The heart’s invisible furies – John Boyne

Met mijn leesclub bespreken we meestal niet zulke dikke boeken, maar soms kiest iemand er toch eentje en dan plannen we die dikke pil vlak na de zomervakanties. Op die manier hebben we genoeg tijd om het te lezen. Deze keer staat er een boek van John Boyne op het programma, waar ik al veel goeds over las. Op de eerste bladzijdes begrijp ik al waarom deze schrijver zo populair is. Hij weet me meteen mee te slepen in het verhaal over Catherine Goggins die als zestienjarige zwanger raakt en uit haar Ierse dorp verstoten wordt. Ze stapt op de bus naar Dublin en komt onderweg een aardige jongen tegen die haar aan een slaapplekje helpt. Daar wordt de hoofdpersoon van het boek geboren. Catherine staat hem af ter adoptie.

The heart’s invisible furies gaat over het leven van Cyril Avery. In elk deel is het zeven jaar later. Dus na zijn geboorte en de heftige gebeurtenissen daaromheen, gaat het over Cyril als jongen van zeven. Hij woont in een groot huis bij Charles en Maude, die hem hebben geadopteerd, maar amper naar hem omkijken. In dit deel is ook de ontmoeting met Julian, die een grote rol in Cyrils leven zal spelen. Ze lijken in weinig op elkaar, maar allebei hebben ze weinig liefde gekend in hun jeugd en dat bindt de jongens. Ze zien elkaar pas zeven jaar later weer, op de kostschool waar ze jarenlang een kamer delen. Verder lezen

Tot waar we kijken kunnen – Inge van der Krabben

Tot waar we kijken kunnen gaat over Janne en haar moeder Dina, in de periode dat Janne overspannen raakt en Dina kanker blijkt te hebben. Maar Inge van der Krabben begint te vertellen ‘in medias res’, dus je valt als lezer meteen in het verhaal. Dat zorgt ervoor dat ik nieuwsgierig word en 80 bladzijden achter elkaar verslind. Drie dagen later is het boek uit.

Jannes moeder is geen prater, maar ze onderneemt graag dingen en heeft altijd haar woordje klaar. Verder lezen

De wateraap – Mariken Heitman

Nederlandse literaire debuten hebben bij mij altijd een streepje voor; ze maken me nieuwsgierig. Daarom reserveerde ik de kersverse roman De wateraap bij de bibliotheek. Dat boek begint met de dood van een vos. Elke vindt hem als ze de zomer bij Ko doorbrengt. Ko is de zus van haar oma, die wel wat hulp kan gebruiken bij het werk in haar moestuin.

Mariken Heitman schrijft compact, wat vraagt om aandachtig lezen. Het kan zomaar zijn dat ze even later op een detail terugkomt waar ik overheen gelezen had. Elke is net als de schrijver bioloog (al studeert ze nog) en er worden heel wat dieren en planten beschreven op een prachtige manier. Verder lezen

Diepe aarde – Maria Vlaar

De Biesheuvelprijs werd dit jaar gewonnen door een schrijver waar ik nog niet eerder van had gehoord: Maria Vlaar. Zij blijkt wel bekend te zijn in het boekenvak vanwege haar werk als redacteur en journalist. Diepe aarde is haar debuut. Het is een bundel van zeventien korte verhalen. In de meeste daarvan worden herinneringen worden opgehaald aan huiselijke taferelen van gezinnen die inmiddels niet meer bestaan, doordat de leden ervan gescheiden, ouder geworden of dood zijn.

Verder lezen

De kellner en de levenden – Simon Vestdijk

Al een tijdje had ik het voornemen om weer eens iets van Simon Vestdijk te lezen, omdat ik De koperen tuin als tiener mooi vond. Dus toen Sue vroeg wie er zin had om tegelijk met haar De kellner en de levenden uit 1949 te lezen, besloot ik om mee te doen.

Na een paar bladzijden ben ik al totaal de kluts kwijt. Ik ben moe en het duizelt me van de personages, de lange zinnen en de moeilijke woorden. De volgende dag begin ik opnieuw, maar dan aandachtiger.

Laat in de avond staan twee agenten bij een flatgebouw. Twaalf bewoners worden gesommeerd om mee te komen en in een bus te stappen. Verder lezen

Leesreis om de wereld: Burundi

Gabriel is tien jaar als zijn ouders gaan scheiden. Zijn Rwandese moeder loopt weg en zijn uit Frankrijk afkomstige vader moet nu alleen zorgen voor Gabriel en zijn zusje Ana. Maar hun vader is vaak op stap. De kok en de chauffeur houden dan een oogje in het zeil. De scheiding grijpt Gabriel aan en hij blijft hopen dat het goedkomt tussen zijn ouders. Toch heeft hij ook veel plezier: met zijn vriendjes uit de steeg haalt hij kattekwaad uit en probeert hij de verveling tijdens eindeloze zomers te verdrijven. Ze pikken mango’s uit andermans tuin, gaan zwemmen en hangen in een autowrak, sigaretten rokend en grappen makend. ’s Avonds komt de hele buurt bij elkaar in het barretje. Daar hoort Gabriel af en toe iets over de politieke situatie van Burundi.

Verder lezen

Wij en ik – Saskia de Coster

In één van de villa’s op de berg woont het gezin Vandersanden: moeder Mieke, vader Stefaan en dochter Sarah. In Wij en ik staan hun gedachten en herinneringen, dingen die ze nooit aan een ander mens zouden vertellen. Naar buiten toe zijn ze immers het ideale gezin. Stefaan is manager bij een farmaceutisch bedrijf en Mieke wijdt zich aan het onderhoud en de inrichting van hun enorme huis plus tuin.

Mieke en Stefaan waren al jaren getrouwd toen Sarah geboren werd. Voor Stefaan was het de ultieme bekroning op hun geluk, maar Mieke had getwijfeld. Toch doet ze haar uiterste best om Sarah netjes op te voeden. Die moet het minstens twee weken tevoren in de familie-agenda aangeven als ze een avond op stap wil en over de tijd van thuiskomst valt ook niet te twisten. Verder lezen