Bo woont samen met zijn hond Sixten dicht bij het bos. Zijn vrouw Fredrika is opgenomen in een verzorgingshuis, vanwege dementie. Hij mist haar enorm, maar gaat niet graag bij haar op bezoek, omdat ze hem helemaal niet meer herkent. Ze reageert boos als hij haar wil aanraken. Bo’s eigen lichaam is ook niet meer zoals hij het gewend was. Daarom komt de thuiszorg een paar keer per dag, om hem te wassen en eten voor hem klaar te maken. Ook Hans, de zoon van Bo, komt regelmatig langs.

Bo vindt het ontzettend irritant dat Hans van alles voor hem bepaalt. Zo ruilt hij de oude keukenbank in voor een verstelbaar ziekenhuisbed. Het ergste is dat Hans vindt dat Bo niet meer goed voor de hond kan zorgen. Hij wil dat Sixten bij een gezin gaat wonen. Ook kleindochter Ellinor denkt dat dat beter is. Sixten ligt altijd bij Bo, die weet hoe hij hem het beste kan aaien. Soms gaat hij nog met Sixten naar buiten, maar dat loopt een paar keer niet goed af: op een dag struikelt Bo en een andere keer rent Sixten hard weg en komt niet meer terug. Pas later op de dag wordt hij gevonden en een buurvrouw haalt de hond op, zo ver is hij weggelopen.
Verder lezen




