Hemel die nergens ophoudt – Marlen Haushofer

Hemel die nergens ophoudt vertelt over de jeugd van Meta. Het begint bij haar vroegste herinnering, als ze 2,5 jaar is, en het eindigt als ze een jaar of 12 is. Ze heet niet echt Meta, maar wordt zo genoemd naar haar favoriete sprookje. Meta is een enorme boekenwurm. Ze kan al jong lezen en haar leeshonger voert haar naar de klassieken uit de boekenkast van haar vader, die boswachter is. Het kost wel wat moeite om dat voor elkaar te krijgen, want haar moeder vindt die boeken ongeschikt voor een klein meisje. Dat is niet het enige conflict tussen moeder en dochter. Meta is geen braaf meisje dat altijd binnen zit te lezen; ze gaat ook vaak op avontuur rond de boswachterij. Haar vrienden zijn de dieren, de bomen en de grote steen. Als ze weer eens met vieze of kapotte kleren thuiskomt, verzucht haar moeder waarom ze niet eens braaf kan zijn. Ondertussen ruikt mama wel lekker en soms is er toch een moment van vrede tussen de twee. Verder lezen

The broken earth – N.K. Jemisin

Af en toe heb ik zin in een boek dat anders is dan wat ik doorgaans lees. Daarbij ga ik het liefst af op tips van anderen, zodat ik het beste van een onbekend genre kan kiezen. Daarom volgde ik het advies van twitteraar @venite op en begon aan The broken earth (De gebroken aarde), een spannende fantasyserie. N.K. Jemisin won voor elk van de drie delen een Hugo Award, een ongekende prestatie.

In het eerste boek, The fifth season, maak ik kennis met een wereld waarin aardbevingen aan de orde van de dag zijn. Dit veroorzaakt tsunami’s en vuurspuwende vulkanen. De mensheid is hierop voorbereid door grote voorraden voedsel aan te leggen en altijd een ‘runny sack’ klaar te hebben liggen. Bovendien zijn er mensen met een speciale gave: orogeny. Zij kunnen de stenen aardlagen beïnvloeden en zo aardschokken tegengaan. Verder lezen

Diepe aarde – Maria Vlaar

De Biesheuvelprijs werd dit jaar gewonnen door een schrijver waar ik nog niet eerder van had gehoord: Maria Vlaar. Zij blijkt wel bekend te zijn in het boekenvak vanwege haar werk als redacteur en journalist. Diepe aarde is haar debuut. Het is een bundel van zeventien korte verhalen. In de meeste daarvan worden herinneringen worden opgehaald aan huiselijke taferelen van gezinnen die inmiddels niet meer bestaan, doordat de leden ervan gescheiden, ouder geworden of dood zijn.

Verder lezen

Staal – Silvia Avallone

Twee zuid-Italiaanse hartsvriendinnen staan centraal in Staal. De associatie met de boeken van Elena Ferrante is snel gemaakt, maar dit debuut van Silvia Avallone was er eerder. Met haar beeldende schrijfstijl weet ze me meteen mee te slepen: ik zie de flatgebouwen aan de kust zo voor me, met spelende kinderen en flanerende pubers op het strand. Even verderop is de staalfabriek waar hun vaders werken. Het enorme terrein met ‘bunkers, bulldozers, schoorstenen, afvoerpijpen, doodlopende rails en transportbanden’ wordt op een poëtische manier beschreven, waarbij de hitte van het gesmolten staal haast voelbaar is.

Anna en Francesca wonen in dezelfde flat. Ze kennen elkaar al vanaf hun tweede. Nu zijn ze dertien jaar en onafscheidelijk. Verder lezen

Wij en ik – Saskia de Coster

In één van de villa’s op de berg woont het gezin Vandersanden: moeder Mieke, vader Stefaan en dochter Sarah. In Wij en ik staan hun gedachten en herinneringen, dingen die ze nooit aan een ander mens zouden vertellen. Naar buiten toe zijn ze immers het ideale gezin. Stefaan is manager bij een farmaceutisch bedrijf en Mieke wijdt zich aan het onderhoud en de inrichting van hun enorme huis plus tuin.

Mieke en Stefaan waren al jaren getrouwd toen Sarah geboren werd. Voor Stefaan was het de ultieme bekroning op hun geluk, maar Mieke had getwijfeld. Toch doet ze haar uiterste best om Sarah netjes op te voeden. Die moet het minstens twee weken tevoren in de familie-agenda aangeven als ze een avond op stap wil en over de tijd van thuiskomst valt ook niet te twisten. Verder lezen

De ijsdragers – Anna Enquist

Waarom spreekt het ene verhaal je wel aan en het andere niet? Op een druilerige zondag lees ik de laatste bladzijden van Het einde van de eenzaamheid van Benedict Wells. Het leest makkelijk, maar de personages zijn niet echt tot leven gekomen in mijn hoofd. Ik heb geen zin om erover te bloggen en wel behoefte aan iets heel anders. Dus ik wandel naar de boekenkast en pak De ijsdragers van de plank waar het al een tijdje staat te wachten.

Zandgrond had ze altijd gehaat hoewel veel mensen er hoog van op gaven. Het zou goed zijn voor de huid en heilzaam voor de luchtwegen. Zij verafschuwde de nonchalant neergewaaide duinen met hun kwaadaardige helmgras, ze verachtte het element dat zich zo gemakkelijk door de wind liet verspreiden, dat zo machteloos de reddende regen door zich heen liet sijpelen en zich zo kritiekloos leende voor toepassing als schuurmiddel of tijdmeter. Als kind stond zij op het strand te kijken hoe de wind enorme zandstrepen voortjoeg, zo’n tien centimeter boven de grond; ze voelde de korrels prikken tegen haar kuiten en lachte. Zinloze opwinding, kinderachtig geweld.

Dit voelt anders; het spreekt me direct aan met die natuurmetaforen. Aan het woord is Loes, docent klassieke talen, echtgenote van Nico. En moeder van Maj. Maar die komt pas later ten tonele. Eerst gaat het over het werk van Nico, die psychiater is en directeur wordt. In de even hoofdstukken lees je vanuit zijn perspectief over de ggz-instelling waarin hij alles wil veranderen. Ondertussen stort Loes zich op de tuin, waar ze ondanks de zandgrond iets van wil maken.

Verder lezen