Hier komen wij vandaan – Leonieke Baerwaldt

Als kind kon ik erg genieten van het zee-aquarium van mijn opa. Eigenlijk vond oma het maar niks, zo’n enorme bak water die kon gaan lekken. Uiteindelijk heeft het er een aantal jaren gestaan. Ik ging op een stoel zitten kijken naar de kleurige tropische vissen en de garnalen. Op een dag kocht opa een zeekomkommer. De eitjes daarvan bleken giftig en alle vissen gingen eraan dood.

Die mooie en wrede onderwaterwereld komt terug in twee sprookjes, waardoor Leonieke Baerwaldt zich heeft laten inspireren. Het begint met de kleine zeemeermin, die ernaar verlangt om aan land te gaan. Daarna worden nog drie verhaallijnen geïntroduceerd. Gelukkig leest het allemaal wel gemakkelijk. Als eerste gaat het over Loek en Brenda, die wonen in een woonwagen aan de rand van een industrieterrein. Het idee is om een huis te bouwen, daar op die plek aan het water, waar niemand wil wonen. De tweede verhaallijn draait om Alex, die als volwassen man nog steeds bij zijn moeder woont. Hij droomt ervan om een aquariumwinkel te hebben, terwijl hij werkt in een fabriek.

Verder lezen

Vanuit hier zie je alles – Mariana Leky

Als Selma over een okapi heeft gedroomd, dan zal er die dag iemand sterven. Dat is al een paar keer eerder gebeurd, dus er moet een verband zijn. Selma probeert het nog geheim te houden, maar haar kleindochter Luise heeft door dat er iets is en ze ontfutselt haar oma al gauw wat er aan de hand is. Binnen de kortste keren weet het hele dorp ervan en passen mensen hun gedrag aan.

Vanuit hier zie je alles is een vreemd verhaal en de eerste helft kan ik het niet goed duiden. Misschien komt dat door het aantal personages die een belangrijke rol spelen. Luise woont met haar ouders en oma in een krakkemikkig huis. Ze is bevriend met Martin. Zijn vader is vaak dronken. De opticien houdt al jaren van Selma, maar durft dit niet op te biechten. Elsbeth, de zus van Selma, adviseert het hele dorp over kruiden die helpen bij kwaaltjes en andere ongemakken. Marlies is altijd chagrijnig, maar Luise en Martin worden regelmatig naar haar toe gestuurd om te kijken of alles goed gaat. Deze mensen zijn allemaal nauw bij elkaar betrokken en later komen er nog een paar bij. Verder speelt de enorme hond Alaska een fijne rol. Het boek is goed vertaald door Lucienne Pruijs.

Verder lezen

De meid – Marlies Allewijn

Neeltje Lokerse werd in 1868 geboren in Yerseke. Als tiener begon ze met het werken als dienstbode bij rijke families. Ze zag om zich heen hoe ongelijkheid tussen arm en rijk en tussen mannen en vrouwen tot schrijnende situaties leidden. Al jong had ze het gevoel daar iets aan te moeten doen, maar hoe?

Marlies Allewijn zorgt ervoor dat ik me helemaal kan inleven in die tijd. Neeltje werkt van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat om het haar mevrouw naar de zin te maken, eerst in Zeeland en later in Amsterdam. Ze verdient een karig loon en heeft niet eens elke week de zondag vrij. Toch leert ze andere dienstbodes kennen. Deze meisjes kunnen zomaar worden ontslagen. Zonder aanbevelingsbrief komen ze niet meer bij een andere familie in dienst. Sommigen belanden in de prostitutie. Neeltje wil zo graag iets veranderen. Langzaam groeit het idee om verhalen op papier te zetten en zo mensen tot nadenken te stemmen. Ze begint te werken aan een roman.

Verder lezen

Schitterend lichaam – Agustina Bazterrica

Een dodelijk virus zorgt ervoor dat vlees van koeien en varkens niet meer te eten is door mensen. Huisdieren moeten worden afgemaakt. Dierentuinen raken in verval. Maar mensen willen vlees; ze denken dat ze dat nodig hebben om gezond te blijven. Dus stappen slachterijen over op ‘speciaal vlees’. Het is verboden om het kannibalisme te noemen en men heeft het over producten, drachtige wijfjes, exportkwaliteit. Het vlees is vaak genetisch gemanipuleerd om het nog malser en verslavender te maken.

In deze wereld leeft Marcos Tejo. Hij werkte vroeger in de slachterij van zijn vader. Ook na de Transitie is hij in de vleesindustrie blijven werken, waar nu mensen worden gekweekt en geslacht. Het vraagt veel van hem; ’s nachts heeft hij nachtmerries. Hij heeft zijn royale salaris nodig om het verzorgingstehuis voor zijn demente vader te betalen.

Verder lezen

Fantasii – Ineke Riem

Ineke Riem is zo’n zeldzame schrijver die verschillende genres beheerst: romans, korte verhalen en poëzie. Alle zeeën zijn geduldig was de eerste gedichtenbundel die ik las en die zorgde ervoor dat ik gedichten bleef lezen. Het boekje ligt nog steeds naast mijn bed en ik ontdek er af en toe weer wat moois in dat me eerder niet opviel. Ik had dan ook uitgekeken naar Inekes tweede bundel Fantasii.

Eén van mijn favoriete gedichten hieruit is Weideboek, waarin de wei is gepersonificeerd:

Mijn moeder is een slingerende dijk tussen de weilanden.
Mijn vader hoog en wijd en leeg.

Ik ben opgevoed door bomen en kreken.
Ik versta verschillende ritseltalen goed tot zeer goed.
Wind en ruimte spreek ik vlekkeloos.

(…)

Verder lezen

Ik ben er niet – Lize Spit

Na het succesvolle debuut van Lize Spit waren de verwachtingen van haar tweede roman hoog. Dat lijkt me lastig voor een jonge schrijver. Ze heeft er in elk geval goed de tijd voor genomen: vijf jaar na Het smelt kwam Ik ben er niet. De structuur van de twee boeken lijkt op elkaar, met twee verhaallijnen. De ene is in het heden op een enkele dag, hier zelfs maar elf minuten, afstevenend op een grote climax. Dit wordt afgewisseld met hoofdstukken die zich in het verleden afspelen, ook chronologisch plus herinneringen naar vroeger.

De hoofdpersoon is Leo, wiens beleving en gedachten uitgebreid worden weergegeven. Daardoor is het een dik boek geworden, maar het leest vlot. Leo is al tien jaar samen met Simon. Ze vonden elkaar in het gemis van hun moeder. Die van Simon overleed aan kanker en die van Leo door een ongeluk. Leo fietste toen naar de plaats des onheils en daar denkt ze aan terug tijdens de fietstocht die ze in het heden maakt. Ze heeft een telefoontje gekregen dat Simon iets heeft uitgehaald. Ik weet niet eens meer precies wat je in het begin al weet en wat nog niet en ik wil niet te veel verklappen, maar je hebt wel meteen door dat het ook nu om leven en dood draait.

Verder lezen

Een modern verlangen – Hanna Bervoets

Hanna Bervoets schreef al een heel aantal romans en talloze columns, maar Een modern verlangen is haar eerste bundel met korte verhalen. De helft van de veertien verhalen speelt zich af in de toekomst, waarin allerlei technologieën het leven hebben veranderd. Er zijn een paar dystopische verhalen waarin mensen vluchten. Bijvoorbeeld in de laatste drie verhalen, die bij elkaar horen, is er de belofte van de nieuwe wereld. Mensen vormen een pit van vier personen en moeten tickets kopen voor de reis die veertien maanden duurt. Elk verhaal heeft andere hoofdpersonen. Het laatste begint onderweg en maakt steeds stapjes terug in de tijd. Die bevalt me nog het minst, omdat de hoop om meer te snappen over de omstandigheden steeds minder wordt. Wel interessant is de opmerking in het middelste verhaal van een man die beweert dat die nieuwe wereld helemaal niet bestaat.

Een kort verhaal bevat niet genoeg ruimte om een volledig toekomstbeeld te schetsen, maar Hanna geeft net genoeg aanwijzingen om je er een beeld van te kunnen vormen. Het vraagt wel wat fantasie van de lezer en je moet niet verwachten dat alles precies is uitgewerkt. Bij de meeste verhalen vind ik dat niet erg.

Verder lezen

Jaag je ploeg over de botten van de doden – Olga Tokarczuk

In een Pools gehucht woont een oudere vrouw. Ze is één van de drie inwoners die er de winter doorbrengen en ze houdt dan de huizen in de gaten van degenen die er alleen in de zomer wonen. Verder is deze mevrouw Duszejko lerares Engels. Ze houdt meer van kinderen en dieren dan van grote mensen. Eerst woonde ze nog samen met twee honden, maar die zijn verdwenen. Ze is ervan overtuigd dat de jagers ze hebben vermoord. Ze vindt het al vreselijk dat er op allerlei wilde dieren wordt geschoten, maar dat haar eigen meisjes er nu de dupe van zijn geworden is onverteerbaar.

Elke daad gaat uiteindelijk in de vorm van kleine fotontrillingen de Kosmos in, als een film, en zal tot het einde der tijden door de planeten worden bekeken.

Olga Tokarczuk laat de wereld zien door de ogen van Janina Duszejko. Wat als eerste opvalt is dat bepaalde woorden met een hoofdletter beginnen: Reeën, Nacht, Eksters, maar ook Woede, Politie en Straf. Ik denk dat het een manier is om die woorden nadruk te geven. Mevrouw Duszejko geeft mensen vaak een bijnaam, omdat ze hun echte namen maar willekeurig vindt en moeilijk te onthouden. In het begin vind ik Eunjer een rare naam voor een Poolse buurman, maar dat blijkt een Nederlands woord dat zoiets betekent als ‘een magisch wezen met boze bedoelingen’. Ik ben wel benieuwd wat de beweegredenen van vertalers Charlotte Pothuizen en Dirk Zijlstra is geweest om deze term te gebruiken. Zij hebben verder voortreffelijk werk geleverd.

Verder lezen

Kraaien in het paradijs – Ellen de Bruin

Binnen amper drie dagen heb ik Kraaien in het paradijs uitgelezen, maar ik ben er nog niet klaar mee. Ik begin weer bij de eerste bladzijde, waarop binnen een paar zinnen de onheilspellende sfeer voelbaar is. De puzzelstukjes die Ellen de Bruin één voor één aanreikte, in precies het juiste tempo, zijn al op hun plek gevallen. Nu ik niet meer hoef te puzzelen, kan ik nog meer genieten van de prachtige beschrijvingen en ik ontdek nog allerlei toffe details.

Lipa woont op een klein eiland. Ze droomt ervan om te ontsnappen. Het paradijselijke is er allang vanaf: alle landdieren zijn uitgestorven en er zijn nog maar twintig soorten planten. De vijf overgebleven eilanders houden zich in leven met drie soorten groenten, gekookte bladeren, vissen en zeeslakken. Toeristen komen er al jaren niet meer. Maar gisteren is er een vreemdeling met de veerboot meegekomen en Lipa ziet haar kans schoon. Ze moet hem overtuigen om haar mee te nemen.

Verder lezen

Let op mijn woorden – Griet Op de Beeck

Meteen op de eerste bladzijde van Let op mijn woorden signaleer ik de eerste rake zinnen, als Lise haar vader observeert die net als zij niet kan slapen:

Ze vroeg zich af waarom hij de lamp niet had aangestoken. Waarom hij naar buiten keek terwijl er niks te zien viel. Of hij nadacht over iets moois of iets vervelends, over iets wat verschoof of iets wat bleef. Of hij nog droomde en waarvan dan. Hoe hij vroeger was geweest.

Zo’n opsomming gebruikt Griet Op de Beeck wel vaker, maar niet te vaak. Ook de thematiek is niet nieuw: het gaat weer over een disfunctioneel gezin. Lise is vijftien en balanceert tussen haar ouders, probeert de boel bij elkaar te houden als haar vader weer eens een dronken bui heeft. Of als haar moeder aandacht wil omdat ze zichzelf zielig of juist geweldig vindt. Lises broertje David vlucht zo vaak hij kan naar vriendjes, terwijl Lise zich verantwoordelijk voelt. Ze moet haar familie ook wel koesteren, want de twee vriendinnen die ze had hebben de vriendschap onlangs verbroken.

Verder lezen