Soms word je wakker en weet je meteen dat er iets niet goed is. Je weet niet hoe je het weet, maar je weet het, zo zeker als de zon die door je raam naar binnen schijnt.
Abel wordt later wakker dan anders, doordat het zo stil is buiten. Er is een uitgaansverbod, omdat de noorderlingen dreigen met bommen. Maar hij krijgt de schrik van zijn leven als hij een hert ziet liggen in het bed van zijn ouders, dat praat met de stem van zijn moeder… Als Abel later naar buiten gaat, ziet hij geen mens op straat. Er lopen wel allerlei dieren rond, van een konijntje tot een enorme beer. Zijn vader is in een hond veranderd. Alleen Abel zelf is nog een gewone jongen. De eerste dag kunnen de dieren nog praten, maar die vaardigheid verliezen ze al snel.




