October is een meisje van tien jaar, dat met haar vader in het bos woont. Ze verwarmen het huis met een houtkachel en het grootste deel van hun voedsel verbouwen ze zelf. October gaat niet naar school, maar leert allerlei praktische vaardigheden van haar vader, waaronder ook lezen, schrijven en rekenen. Haar moeder vond het leven in het bos te zwaar en is terug naar de stad verhuisd toen October vier jaar was. Ze schrijft regelmatig brieven, die October nooit beantwoordt.

Het mooiste van dit boek vind ik het gedeelte waarin October een baby-uil vindt. Haar vader zegt dat ze het uiltje niet moet aanraken, omdat er misschien nog een volwassen uil komt om voedsel te brengen. October denkt dat dat niet zal gebeuren en haalt het uiltje stiekem toch op en verstopt het in haar hut. De vader ontdekt dat al gauw en zegt dat ze er nu ook goed voor moet zorgen, dus ze gaan naar de dierenwinkel om ingevroren muizen te kopen. Voor October is zo’n bezoek aan een winkel overweldigend, door alle prikkels waar ze niet aan gewend is. Het kost veel moeite om het uiltje te laten eten: de eerste dagen houdt ze haar snavel stijf dicht. Maar uiteindelijk lukt het toch om haar te laten eten en groeien.
Verder lezen






