Bo woont samen met zijn hond Sixten dicht bij het bos. Zijn vrouw Fredrika is opgenomen in een verzorgingshuis, vanwege dementie. Hij mist haar enorm, maar gaat niet graag bij haar op bezoek, omdat ze hem helemaal niet meer herkent. Ze reageert boos als hij haar wil aanraken. Bo’s eigen lichaam is ook niet meer zoals hij het gewend was. Daarom komt de thuiszorg een paar keer per dag, om hem te wassen en eten voor hem klaar te maken. Ook Hans, de zoon van Bo, komt regelmatig langs.

Bo vindt het ontzettend irritant dat Hans van alles voor hem bepaalt. Zo ruilt hij de oude keukenbank in voor een verstelbaar ziekenhuisbed. Het ergste is dat Hans vindt dat Bo niet meer goed voor de hond kan zorgen. Hij wil dat Sixten bij een gezin gaat wonen. Ook kleindochter Ellinor denkt dat dat beter is. Sixten ligt altijd bij Bo, die weet hoe hij hem het beste kan aaien. Soms gaat hij nog met Sixten naar buiten, maar dat loopt een paar keer niet goed af: op een dag struikelt Bo en een andere keer rent Sixten hard weg en komt niet meer terug. Pas later op de dag wordt hij gevonden en een buurvrouw haalt de hond op, zo ver is hij weggelopen.
Het is ontzettend knap hoe Lisa Ridzén zich heeft ingeleefd in deze bejaarde man. Ik weet niet hoe ze het heeft gedaan, maar ik vind het helemaal geloofwaardig. Bo denkt van alles, maar hij heeft moeite om dat ook te uiten. Praten gaat ook lastiger, omdat hij telkens slijm in zijn keel heeft. Het is een beetje goor om te lezen over het gerochel, maar het past er helemaal bij, net als hoe zijn spieren niet doen wat hij wil.
Bo denkt veel terug aan vroeger: aan zijn jeugd met een lieve moeder en strenge vader, aan zijn werk bij de houtzagerij, aan hoe hij Fredrika leerde kennen en Hans werd geboren, en aan de zomervakanties met zijn beste vriend Ture. Die laatste belt hij nog regelmatig. Op een gegeven moment spreken ze naar elkaar uit hoe lastig het is om fysiek af te takelen en steeds minder zelf de regie over je leven te hebben.
Ik vind het heel mooi hoe liefdevol de thuiszorg en zoon Hans samen voor Bo zorgen. Bo heeft totaal geen begrip voor Hans en vindt hem maar een bemoeial. Pas tegen het einde van het boek begint hij in te zien dat Hans echt bezorgd is om hem. Hij neemt zich voor om zijn waardering uit te spreken. Bo beseft dat hij op zijn vader lijkt, die ook zo zwijgzaam was. Alleen de lezer weet wat er echt in Bo omgaat.
Maar mijn rochelende woorden komen niet meer bij anderen aan. Ze vallen als dode vogels uit de lucht en komen neer op een plek waar niemand naartoe gaat.
De kraanvogels vliegen naar het zuiden is prachtig geschreven en goed vertaald door Geri de Boer. Het einde is ronduit ontroerend. Ik raad het iedereen aan om dit te lezen.
Lees ook wat Alek over dit boek schreef.
Fraaie recensie!
LikeLike