Het beste voor iedereen – Erik Rozing

Het beste voor iedereen is een doorgeefboek voor bloggers geworden: na Jacqueline (theetante) en Anna heb ik het gekregen. Hoe leuk is dat! Mijn eigen blog over De psychiater en het meisje hielp me herinneren wat ik van het debuut van Erik Rozing vond. Dit boek is daar min of meer een vervolg op, maar het valt ook prima apart te lezen. In het eerste boek is de hoofdpersoon de psychiater, alter ego van de schrijver. In Het beste voor iedereen verschuift dat perspectief naar Stella, die aan borderline lijdt. Ze heeft besloten om zelfeuthanasie te plegen en de datum is bepaald. Voor die tijd wordt ze gefilmd door Milou, die met een documentaire over Stella wil afstuderen aan de kunstacademie.

Verder lezen

Frankissstein – Jeanette Winterson

Jeanette Winterson hoort inmiddels bij mijn favoriete schrijvers, vanwege haar prettige schrijfstijl en humor gecombineerd met de thematiek van haar werk. Eerder schreef ze over religie en homoseksualiteit. Die onderwerpen komen in haar nieuwste boek ook voor, maar het gaat vooral over liefde, kunstmatige intelligentie en eeuwig leven. Twee verhaallijnen wisselen elkaar af in Frankissstein. De eerste gaat over Mary Shelley die in 1816 haar beroemde verhaal schrijft over Victor Frankenstein. Hij naait dode lichaamsdelen aan elkaar en wekt die tot leven. Mary schrijft dit terwijl ze de zomer in Zwitserland doorbrengt met onder andere haar man, de dichter Shelley. Het regent de hele tijd en dat geeft een bijzondere sfeer.

De andere verhaallijn speelt in onze tijd en gaat over dokter Ry Shelley, die transgender is. Dit is voor het eerst dat ik via een roman in de huid van een transgender kruip en dat is een heel andere ervaring dan transmensen op televisie zien. Ry gaat naar een congres over robots en kunstmatige intelligentie en wordt daar verliefd op een van de sprekers, Victor Stein. Deze liefde geeft veel spanning, niet alleen omdat Ry trans is. Verderop in het boek wordt Ry verkracht op de mannen-wc in een kroeg en ik vind dit behoorlijk schokkend om te lezen, omdat het zo reëel wordt beschreven en ik me kan voorstellen dat dit echt zo gaat. Verder lezen

Vreemde streken & Pas goed op jezelf – Renate Dorrestein

Traditioneel lees ik op zomervakantie een boek van Renate Dorrestein, want dat bevalt me altijd wel. Deze keer is het een oudje: Vreemde streken was haar tweede roman, die voor het eerst verscheen in 1984.

Het perspectief wisselt tussen Akelei en Fresia. Het begint in Afrika, waar Fresia naartoe is gegaan om voor een tijdschrift te schrijven. Ondertussen komt Akelei in Amsterdam een vreemde dame tegen. In terugblikken wordt duidelijk dat Akelei en Fresia een tijdje hebben samengewoond. Verder lezen

The heart’s invisible furies – John Boyne

Met mijn leesclub bespreken we meestal niet zulke dikke boeken, maar soms kiest iemand er toch eentje en dan plannen we die dikke pil vlak na de zomervakanties. Op die manier hebben we genoeg tijd om het te lezen. Deze keer staat er een boek van John Boyne op het programma, waar ik al veel goeds over las. Op de eerste bladzijdes begrijp ik al waarom deze schrijver zo populair is. Hij weet me meteen mee te slepen in het verhaal over Catherine Goggins die als zestienjarige zwanger raakt en uit haar Ierse dorp verstoten wordt. Ze stapt op de bus naar Dublin en komt onderweg een aardige jongen tegen die haar aan een slaapplekje helpt. Daar wordt de hoofdpersoon van het boek geboren. Catherine staat hem af ter adoptie.

The heart’s invisible furies gaat over het leven van Cyril Avery. In elk deel is het zeven jaar later. Dus na zijn geboorte en de heftige gebeurtenissen daaromheen, gaat het over Cyril als jongen van zeven. Hij woont in een groot huis bij Charles en Maude, die hem hebben geadopteerd, maar amper naar hem omkijken. In dit deel is ook de ontmoeting met Julian, die een grote rol in Cyrils leven zal spelen. Ze lijken in weinig op elkaar, maar allebei hebben ze weinig liefde gekend in hun jeugd en dat bindt de jongens. Ze zien elkaar pas zeven jaar later weer, op de kostschool waar ze jarenlang een kamer delen. Verder lezen

Tot waar we kijken kunnen – Inge van der Krabben

Tot waar we kijken kunnen gaat over Janne en haar moeder Dina, in de periode dat Janne overspannen raakt en Dina kanker blijkt te hebben. Maar Inge van der Krabben begint te vertellen ‘in medias res’, dus je valt als lezer meteen in het verhaal. Dat zorgt ervoor dat ik nieuwsgierig word en 80 bladzijden achter elkaar verslind. Drie dagen later is het boek uit.

Jannes moeder is geen prater, maar ze onderneemt graag dingen en heeft altijd haar woordje klaar. Verder lezen

De wateraap – Mariken Heitman

Nederlandse literaire debuten hebben bij mij altijd een streepje voor; ze maken me nieuwsgierig. Daarom reserveerde ik de kersverse roman De wateraap bij de bibliotheek. Dat boek begint met de dood van een vos. Elke vindt hem als ze de zomer bij Ko doorbrengt. Ko is de zus van haar oma, die wel wat hulp kan gebruiken bij het werk in haar moestuin.

Mariken Heitman schrijft compact, wat vraagt om aandachtig lezen. Het kan zomaar zijn dat ze even later op een detail terugkomt waar ik overheen gelezen had. Elke is net als de schrijver bioloog (al studeert ze nog) en er worden heel wat dieren en planten beschreven op een prachtige manier. Verder lezen

Diepe aarde – Maria Vlaar

De Biesheuvelprijs werd dit jaar gewonnen door een schrijver waar ik nog niet eerder van had gehoord: Maria Vlaar. Zij blijkt wel bekend te zijn in het boekenvak vanwege haar werk als redacteur en journalist. Diepe aarde is haar debuut. Het is een bundel van zeventien korte verhalen. In de meeste daarvan worden herinneringen worden opgehaald aan huiselijke taferelen van gezinnen die inmiddels niet meer bestaan, doordat de leden ervan gescheiden, ouder geworden of dood zijn.

Verder lezen