsnog.

Verder lezen

De Maskilim – Menno Haaijman

Jaren geleden ontmoette ik Menno Haaijman. Hij zat aan een tafel met allemaal mensen die aan zijn lippen hingen. Hij vertelde vol overtuiging wat anekdotes uit zijn eigen leven. Later hoorde ik dat hij ooit alles had verkocht wat hij had en het geld weggaf, om vervolgens helemaal opnieuw te beginnen. Dit staat immers letterlijk zo in de bijbel. Toen ik hoorde dat deze intrigerende man een roman had geschreven, wilde ik die natuurlijk lezen. Tien jaar later besloot ik om het nog eens te lezen. Zou ik het weer zo geweldig vinden?

Het boek begint met een heftige scène: de chassidische jood Jacob Klein wordt verleid tot seks met een leerling. Hij belandt in de gevangenis, waar hij uit zelfverdediging een paar mannen doodt. Dertig jaar lang brengt hij door in eenzame opsluiting. Zijn enige gezelschap is een bijbel (juist, inclusief het nieuwe testament), die hij vooral bestudeert op voorspellingen over de toekomst. Klein was namelijk behalve schooldirecteur ook professor in de eschatologie: de leer der laatste dingen.

Verder lezen

De stilte van Thé – Marie de Meister

In 1941 schrijft Thé voor het eerst een brief aan haar zus Magda, die is ingetreden in een klooster. Twee bladzijden later springt het verhaal naar een non in 1994, waar Sophie Keller een reportage over maakt. Wat de band is tussen Sophie en Thé ontdek ik pas een heel stuk verderop in het boek. Marie de Meister zet eerst een aantal verhaallijnen uit, met flashbacks naar Sophies jeugd in een pleeggezin, haar studententijd en het recente verleden met haar vriend Baauwe. Dat zijn dus in totaal vijf tijdstippen! Het is maar goed dat ik meteen een bladzijde of 70 lees, zodat ik de opzet ongeveer door heb.

Verder lezen

Hoor nu mijn stem – Franca Treur

Franca Treur werd bekend met haar debuut Een dorsvloer vol confetti, geïnspireerd op haar jeugd in een zwaar reformatorisch gezin. In haar derde roman Hoor nu mijn stem keert ze terug naar dit thema.

Hoofdpersoon Gina werkt als presentator bij de radio en is al lang geen refo meer. Haar relatie gaat uit en haar baan staat op de tocht. Ze overziet haar leven en denkt terug aan vroeger. De hoofdstukken wisselen af tussen Gina in het nu en Ina die opgroeit in een beschermde reformatorische omgeving in Zeeland.

Verder lezen

Een hemel zonder schroeven – Marieke van Meijeren

In 2065 begraaft Maria haar man Aron. Ze vindt het een heel naar idee dat hij nu onder de koude aarde ligt. Haar zoon Seth, die normaal in Oeganda woont, logeert bij haar. Maar hij is vaak op stap, onder andere om een plek in een verzorgingstehuis te vinden voor zijn moeder. Maria ziet dat niet zitten, want dan kan ze haar twee katten niet meenemen.

Maria’s gedachten zijn vaak warrig en Marieke van Meijeren geeft dat op een poëtische manier weer. In het begin kost het me daarom moeite om in het verhaal te komen, ook omdat er veel flashbacks naar vroeger zijn. Die gaan met name over de tijd dat Seth een peuter was en Maria gedwongen werd opgenomen op een psychiatrische afdeling. Ze was depressief doordat ze in Afrika in een oorlogsgebied had geleefd. Maar dat haar kind tijdelijk door anderen werd verzorgd, leverde ook een trauma op.

Verder lezen

De trooster – Esther Gerritsen

Jacob leeft als conciërge samen met de broeders in een klooster. Hij doet allerlei klusjes en onderhoudt de tuin. Het klooster ontvangt veel gasten, waaronder op een dag Henry Loman. Hij spreekt Jacob aan, omdat hij iets te vroeg is gearriveerd. Meestal ontvangt gastenbroeder Andreas de mensen, maar Jacob weet de weg ook en brengt Henry naar zijn kamer. Bij het avondeten blijkt uit het gesprek van de broeders dat Henry Loman een bekend politicus is, die onlangs is afgetreden.

Esther Gerritsen weet me meteen te raken met haar mooie zinnen, waarin Jacob zijn leven beschrijft en worstelt met zijn geloof: Verder lezen

De avond is ongemak – Marieke Lucas Rijneveld

Marieke Rijneveld (toen nog zonder Lucas) werd al een beetje bekend met haar gedichtenbundel Kalfsvlies. Haar poëzie heeft lange regels en het spreekt mij niet zo aan, maar haar roman trekt me wel, misschien omdat ze aansluit in een lange rij ex-gereformeerden. Het geloof speelt een rol in haar eerste roman De avond is ongemak die autobiografisch getint is. Marieke verloor haar broer toen ze drie jaar was. Hoofdpersoon Jas maakt het overlijden van haar oudste broer veel bewuster mee. Ze mist hem enorm, maar kan dit aan niemand kwijt. Vader en moeder verbieden Obbe, Jas en Hanna om het over Matthies te hebben. Er wordt sowieso erg weinig gepraat.

We groeien op met het Woord, maar de woorden ontbreken steeds vaker in de boerderij.

Verder lezen