Hoop – Paus Franciscus

Een paar maanden geleden overleed paus Franciscus, hoofd van de Rooms-katholieke kerk. Ik had bewondering voor hoe hij zich bezighield met zowel kerkelijke als wereldse zaken. Hij bemiddelde bij conflicten tussen landen. En hij probeerde om de kerk vooruit te helpen door uitspraken die je niet altijd zou verwachten van een hoge geestelijke. Hiermee zocht hij de nuance en de rand, ook bij gevoelige onderwerpen. Het leek mij daarom interessant om zijn autobiografie te lezen, waarover Bettina eerder al blogde.

In Hoop vertelt Jorge Bergoglio over zijn eigen leven, de vele mensen die hij ontmoette, zijn opleidingen en zijn pausschap. Het begint dus met zijn voorouders: zijn opa en oma met hun zoon Mario die in 1929 de boot namen vanuit Italië naar Argentinië, om daar een nieuwe leven te beginnen. Mario trouwde en kreeg vijf kinderen, waarvan Jorge de oudste was. Ze waren niet rijk en hadden het niet gemakkelijk, maar het was een liefdevolle jeugd. Jorge raakte bevriend met kinderen uit de kerk, maar hij had ook joodse en islamitische vriendjes. Dat inspireerde hem om later ook te zoeken naar wat de verschillende religies verbindt. Zo merkt hij op dat Maria, de moeder van Jezus, zowel in het christendom als in de islam een grote rol speelt.

Verder lezen

Vrijuit – Iris de Graaf

Iris de Graaf wist haar droombaan te bemachtigen: correspondent in Rusland voor de NOS. In Vrijuit vertelt ze hoe het zover kwam, hoe de oorlog met Oekraïne het werk steeds moeilijker maakte en hoe ze twee keer vluchtte omdat het te gevaarlijk werd. Inmiddels werkt ze als nieuwslezer bij het NOS-journaal.

In het begin wisselt Iris haar eigen verhaal af met dat van haar oma Katja, die uit Rusland kwam. Als jonge vrouw ging ze werken in Duitsland. Daar ontmoette ze de Nederlandse Geert. Toen ze in verwachting raakte, trouwden ze met elkaar. Katja ging met Geert mee naar Nederland, waar ze acht kinderen kreeg. Maar ze voelde zich nooit helemaal thuis. Toen het weer kon, ging ze regelmatig terug naar Rusland, waar ze echter ook niet meer goed paste.

Verder lezen

Het land dat maar niet wil lukken – Fleur de Weerd

Oekraïne komt de afgelopen jaren regelmatig in het nieuws vanwege de verschrikkelijke oorlog daar, maar wat is het eigenlijk voor land? Journalist Fleur de Weerd woonde er een paar jaar, dat was rond 2013. Voor Het land dat maar niet wil lukken reisde ze het land rond en sprak ze met allerlei mensen. Het boek eindigt met een hoofdstuk over De Krim en de annexatie daarvan door Rusland in 2014. Het boek is inmiddels tien jaar oud, maar nog steeds de moeite waard.

Het begint met grappige anekdotes over typische Oekraïense gewoontes. De oudere vrouwen worden baboesjka’s genoemd, waar we allemaal wel een beeld bij hebben. Jonge vrouwen dragen veelal korte rokjes en hoge hakken. Ze vinden Europese vrouwen maar lomp. Fleur heeft haar ervaringen en gesprekken soepel gemengd met uitleg over de politieke situatie en de geschiedenis van Oekraïne, vanaf de eerste keer dat het land ontstond (ongeveer een eeuw geleden) tot het uiteenvallen van de Sovjetunie. Mensen vertellen haar verschillende visies op de historische feiten en vaak hangt dit samen met hun achtergrond. Een Krim-Tataar beleeft het heel anders dan een Rus, en in Lviv is de cultuur totaal anders dan in het oosten.

Verder lezen

De wonderdokter: Albert Willem van Renterghem – Rinus Spruit

Dokter Albert Willem van Renterghem leefde tussen 1845 en 1939. Op hoge leeftijd schreef hij zijn autobiografie, waarbij hij aangaf dat die vanaf 1975 openbaar gemaakt zou mogen worden. Het bleef bij honderd exemplaren, die veelal in archieven verdwenen. Toen Rinus Spruit daar eentje van aantrof in het archief van de gemeente Goes, vond hij het zo interessant dat hij besloot om het boek toegankelijk te maken voor de hedendaagse lezer. En dat heeft hij geweldig goed gedaan! Hij knipte zinnen in stukken en verving woorden die niemand meer kent door modernere termen. Van de 1300 bladzijden bleven er 200 over.

Het begint in 1877. Na twaalf jaar bij de marine vestigt de pasgetrouwde dokter Van Renterghem zich in Heinkenszand, niet ver van zijn geboorteplaats Goes, waar zijn vader huisarts is. De jonge dokter heeft te maken met concurrentie van de oude stijl: vroedmeesters die hun vak in de praktijk hebben geleerd. Langzamerhand wordt de zorg overgenomen door universitair opgeleide artsen. Het beroep van huisarts was in die tijd veel breder dan nu: Van Renterghem trekt ook tanden en voert operaties uit, tot amputaties aan toe. Hij is ontzettend blij met nieuwe mogelijkheden om mensen te verdoven voor een ingreep. Hij beschrijft de ene na de andere anekdote over behandelingen onder vaak armoedige omstandigheden. Ik vind het zeer boeiend om te lezen, maar ook een beetje opsommerig en ik vraag me af of dit het hele boek zo doorgaat. Het antwoord is nee, want de dokter ontwikkelt zich.

Verder lezen

The island of missing trees – Elif Şafak

Het eiland Cyprus was vroeger bedekt met bomen. Door de recente geschiedenis heeft er een kaalslag plaatsgevonden. The island of missing trees is het verhaal van de liefde tussen Kostas en Defne, die begint als ze tieners zijn in 1974. Hij is Grieks, zij is Turks. Daarom ontmoeten ze elkaar in het geheim. Dat gebeurt meestal in het restaurant The happy fig, waarin een vijgenboom groeit. Je leest het goed: de boom groeit in het restaurant en haar takken steken door een gat in het dak. Het is een gezellige tent, bestierd door Yiorgos en Yusuf. Ook zij zijn stiekem geliefden. Het menu van het restaurant staat in het boek en het is heerlijk om dat te lezen.

Verder lezen

Graafdier – Nikki Dekker

Op het internationaal literatuurfestival in Utrecht (ILFU) hield Nikki Dekker een prachtige presentatie, waardoor ik haar tweede boek Graafdier graag wilde lezen. Haar debuut Diepdiepblauw vond ik fijn, maar ik heb er niet over geblogd, omdat ik niet zo goed wist hoe. Ik weet nog dat het gaat over zeedieren en over genderidentiteit. In de bieb staat het bij de literatuur. Graafdier staat bij de informatieve boeken. In allebei filosofeert Nikki over de wereld om ons heen.

Nikki is uitgenodigd om te schrijven over natuurgebied de Groote Peel en daarom zit ze daar een aantal dagen in een vakantiewoning. ‘Jij houdt erg van de natuur, hè!’ krijgt ze weleens te horen, maar zelf vindt ze dat ze er weinig van weet. Ze kan bijvoorbeeld maar een paar vogelsoorten herkennen. Voor deze schrijfsessie heeft ze een grote stapel boeken over natuur meegenomen, waar ze interessante weetjes uit opdiept. En ze heeft gesprekken met kenners van het gebied, soms op afspraak en soms doordat ze hen tegenkomt.

Verder lezen

Een vrouw in Berlijn: dagboekaantekeningen van april tot juni 1945

Als je een boek leest over de Tweede Wereldoorlog, is dat vaak vanuit het oogpunt van iemand in Nederland of België of Engeland. Maar hoe was het voor gewone Duitsers? Een jonge vrouw in Berlijn hield een dagboek bij in de onzekere maanden rond het einde van de oorlog. In 1954 werd dit voor het eerst gepubliceerd, anoniem, want de schrijfster was bang dat ze erop aangekeken zou worden. Ik heb de Nederlandse vertaling door Froukje Slofstra gelezen, die in 2004 uitkwam.

In april 1945 lopen er in Berlijn veel Russische militairen rond, die de stad hebben overgenomen van de nazi’s. Veel inwoners zijn gevlucht, maar er zijn ook een heleboel Duitsers gebleven. Zij zitten zonder stroom. Water moeten ze halen bij een waterpomp in de buurt. De Russen delen eten uit op het vertoon van bonnen, maar dat wisselt sterk in kwaliteit en hoeveelheid. Er vallen bommen die veel huizen beschadigen. Buren brengen veel tijd met elkaar door in schuilkelders. Niemand gaat uit werken. Er is geen goede nieuwsvoorziening en men moet het doen met geruchten. Zo is lange tijd niet duidelijk of Adolf Hitler nog in leven is en waar hij zich dan bevindt. Ook over familie en vrienden in andere delen van de stad is grote onzekerheid.

Verder lezen

Cécile en Elsa, strijdbare freules – Elisabeth Leijnse

Het is een dikke pil, deze biografie van twee zussen die leefden tussen 1866 en 1944. Elisabeth Leijnse legt niet uit wat de aanleiding voor dit boek was, niet aan het begin en ook niet aan het einde, behalve dat er veel bronmateriaal is. Ze begint zomaar te vertellen over de ouders van Cécile en Elsa, die van adel waren, maar niet heel rijk. Er komen al snel heel wat namen voorbij.

Cécile en Elsa de Jong van Beek en Donk worden erg beschermd opgevoed. Ze gaan niet naar school, maar krijgen samen thuis les van een juffrouw. Hierbij ligt de nadruk op vreemde talen, waarvan de zusjes er een paar vloeiend leren spreken en schrijven. In het boek staan foto’s uit het familie-archief, wat een beeld geeft van hoe deze mensen eruitzagen en waar ze woonden.

Verder lezen

Mazzel tov – Margot Vanderstraeten

Als twintiger kwam Margot Vanderstraeten bij een modern-orthodox joods gezin thuis, om de vier kinderen te helpen met hun huiswerk. Zes jaar lang was ze er kind aan huis en daarna hield ze ook contact met de familie. In Mazzel tov vertelt ze over haar ervaringen en vooral waar ze zich allemaal over verwonderde.

De familie Schneider (niet hun echte naam) heeft al een aantal werkstudenten versleten die het vaak niet langer dan een paar dagen bij ze volhielden. Daardoor mag Margot het proberen, ondanks dat ze ongehuwd samenwoont met Nima, die uit Iran komt. Ze maakt rond 1990 kennis met het gezin, bestaande uit Simon, Jakov, Elzira en Sara en hun ouders. De kinderen mogen het zelf aangeven als ze de hulp van Margot nodig hebben. In de praktijk is ze bijna dagelijks bij hen thuis. Op zaterdag hoeft ze niet te komen, want dan vieren de joden sjabbat. Maar ook buiten de rustdag is hun leven doordrenkt van de strenge regels.

Verder lezen

Dit is ook China – Cindy Zhu Huijgen

Cindy Zhu Huijgen werd als baby uit China geadopteerd door een Nederlands echtpaar. Al jong was ze gefascineerd door haar geboorteland. Daarom besloot ze om Chinese taal en cultuur te gaan studeren. Inmiddels woont ze alweer een aantal jaren in Beijing en werkt ze als correspondent voor verschillende Nederlandse media. In Dit is ook China vertelt ze haar persoonlijke ervaringen met geadopteerd zijn en het wonen en werken in China. Dat doet ze in korte, indringende hoofdstukken, die toch lichtvoetig zijn.

Als journalist is haar Chinese uiterlijk handig, want ze valt niet meteen op. Cindy heeft drie verschillende telefoons, om te zorgen dat ze niet te snel door de mand valt. Toch komt ze af en toe in aanraking met politie, als ze ergens verslag probeert te doen. Bovendien word je in China overal in de gaten gehouden door talloze camera’s. Ook tijdens de coronapandemie woonde Cindy in China en ze deed in januari 2020 verslag vanuit Wuhan, waarna ze op het nippertje de stad uit kon komen.

Verder lezen