Dit verhaal speelt zich af in de prehistorie. Er zijn weinig historische romans die zo ver teruggaan in de tijd en ik vind het altijd knap als een schrijver zich er toch aan waagt. De enige bronnen die we hebben over die tijd worden gevormd door archeologische vondsten. Er is dus een behoorlijke dosis fantasie nodig om er een verhaal van te maken, terwijl je tegelijkertijd wil dat het wel klopt met wat er bekend is. Jean Auel heeft zich er vast grondig in verdiept, want ze vertelt er erg gedetailleerd over, zonder dat de vaart uit het verhaal wordt gehaald.
De stam van de holenbeer begint met een aardbeving. De hoofdpersoon is een meisje van vijf jaar, dat door deze natuurramp haar moeder verliest en alleen ronddwaalt. Het zal niet de eerste keer zijn dat ze op het nippertje aan de dood ontsnapt. Ze gevonden door een groep Neanderthalers (al worden ze in het boek niet expliciet zo genoemd). Medicijnvrouw Iza verzorgt de wonden van het meisje en wil haar meenemen. Met name de mannen van de stam hebben daar hun twijfels over, want dit meisje is geboren bij de Anderen, maar ze geven toe. Zo wordt Ayla opgenomen in de Stam van de Holenbeer.
Verder lezen



