De ijsdragers – Anna Enquist

Waarom spreekt het ene verhaal je wel aan en het andere niet? Op een druilerige zondag lees ik de laatste bladzijden van Het einde van de eenzaamheid van Benedict Wells. Het leest makkelijk, maar de personages zijn niet echt tot leven gekomen in mijn hoofd. Ik heb geen zin om erover te bloggen en wel behoefte aan iets heel anders. Dus ik wandel naar de boekenkast en pak De ijsdragers van de plank waar het al een tijdje staat te wachten.

Zandgrond had ze altijd gehaat hoewel veel mensen er hoog van op gaven. Het zou goed zijn voor de huid en heilzaam voor de luchtwegen. Zij verafschuwde de nonchalant neergewaaide duinen met hun kwaadaardige helmgras, ze verachtte het element dat zich zo gemakkelijk door de wind liet verspreiden, dat zo machteloos de reddende regen door zich heen liet sijpelen en zich zo kritiekloos leende voor toepassing als schuurmiddel of tijdmeter. Als kind stond zij op het strand te kijken hoe de wind enorme zandstrepen voortjoeg, zo’n tien centimeter boven de grond; ze voelde de korrels prikken tegen haar kuiten en lachte. Zinloze opwinding, kinderachtig geweld.

Dit voelt anders; het spreekt me direct aan met die natuurmetaforen. Aan het woord is Loes, docent klassieke talen, echtgenote van Nico. En moeder van Maj. Maar die komt pas later ten tonele. Eerst gaat het over het werk van Nico, die psychiater is en directeur wordt. In de even hoofdstukken lees je vanuit zijn perspectief over de ggz-instelling waarin hij alles wil veranderen. Ondertussen stort Loes zich op de tuin, waar ze ondanks de zandgrond iets van wil maken.

Verder lezen

Happiness – Aminatta Forna

Op de Waterloo Bridge in Londen botsen twee mensen tegen elkaar op. De ene is Jean, oorspronkelijk Amerikaanse, onderzoeker naar vossen in de stad. De andere is Atilla, een lange Ghanese psychiater die in Engeland is voor een conferentie over PTSS. Toevallig komen ze elkaar later nog eens tegen en leren ze elkaar kennen. Dit wordt geïllustreerd door veel flashbacks naar korter en langer geleden, waardoor je als lezer steeds meer over hun leven te weten komt.

Naast het vossenonderzoek verdient Jean haar brood door stadstuintjes voor anderen te ontwerpen. Ze had zich namelijk een beetje verrekend in de kosten van het wonen in Londen. Toch heeft ze een huis gevonden met een dakterras, wat ze zorgvuldig heeft ingericht met bloemen en planten en waar ze zelfs groenten verbouwt. Aminatta Forna gebruikt veel details om haar vertelling kleur te geven. Ik vind het fijn om te lezen over alle dieren die in de stad leven: naast de vossen zijn er vogels, huisdieren en insecten.

Atilla reist veel om lezingen te geven over zijn ervaringen met de behandeling van mensen met oorlogstrauma’s. Door zijn Afrikaanse wortels heeft hij een andere kijk op het leven dan veel collega-psychiaters, wat mooie filosofische gedachten oplevert. Verder lezen

Van de koele meren des doods – Frederik van Eeden

Van de koele meren des doods werd voor het eerst gepubliceerd in 1900. Ik leerde erover op school, maar Frederik van Eeden kwam niet op mijn lijst voor het examen. Maar nu is er een toneelstuk van dit boek gemaakt, van dezelfde regisseur als Eline Vere, waarvoor ik eerder al naar de schouwburg ging. De datum van de uitvoering is een goede stok achter de deur om me aan deze klassieker te wagen.

In het begin moet ik even wennen aan de ouderwetse schrijfstijl, inclusief oude spelling met sch’s en dubbele oo’s. Maar het elegante, zwierige taalgebruik vind ik erg mooi. Van Eeden beschrijft de natuur op een prachtige wijze. Dit is iets waar hoofdpersoon Hedwig ook van kan genieten, ondanks haar sombere buien, die al beginnen als ze nog jong is. Als Hedwig veertien jaar is, overlijdt haar moeder. Haar vader is aan de drank, maar het gezin is rijk en het ontbreekt Hedwig aan niets. Toch snakt ze naar meer:

Maar nu werd ook de doodsche saaiheid der gewone dingen zoo grimmig en sterk dat zij het zich onmiddellijk bewust werd en begreep dat zij leed. Haar eerste gewaarwording was die van vermoeienis onder het gewone

Verder lezen

De stilte van Thé – Marie de Meister

In 1941 schrijft Thé voor het eerst een brief aan haar zus Magda, die is ingetreden in een klooster. Twee bladzijden later springt het verhaal naar een non in 1994, waar Sophie Keller een reportage over maakt. Wat de band is tussen Sophie en Thé ontdek ik pas een heel stuk verderop in het boek. Marie de Meister zet eerst een aantal verhaallijnen uit, met flashbacks naar Sophies jeugd in een pleeggezin, haar studententijd en het recente verleden met haar vriend Baauwe. Dat zijn dus in totaal vijf tijdstippen! Het is maar goed dat ik meteen een bladzijde of 70 lees, zodat ik de opzet ongeveer door heb.

Verder lezen

Lalagè leest ook poëzie

Poëzie blijft lastig, schreef ik al eerder. En toch blijf ik het proberen, omdat ik ook een paar keer fantastische gedichten heb gelezen en dat wil ik weer. Soms lees ik een gedichtenbundel, of een halve. Zo las ik de afgelopen tijd:

  • De volgende scan duurt vijf minuten – Lieke Marsman
  • Hoe ik een bos begon in mijn badkamer – Maartje Smits (met foto’s erbij)
  • de helft van Hier kijken we naar – Hannah van Wieringen
  • De herinneringen zien mij – Tomas Tranströmer

Erover bloggen is lastig, maar in het kader van Sandra’s poëzieweek krijgen jullie dit artikel voorgeschoteld. Verder lezen