De moeder van Ikabod & andere verhalen – Maarten ’t Hart

In 2018 won Maarten ’t Hart de Biesheuvelprijs met zijn verhalenbundel De moeder van Ikabod. Ik had echter net Magdalena gelezen, waarin ’t Hart in herhaling valt en te veel blijft zeuren over wat er allemaal niet klopt aan de bijbel en het christelijk geloof. Daardoor bleven de verhalen in de kast staan. Terwijl ik wachtte op de nieuwe winnaar van de Biesheuvelprijs, las ik ze alsnog.

Verder lezen

Het vogelhuis – Eva Meijer

Gwendolen Howard groeit op in een welgesteld gezin in Wales, waar aandacht is voor de natuur. Haar vader verzorgt vaak gevallen vogeltjes in een kartonnen doosje, totdat ze weer zelf verder kunnen. Hij is een bekend dichter en mensen komen van heinde en verre naar zijn salonavondjes, om te luisteren naar poëzie en muziek. Len speelt viool en moet ook altijd optreden. Toch ligt het niet voor de hand dat ze als jonge vrouw in haar eentje naar Londen vertrekt om viool te studeren aan het conservatorium. Via een vriend van haar vader krijgt ze een baan in een orkest. Maar ze mist de vogels. Er zijn er wel een paar in de Londense parken, maar het is niet te vergelijken met de band die ze vroeger thuis met bepaalde vogels had. Vioolspelen is heel belangrijk voor Len, maar haar grootste liefde is voor de vogels; daar wil ze haar leven aan wijden, door onderzoek te doen. En dan niet in een laboratorium, maar in de natuurlijke situatie.

Verder lezen

De hemel verslinden – Paolo Giordano

Tien jaar geleden genoot ik van De eenzaamheid van de priemgetallen, het debuut van Paolo Giordano. De twee boeken die hij daarna schreef zijn aan me voorbij gegaan, maar de thematiek van zijn vierde roman trekt me aan: jonge mensen die zoeken naar zingeving en iets met een commune. Enthousiaste bloggers en de mooie voorkant doen me beslissen om De hemel verslinden aan mezelf cadeau te doen.

Het verhaal begint als Teresa een tiener is. Elk jaar brengt ze met haar vader de zomer door bij haar oma in het zuiden van Italië. Haar moeder blijft liever in Turijn. Op een nacht zijn de buurjongens stiekem in oma’s zwembad. Ze worden betrapt en weggejaagd, maar Teresa’s nieuwsgierigheid is gewekt en ze besluit om de jongens op te zoeken op de masseria. Verder lezen

De eenvoud van aandacht – Cathelijne Esser

Ruim vijf jaar geleden zorgde Cathelijne Esser ervoor dat ik begon met deze blog, omdat ik mee wilde doen aan haar leesclub Een perfecte dag voor literatuur. Inmiddels houdt ze zich met andere zaken bezig, waaronder het schrijven van een eigen boek. Daar was ik erg nieuwsgierig naar, ook omdat het thema me aanspreekt: aandacht en luisteren.

Verder lezen

De ijsdragers – Anna Enquist

Waarom spreekt het ene verhaal je wel aan en het andere niet? Op een druilerige zondag lees ik de laatste bladzijden van Het einde van de eenzaamheid van Benedict Wells. Het leest makkelijk, maar de personages zijn niet echt tot leven gekomen in mijn hoofd. Ik heb geen zin om erover te bloggen en wel behoefte aan iets heel anders. Dus ik wandel naar de boekenkast en pak De ijsdragers van de plank waar het al een tijdje staat te wachten.

Zandgrond had ze altijd gehaat hoewel veel mensen er hoog van op gaven. Het zou goed zijn voor de huid en heilzaam voor de luchtwegen. Zij verafschuwde de nonchalant neergewaaide duinen met hun kwaadaardige helmgras, ze verachtte het element dat zich zo gemakkelijk door de wind liet verspreiden, dat zo machteloos de reddende regen door zich heen liet sijpelen en zich zo kritiekloos leende voor toepassing als schuurmiddel of tijdmeter. Als kind stond zij op het strand te kijken hoe de wind enorme zandstrepen voortjoeg, zo’n tien centimeter boven de grond; ze voelde de korrels prikken tegen haar kuiten en lachte. Zinloze opwinding, kinderachtig geweld.

Dit voelt anders; het spreekt me direct aan met die natuurmetaforen. Aan het woord is Loes, docent klassieke talen, echtgenote van Nico. En moeder van Maj. Maar die komt pas later ten tonele. Eerst gaat het over het werk van Nico, die psychiater is en directeur wordt. In de even hoofdstukken lees je vanuit zijn perspectief over de ggz-instelling waarin hij alles wil veranderen. Ondertussen stort Loes zich op de tuin, waar ze ondanks de zandgrond iets van wil maken.

Verder lezen

Happiness – Aminatta Forna

Op de Waterloo Bridge in Londen botsen twee mensen tegen elkaar op. De ene is Jean, oorspronkelijk Amerikaanse, onderzoeker naar vossen in de stad. De andere is Atilla, een lange Ghanese psychiater die in Engeland is voor een conferentie over PTSS. Toevallig komen ze elkaar later nog eens tegen en leren ze elkaar kennen. Dit wordt geïllustreerd door veel flashbacks naar korter en langer geleden, waardoor je als lezer steeds meer over hun leven te weten komt.

Naast het vossenonderzoek verdient Jean haar brood door stadstuintjes voor anderen te ontwerpen. Ze had zich namelijk een beetje verrekend in de kosten van het wonen in Londen. Toch heeft ze een huis gevonden met een dakterras, wat ze zorgvuldig heeft ingericht met bloemen en planten en waar ze zelfs groenten verbouwt. Aminatta Forna gebruikt veel details om haar vertelling kleur te geven. Ik vind het fijn om te lezen over alle dieren die in de stad leven: naast de vossen zijn er vogels, huisdieren en insecten.

Atilla reist veel om lezingen te geven over zijn ervaringen met de behandeling van mensen met oorlogstrauma’s. Door zijn Afrikaanse wortels heeft hij een andere kijk op het leven dan veel collega-psychiaters, wat mooie filosofische gedachten oplevert. Verder lezen

Van de koele meren des doods – Frederik van Eeden

Van de koele meren des doods werd voor het eerst gepubliceerd in 1900. Ik leerde erover op school, maar Frederik van Eeden kwam niet op mijn lijst voor het examen. Maar nu is er een toneelstuk van dit boek gemaakt, van dezelfde regisseur als Eline Vere, waarvoor ik eerder al naar de schouwburg ging. De datum van de uitvoering is een goede stok achter de deur om me aan deze klassieker te wagen.

In het begin moet ik even wennen aan de ouderwetse schrijfstijl, inclusief oude spelling met sch’s en dubbele oo’s. Maar het elegante, zwierige taalgebruik vind ik erg mooi. Van Eeden beschrijft de natuur op een prachtige wijze. Dit is iets waar hoofdpersoon Hedwig ook van kan genieten, ondanks haar sombere buien, die al beginnen als ze nog jong is. Als Hedwig veertien jaar is, overlijdt haar moeder. Haar vader is aan de drank, maar het gezin is rijk en het ontbreekt Hedwig aan niets. Toch snakt ze naar meer:

Maar nu werd ook de doodsche saaiheid der gewone dingen zoo grimmig en sterk dat zij het zich onmiddellijk bewust werd en begreep dat zij leed. Haar eerste gewaarwording was die van vermoeienis onder het gewone

Verder lezen