Zoönose: hoe dodelijke ziekten van dier naar mens overspringen

Infectieziekten interesseren mij sinds mijn studie wiskunde met biologie. De verspreiding van besmettelijke ziektes ligt immers op het snijvlak van die twee vakken. Toen de coronapandemie uitbrak, vond ik dat eng en spannend, maar ook interessant. Na een tijdje waren we het met z’n allen zat. Het duurde dan ook even voor ik zin had om een heel boek over dit onderwerp te lezen. Mijn interesse won het en ik begon aan de dikke pil Zoönose, een boek dat eerder onder de titel Van dier naar mens is uitgegeven.

De Amerikaanse David Quammen is geen epidemioloog, maar journalist voor onder andere National Geographic. Hij heeft zes jaar lang aan dit boek gewerkt en reisde daarvoor de hele wereld rond. Hij beschrijft uitgebreid hoe virologen op zoek gingen naar de oorsprong en verspreiding van diverse ziektes die zijn overgesprongen van dieren naar mensen. Bij elke wetenschapper begint hij met een korte beschrijving van diens uiterlijk. Misschien doet hij dat om je een beeld van die persoon te laten vormen, maar het komt niet altijd even aardig over. De schrijfstijl is erg gedetailleerd. Ik vind het eerste hoofdstuk zo langdradig dat ik in aarzel of ik verder wil met dit boek.

Verder lezen

Identiteit – Paul Verhaeghe

Als je iemand vraagt om zich voor te stellen, krijg je meestal een antwoord van de volgende vorm: ‘Ik ben Lalagè, 40 jaar oud, ik woon in Amersfoort met mijn echtgenoot en mijn beroep is data-analist.’ De meeste mensen identificeren zich met hun beroep en hun gezin. Sommigen zullen er nog aan toevoegen ‘ik ben Ajax-fan’ of ‘ik ben moslim’. De moderne mens wil toch ergens bij horen, al willen we vooral onszelf zijn.

Paul Verhaeghe schetst hoe dit in de loop van de eeuwen veranderd is, onder invloed van eerst het christendom en later de verlichting en de wetenschap. Hij betoogt dat onze identiteit grotendeels afhangt van onze omgeving. We nemen de normen en waarden van onze ouders en onze maatschappij over. Dat beïnvloedt sterk wat we doen en willen.

Verder lezen

Onder het oppervlak – Mariasole Bianco

De Italiaanse zeebioloog Mariasole Bianco is gefascineerd door al het leven onder water. In Onder het oppervlak vertelt ze enthousiast over de meest vreemde vissen, koraal, algen, pinguïns en nog veel meer bewoners van de zee. Zelfs op 10 kilometer diepte is nog leven te vinden: kleurloze dieren voeden zich daar met wat van boven naar beneden komt gedwarreld. Ze zijn bestand tegen het koude water en de hoge druk, onder andere door hun traagheid. Ze kunnen daardoor erg oud worden. Ik vind het geweldig om over dit alles te lezen en vlieg door de eerste helft van het boek heen.

Mensen weten nog maar weinig van wat zich diep in de oceaan afspeelt. Sterrenkundigen en ruimtevaarttechnologen hebben honderden malen grotere budgetten dan oceaan-onderzoekers. Er zijn gedetailleerdere kaarten van de maan dan van de zeebodem. Toch wordt steeds duidelijker hoeveel invloed de zee heeft op ons klimaat en op ecosystemen. Dat is ook logisch als je bedenkt dat 71% van onze aarde bedekt is met water.

Verder lezen

De wereld van gisteren – Stefan Zweig

Stefan Zweig (1881-1942) was een beroemde schrijver uit Oostenrijk. In De wereld van gisteren vertelt hij over de geschiedenis van Midden-Europa tijdens zijn leven. Ik zou het geen autobiografie noemen, want persoonlijk wordt het niet. Zo wordt zijn eerste vrouw alleen in een bijzin genoemd en zijn tweede huwelijk krijg een enkele alinea. Zweig beschrijft de tijdgeest, die totaal veranderde door twee wereldoorlogen. De tweede overleefde hij niet, hoewel hij inmiddels in Zuid-Amerika was. Hij pleegde samen met zijn vrouw zelfmoord, vlak nadat hij dit boek had geschreven.

Het begint in Wenen, waar Stefan Zweig wordt geboren uit een joodse familie, die niet praktiserend gelovig lijkt te zijn. Het is een haast sprookjesachtige tijd, waarin cultuur het hoogste goed is. Schrijvers hebben veel invloed op wat mensen denken en de meest bewonderde mensen zijn toneelspelers, waarvan jongeren handtekeningen verzamelen. Zweig noemt talloze namen, waarvan slechts enkele mij bekend voorkomen. Er zijn anekdotes bij die ik totaal niet boeiend vind, maar ook treffende beschrijvingen die me doen denken aan de Russische tijdgenoot Konstantin Paustovski.

Verder lezen

De voormoeders – Suze Zijlstra

Ruim twee miljoen Nederlanders hebben voorouders die in het toenmalige Nederlands-Indië hebben gewoond. Sommigen van hen kwamen uit Nederland, anderen werden er geboren, zoals de oma van Suze Zijlstra, die er altijd mooie verhalen over vertelde. Toen Suze geschiedenis studeerde, koos ze vakken over de VOC en het koloniale verleden van Nederland. Voor De voormoeders koos ze een onconventionele invalshoek: ze ging op zoek naar de vrouwen in haar Indische stamboom, eerst via haar moeder, oma en overgrootmoeder en daarna noodgedwongen verder via de mannelijke lijn. Over de mannen die voor de VOC werkten is genoeg te vinden in de archieven, maar hoe was het leven van hun vrouwen?

Na een inleiding volgen tien hoofdstukken: eentje voor elke generatie. Het begint met een vrouw waarvan Suze de naam niet heeft kunnen achterhalen. Ze was waarschijnlijk Aziatisch en de eerste Indische voormoeder in de stamboom. In de achttiende eeuw voeren Nederlandse mannen naar Nederlands Indië om er voor de VOC te werken. De meesten gingen als vrijgezel en velen kregen kinderen met inlandse vrouwen, die vaak als slaaf voor ze werkten. Ik had me nooit gerealiseerd dat slavernij niet alleen in Suriname, maar ook in Nederlands-Indië op grote schaal voorkwam. Slaven werkten in de huishouding en op plantages voor suiker en koffie.

Verder lezen

Berichten uit de Sahara – Sanmao

Sanmao was een Chinese die in de jaren zeventig in de Sahara ging wonen. Haar verhalen over wat ze daar meemaakte werden al gauw populair in China. Pas een paar jaar geleden werden ze vertaald in Westerse talen, waaronder het Nederlands in 2019. In het voorwoord geeft vertaler Annelous Stiggelbout wat achtergrondinformatie, zodat je als lezer de context begrijpt. Daarna volgt een brief van Sanmao aan haar lezers, waaruit blijkt hoe beroemd ze was.

Sanmao is een nieuwsgierig en reislustig mens. Samen met haar Spaanse geliefde José gaat ze in een stadje in de Sahara wonen, dat in die tijd onder het bestuur van Spanje staat. José werkt in een fosfaatmijn, 100 kilometer verderop. Hij doet zijn best om elke dag bij Sanmao te komen eten. Het leven in de woestijn kent geen luxe. Overdag is het verzengend heet en ’s nachts ijskoud. José en Sanmao hebben een klein huisje, dat ze toch met smaak weten in te richten. Ze maken al gauw contact met de buren, die van alles komen lenen, wat ze zelden terugbrengen.

Verder lezen

Daar praten wij niet over – Miloe van Beek

Bij het boek-van-de-maand-gesprek in de bibliotheek van Amersfoort luisterden we ademloos naar schrijver Miloe van Beek, toen ze vertelde over haar oma Sacha. Die moest tijdens de oorlog kiezen tussen haar geliefde, die in het verzet zat, en haar vader, die een hoge positie had binnen de NSB… Sacha had dit jarenlang verzwegen voor haar kinderen en kleinkinderen. Miloe wilde weten wat er was gebeurd, ook al zou ze sommige oudere familieleden daarmee in het harnas jagen.

Het boek start met een onhandige opmerking van journalistiekstudent Miloe tijdens het kerstdiner met de hele familie. Ze zegt iets over joden en Palestijnen en dat valt helemaal verkeerd bij oma. Twintig jaar later doet Miloe een workshop familieopstellingen. Wat vroeger is gebeurd, kan nog generaties lang invloed hebben. Daarom wil ze weer de archieven in om uit te pluizen wat er nog te vinden is over haar voorouders en de oorlog.

Verder lezen

Buiten dienst – Anton Stolwijk

Op een avond fietst Anton Stolwijk langs de Josephkerk, waar hij in zijn jeugd kwam. Het is jaren geleden dat hij er binnen is geweest. De deur staat open en het orgel speelt. Blijkbaar gaan er nog steeds mensen heen. Terwijl Anton naar de bekende muziek luistert, komen herinneringen boven. Hij gaat die avond niet naar binnen, maar een week later wel. Zo komt hij erachter dat deze katholieke kerk binnenkort gaat sluiten. Journalist Anton besluit om deze laatste maanden van de kerk mee te maken. Wie zijn de laatste kerkgangers? Wat verdwijnt er door het verkopen van kerken, iets wat niet alleen in Alkmaar gebeurt?

De schrijver heeft ervoor gekozen om in Buiten dienst een aantal fictieve personages op te voeren, die wel gebaseerd zijn op echte mensen, maar niet één op één zijn terug te voeren. Een aantal bijpersonen worden wel met hun eigen naam genoemd. De kerkgangers zijn herkenbare types: Hans die keihard zingt in het koor, Hanny die allerlei praktische klussen doet, Bea die als één van de weinigen echt gelooft en niet alleen voor de gezelligheid naar de kerk komt. Ze zijn allemaal boven de zeventig jaar. Anton leert ze kennen door aan alle mogelijke activiteiten mee te doen, zoals zingen bij het koor en mee op pelgrimstocht naar Heiloo, op de fiets. Een paar keer schiet ik in de lach om hoe hij het allemaal beschrijft.

Verder lezen

Heden ik – Renate Dorrestein

In mijn zomervakantie lees ik altijd een boek van Renate Dorrestein. Dit jaar had ik gekozen voor de enige roman die ik nog niet van haar had gelezen: Zonder genade. Het verhaal over een echtpaar waarvan de zoon is doodgeschoten in de disco sprak me niet zo aan. Daarna besloot ik om Heden ik te lenen uit de bieb. Dit gaat over Renates ervaringen met de ziekte ME. Ze schreef het tijdens de eerste jaren dat ze eraan leed en het kwam uit in 1993.

Het boek begint met een citaat van Susan Sontag, dat ik herken van Welkom in het rijk der zieken van Hanna Bervoets. Als chronisch zieke lijk je in een andere wereld te leven, met andere wetten en mogelijkheden. Renate Dorrestein is een levendige dertiger en bekende schrijver als ze binnen korte tijd aftakelt. Ze was altijd een goede slaper, maar de ziekte berooft haar van haar nachtrust, ook al is ze overdag altijd moe. Verder verliest ze spierkracht en doen haar hersenen raar.

Zoals veel chronische ziektes, verloopt ook ME grillig. Af en toe lukt het Renate om zich bij elkaar te rapen en gauw een paar regels te schrijven. Of ze geeft eens een lezing, maar lang niet meer zo veel als vroeger. Als mensen haar dan zien praten, vragen ze zich af of ze wel echt ziek is. Of zou het psychisch zijn?

Verder lezen