Het lied van de goden – Reggie Baay

Bij sommige boeken kan je de achterflaptekst beter niet lezen, maar bij Het lied van de goden helpt het me om te weten wie de vertellers zijn. Het boek bestaat uit brieven van twee mensen, maar niet aan elkaar. Hun paden zullen elkaar wel kruisen. De ene brievenserie is geschreven in Amsterdam in 1756 door Flora van Makassar, die als slavin naar Nederland kwam. Ze vertelt haar heftige levensverhaal aan haar dochter. De andere brieven zijn van Joachim van der Elst aan zijn zoon, die in Oost-Indië werkt voor de VOC.

In het begin kost het me moeite om in het verhaal te komen. Flora begint met een poëtisch betoog over taal. Zij schrijft immers in het Nederlands, dat niet haar moedertaal is. Na een paar bladzijden wordt al overgeschakeld naar Van der Elst. Die vind ik al meteen arrogant en hypocriet. Hij behoort tot de gegoede burgerij en wil graag hogerop komen. Daarvoor is geld nodig, wat hij wil verdienen met handelen via de VOC. Van der Elst en zijn vrouw hopen dat hun zoon een goede vrouw (met lichte huid) vindt daar in het Oosten. Dat lijkt mij moeilijk, want er gingen veel meer Nederlandse mannen dan vrouwen naartoe. Verder vraag ik mij af hoe realistisch het is dat zo’n trotse man zijn zorgen aan zijn zoon toevertrouwt. Het enige wat ik kan bedenken is dat hij dit doet omdat de zoon ver weg zit en de brief maanden onderweg zal zijn.

Verder lezen

Barsten – Marlies Allewijn

Het is 1967 en Sari is zeventien jaar. Ze woont in een dorp aan de Zeeuwse kust. Haar ouders zijn erg streng, met name haar vader. Gelukkig is die door de week uit vissen. Marlies Allewijn beschrijft goed hoe beklemmend de sfeer is. Als Sari bijvoorbeeld een keer een ijsje gaat eten met een jongen uit het dorp, dan krijgt ze thuis meteen een preek, want natuurlijk heeft iemand ze gezien en dat doorgebrieft aan haar ouders. Sari’s zus Els is inmiddels getrouwd. Zij voldoet wel aan het ideale plaatje. Sari mocht naar de mulo, maar daarna moest ze gaan werken in het havenkantoor. Daar is genoeg te doen, want er komen steeds meer toeristen met de veerboot naar het dorp.

Op een zomerse dag staat er een jongen aan Sari’s balie in het havenkantoor. Hij vraagt de weg en Sari flapt eruit dat ze wel even mee zal lopen, want ze moet toch die kant op. Meteen heeft ze spijt, want stel dat haar ouders te weten komen dat ze met een vreemde jongen op straat loopt? De jongen, die Pieter heet, haalt haar over. Hij is heel anders dan Sari gewend is: zo uitbundig en totaal niet gevoelig voor wat ‘hoort’. Later komen ze elkaar nog eens tegen en in de twee resterende weken van Pieters vakantie zien ze elkaar elke dag.

Ik had vast ooit gelezen waar het boek verder over gaat, maar vond het prettig dat ik dat niet meer wist toen ik het begon te lezen. Om je een goed beeld te geven, ga ik hierna wel wat verklappen.

Verder lezen

Langste. Kerst. OOIT. – Lisette Jonkman

Een spiksplinternieuw boek van Lisette Jonkman, daar heb ik zin in! Van haar vorige negen romans heb ik gesmuld en toch heb ik er geen één in de kast staan, dus ik besluit mijzelf te trakteren op nummer tien. En ook al lees ik dit eind oktober terwijl iedereen nog in zomerjas loopt, ik ben meteen in kerstsferen met deze pageturner.

Noëlle is jarig op Eerste Kerstdag en ze heeft de traditie om elk jaar een etentje te geven voor haar familie en haar beste vriendin. Haar dertigste verjaardag moet helemaal perfect worden, met de juiste aankleding van haar bescheiden woonkamer en het heerlijkste eten. Ze is al tijden bezig met de voorbereidingen en als de wekker dan eindelijk gaat op de grote dag, kan ze zich helemaal vinden in het liedje dat uit de radio klinkt: Why couldn’t it be Christmas every day?

Verder lezen

Bast – Lucas de Waard

Op de dag dat Gwen een man doodt met haar bijltje, verandert alles. Tot dan woont ze samen met Mads in het lila huis, diep in de bossen. Andere mensen zijn er niet meer. Mads vertelt weleens over de tijd dat die er nog wel waren. Hij woonde in een dorp met blauwe huizen en Gwen was zijn achterbuurmeisje. Op een dag kwamen de barbaren. Mads wist dat dat zou gebeuren en hij had geprobeerd ervoor te waarschuwen, maar niemand wilde naar hem luisteren. Doordat hij op zijn hoede was, lukte het hem om te vluchten. Toevallig kwam hij Gwen tegen, die toen vier jaar was, en hij had haar gered.

Bast begint met Gwen die de man doodt, waardoor het meteen spannend wordt. Deze scène komt halverwege het boek terug. Eerst springt het verhaal terug in de tijd en wordt het leven van Gwen en Mads beschreven. Alles wat Gwen weet en kan, heeft ze van Mads geleerd, waaronder precies haar doel raken met haar tomahawk. Het jagen op dieren is nodig om te overleven. Gwen kan ook lezen en schrijven, al is er maar één boek in huis: een woordenboek. Ik vind het boeiend om te lezen hoe de twee samen leven. Ze hebben filosofische gesprekken en stukje bij beetje kom je als lezer te weten hoe hun leven was en is.

Verder lezen

Huisje 13 – Elin Meijnen

Ronja is veertien en woont in een houten huisje op het vakantiepark van haar ouders, met een moestuin erbij. Dat klinkt misschien spannend, maar in de winter is het ijskoud en het huisje heeft dan geen stromend water. Bovendien is er geen internet, want het park is stralingsvrij. Af en toe kan het knap lastig zijn dat Ronja geen e-mails kan ontvangen, bijvoorbeeld als er een roosterwijziging op de website van de school staat. Ze krijgt wel geld van haar ouders om eten te kopen, maar dat is geen vetpot.

Huisje 13 begint in april, als de kou voorbij is en de groenten in de moestuin goed beginnen te groeien. Hoe Ronja in deze situatie verzeild is geraakt, wordt duidelijk via hoofdstukken met terugblikken. Ronja’s moeder was altijd bezig met haar werk. Ze had meer aandacht voor de mensen die haar opbelden dan voor haar dochter. Tot ze het haar te veel werd. Ze ontdekte dat ze gevoelig was voor straling en de mobiele telefoon moest weg. Met stiefvader Ramses kocht ze het vakantiepark. Ronja moest naar een andere school, op een uur fietsen afstand. Een paar maanden later gebeurde er iets waardoor haar overgevoelige moeder liever had dat Ronja niet meer in het beheerdershuis woonde, maar haar eigen plek kreeg.

Verder lezen

Passagiers/achterblijvers – Thomas Heerma van Voss

Binnenkort is het Crossing Borderfestival, waar zowel schrijvers als muziek te beluisteren zijn. Mijn kaartje ligt klaar. Ter voorbereiding lees ik een paar boeken die daar besproken zullen worden, waaronder het nieuwste boek van Thomas Heerma van Voss. Dat begint met een roze vriendenboekje. Een man vindt dat boekje in de gemeenschappelijke brievenbus van zijn flatgebouw, kan zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en neemt het mee. Ook ik ben nieuwsgierig en zit al snel in het verhaal, dat zo is opgebouwd dat ik steeds door wil blijven lezen. Dit gebeurt bij alle zes de verhalen van deze bundel.

Het tweede verhaal is met dertig bladzijden wat langer, maar ook hier blijf ik geboeid. Het gaat over een man die voor zijn werk naar Amerika reist en daar een oude vriend opzoekt. Die reageert enthousiast en neemt zijn vriend op sleeptouw door de stad. Maar het weerzien is ook ongemakkelijk. Pas tegen het einde blijkt waarom.

Verder lezen

Films die nergens draaien – Yorick Goldewijk

Cato is twaalf jaar en een buitenbeentje. Ze doet dingen graag een beetje anders dan de rest. Zo draagt ze altijd twee verschillende sokken. En ze bekijkt de wereld om zich heen anders dan anderen.

Ze had zich geoefend in ‘omgekeerd kijken’, zoals ze het zelf noemde. Niet kijken naar dingen waar je aandacht automatisch naartoe trekt, maar juist nét ernaast. Daar vond ze een hele wereld, verstopt in het volle zicht.

Thuis heeft Cato het niet zo gezellig. Haar moeder is overleden toen Cato geboren werd. Haar vader staart de hele dag naar buiten of naar de televisie. Cato heeft wel geprobeerd om met hem te praten, maar het lukt niet om tot hem door te dringen. Dat ze nog weleens een warme maaltijd voorgeschoteld krijgt, is te danken aan buurvrouw Cornelia. Maar die bemoeit zich ook met allerlei zaken waar ze niks mee te maken heeft, zoals de chaos op Cato’s kamer.

Verder lezen

Zwarte schuur – Oek de Jong

Het huwelijk van kunstschilder Maris Coppoolse en zijn vrouw Fran loopt niet zo lekker. Bij een grote overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum heeft zij deze keer amper meegeholpen met de selectie van de stukken. De tentoonstelling trekt veel belangstelling. Een bekend weekblad schrijft er een artikel over. Maar als dat uitkomt, blijkt het vooral te gaan over een ingrijpende gebeurtenis uit de jeugd van Maris, waarbij een buurmeisje om het leven is gekomen in een afgelegen schuur.

In het begin van Zwarte schuur wordt de spanning enorm opgebouwd: wat is er precies gebeurd in die schuur in het geboortedorp van Maris op Walcheren? De eerste ongeveer honderd bladzijden zijn daardoor geweldig om te lezen. Dan is wel duidelijk wat Maris toen is overkomen, maar we zitten pas op een kwart van het boek. De enige vraag die dan nog overblijft is: zal het huwelijk van Maris en Fran ten einde lopen of gaan ze elkaar weer vinden?

Verder lezen

Zeb. – Gideon Samson

Zeb. is een surrealistisch mozaïekverhaal. In elk hoofdstuk ligt het perspectief bij een ander kind uit de klas van juf Cato. Het begint met de nieuwste leerling, die Ariane heet, maar er staat Zeb. op het briefje van juf Cato. Het maffe is dat Ariane een zebra is.

Elk hoofdstuk is een verhaaltje op zich, maar personages uit vorige en volgende hoofdstukken komen voor in bijrollen. Ozzie gaat naar de grappenwinkel om een grapje te kopen voor een meisje dat hij leuk vindt. Ik zie het helemaal voor me. De tekeningen van Joren Joshua passen goed bij de bijzondere sfeer van het boek.

Verder lezen

Onheilsdochter – Jean-Claude van Rijckeghem

Yrsa is een Vikingsdochter. Ze woont in een dorp met vijf huizen: Mimirs Krukje, genoemd naar de enorme steen waar volgens de overlevering een reus op uitrustte. Yrsa’s vader is de stuurman. Haar moeder is overleden en ze woont met haar stiefmoeder, broertjes en oma. In de andere huizen wonen haar ooms en neven. Op één van die neven, Nokki, is Yrsa stiekem verliefd. Ze zoenen weleens bij het boothuis. Maar oma Gudrun wil haar liever uithuwelijken aan een rijke jongen.

In het begin van Onheilsdochter is het opletten geblazen, want er worden veel namen genoemd. Jean-Claude van Rijckeghem beschrijft hoe de wereld van Yrsa eruitziet, klinkt, ruikt en voelt.

Verder lezen