The salt path – Raynor Winn

Raynor Winn en haar man Moth raken in korte tijd alles kwijt wat ze hebben, door een financiële tegenvaller. Bovendien krijgen ze te horen dat de pijnen die Moth al een tijdje heeft veroorzaakt worden door een progressieve ziekte. Ze besluiten om weg te gaan uit Wales, om het South West Coast Path in Engeland te gaan lopen. Het lijkt een hopeloze onderneming: twee dakloze vijftigers die van hoogstens 48 pond per week moeten leven, waarbij de ene ’s ochtends amper zijn bed uit kan komen vanwege stijfheid en pijn. Toch kopen ze van hun laatste ponden een tweedehands tent en goedkope slaapzakken.

Omdat ze zo weinig geld hebben, moeten ze wild kamperen. Dat gaat niet altijd goed. Het boek begint met een proloog waarin ze de zee verkeerd hebben ingeschat en midden in de nacht omringd blijken door het water. Ze proppen snel wat dingen in hun rugzak, tillen de tent op en lopen door het water naar een droog stuk land. Dit zet de toon voor hun hachelijke avontuur. Verder lezen

Welkom in het rijk der zieken – Hanna Bervoets

Iedereen is weleens ziek: een verkoudheid of griep in de winter, een keer iets verkeerds gegeten, hoofdpijn. Je brengt een paar dagen in bed door, slaapt veel en een boek en een tv-serie verder voel je je krachten toenemen en kan je weer verder met je leven. Maar terwijl je zo ziek in bed ligt, vraag je je soms af of het wel echt over zal gaan. Je voelt je zo beroerd… wat als dit zo blijft?

Stel dat je Clay zou zijn. Op de dag van de diagnose ben je nog opgelucht. Je hebt Q-koorts opgelopen tijdens een bezoek aan de kinderboerderij. Je klachten komen door een bacterie. Je stelt je dus niet aan! Een deel van de patiënten herstelt echter niet en daar ben je er eentje van. De vermoeidheid blijft. Je raakt je vriendin en je vrienden kwijt, want je kunt weinig meer. Als je opstaat, voelt het alsof je niet hebt geslapen. Verder lezen

Tot waar we kijken kunnen – Inge van der Krabben

Tot waar we kijken kunnen gaat over Janne en haar moeder Dina, in de periode dat Janne overspannen raakt en Dina kanker blijkt te hebben. Maar Inge van der Krabben begint te vertellen ‘in medias res’, dus je valt als lezer meteen in het verhaal. Dat zorgt ervoor dat ik nieuwsgierig word en 80 bladzijden achter elkaar verslind. Drie dagen later is het boek uit.

Jannes moeder is geen prater, maar ze onderneemt graag dingen en heeft altijd haar woordje klaar. Verder lezen

De vorm van geluid – Gregor Verwijmeren

Mensen maken steeds meer geluid. Tegelijkertijd lijden steeds meer mensen aan lawaai. Vaak is dat geluid van buiten, maar het kan ook iets zijn wat in je eigen oren lijkt te klinken: tinnitus, afgekort als T. Het kan een fluittoon zijn, een ruis, iets dat pulseert of zelfs hele muziekstukken. Vaak gaat T gepaard met overgevoeligheid voor geluiden: H, hyperacusis. Gregor Verwijmeren heeft zijn eigen ervaringen met deze soms helse aandoening omgezet in prachtige literatuur. De vorm van geluid is sterk autobiografisch.

Veel T-lijders hebben een beroep of hobby die met muziek te maken heeft. Gregor studeerde ooit aan het conservatorium. Daar werkt hij nu als muziekcatalogiseerder. Als de T hem overvalt, staat zijn hele leven op zijn kop. Hij kan zelfs niet meer slapen van de herrie in zijn oren. Hoe zal hij ooit nog zijn werk goed kunnen doen? En hoe moet hij verder met zijn gezin als hij de huiselijke geluiden niet meer kan verdragen? Lezen en schrijven lukt al helemaal niet meer. Verder lezen

De lichtstraat – Fleur Bourgonje

In De beste 100 gedichten voor de VSB poëzieprijs 2012 kwam ik een gedicht van Fleur Bourgonje tegen dat me erg aansprak. Het heet Bloedafname en begint zo:

Kijk hier staan ze in de rij met hun bloed.
Ze willen het niet kwijt maar
het moet bekeken, uitvergroot, verdeeld
in slecht en goed, overdaad
aan wit of armoe rood. Bezinking
wordt gemeten.

(…)

Verder lezen

Lalagè leest ook poëzie

Poëzie blijft lastig, schreef ik al eerder. En toch blijf ik het proberen, omdat ik ook een paar keer fantastische gedichten heb gelezen en dat wil ik weer. Soms lees ik een gedichtenbundel, of een halve. Zo las ik de afgelopen tijd:

  • De volgende scan duurt vijf minuten – Lieke Marsman
  • Hoe ik een bos begon in mijn badkamer – Maartje Smits (met foto’s erbij)
  • de helft van Hier kijken we naar – Hannah van Wieringen
  • De herinneringen zien mij – Tomas Tranströmer

Erover bloggen is lastig, maar in het kader van Sandra’s poëzieweek krijgen jullie dit artikel voorgeschoteld. Verder lezen

Gerbrand Bakker en Peter Zantingh over vaders en zonen

In de vakantie kies ik vaak voor schrijvers waar ik al eerder mooie boeken van las. Daarom zette ik deze zomer Perenbomen bloeien wit van Gerbrand Bakker op mijn e-reader. In het begin vraag ik me af waarom de zinnen zo kort en eenvoudig zijn; het blijkt een jeugdboek (later lees ik op de blog van Jannie dat het iets genuanceerder ligt). Dat had ik niet verwacht en ik moet er even aan wennen, maar op zich is het geen probleem.

Het gaat over een gezin met een vader en drie zonen. De moeder is ooit weggelopen en ze weten alleen dat ze in Italië zit, doordat ze van daaruit verjaardagskaarten stuurt. Op een dag krijgen de jongens met hun vader een auto-ongeluk, waar jongste zoon Gerson het slechtst vanaf komt. Hij wordt blind. De scènes in het ziekenhuis zijn soms heftig, maar door de eenvoudige taal voelt het niet zo ernstig.

Ondertussen heb ik zin om nog een ander verhaal tegelijk te lezen (ik lees meestal wel een paar boeken tegelijk). Op mijn e-reader vind ik De eerste maandag van de maand van Peter Zantingh waarin een reisje naar Praag voorkomt Verder lezen