Frida’s pijn – Slavenka Drakulić

Het leven van de Mexicaanse kunstenaar Frida Kahlo werd getekend door pijn. Als zesjarige kreeg ze kinderverlamming en moest ze maandenlang in bed blijven. Toen ze zestien was, overleefde ze op het nippertje een vreselijk busongeluk. Ze brak veel botten, onder andere in haar been en haar onderrug. De jaren erna onderging ze talloze operaties aan haar ruggengraat. Later werd haar been geamputeerd en ze moest opnieuw leren lopen met een kunstbeen, maar vaak kon ze alleen maar op bed liggen en de pijn ondergaan. Ze moest wel schilderen, om de pijn te uiten en een gezicht te geven.

Verder lezen

Een schitterend vergeten leven: de eeuw van Frieda Belinfante

Frieda Belinfante was de eerste vrouw ter wereld die de vaste dirigent werd van een professioneel orkest. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat ze in het verzet, terwijl ze zelf joods was. Toni Boumans merkt dan ook op aan het begin van haar biografie:

Ik wist (…) dat het boek niet meer zou moeten zijn dan een eenvoudige chronologische weerslag van de belangrijke momenten uit haar leven. Zonder ingewikkelde capriolen. Haar leven zelf voldeed.

Deze zin staat aan het einde van de proloog, die ik een beetje lastig vind. Er worden namelijk veel mensen in geïntroduceerd: auteur Toni Boumans vertelt aan Frieda’s Californische vriendin Bobbie over Frieda’s voorouders. Zij waren Sefardische joden en de muzikaliteit gaat een paar generaties terug. Gelukkig is de rest van het boek chronologisch ingedeeld. Frieda’s leven blijkt inderdaad spannend genoeg om me steeds te blijven boeien.

Verder lezen

Becoming – Michelle Obama

Becoming is de autobiografie van de eerste zwarte presidentsvrouw van de Verenigde Staten van Amerika. Michelle Obama woonde acht jaar in het Witte Huis. Het was verre van vanzelfsprekend dat ze daar belandde. Ze groeide op in het zuiden van Chicago. Dat zegt mij weinig, maar Michelle legt uit hoe snel de buurt veranderde: toen ze kleuter was, zat ze met kinderen van diverse achtergronden in de klas, maar tien jaar later had ze geen witte klasgenoten meer. Op straat en in de bus leerde ze al vroeg om alert te zijn. Thuis bleef het fijn, met talloze familieleden om zich heen. Michelle vertelt het met veel details en in het begin ga ik tergend langzaam door de bladzijden. Soms ken ik bepaalde Amerikaanse termen niet, zoals namen van winkels of woorden die met het schoolsysteem te maken hebben. Maar het is en blijft steeds boeiend.

Verder lezen

Herinneringen – Aletta Jacobs

Aletta Jacobs (1854-1929) was de eerste vrouwelijke arts in Nederland. Ze stond ook aan het hoofd van de strijd voor het vrouwenkiesrecht in ons land. Tegen het einde van haar leven heeft ze haar levensloop zelf beschreven onder de titel Herinneringen. Het ouderwetse Nederlands komt elegant over en is nog prima te volgen. In de uitgave die ik heb gelezen, is de spelling aangepast naar die van onze tijd. Ook heeft redacteur Mia Meijer een voorwoord toegevoegd, maar ik ben veel te nieuwsgierig en haast me naar de inleiding van Aletta zelf. Daarin laat ze weten dat vrouwen hun leven meer zullen waarderen als ze door dit boek beseffen hoe de vrouwen voor hen hebben geleefd, wat ik kan beamen. Bovendien vindt ze dat de rol van vrouwen in grote maatschappelijke veranderingen onderbelicht is en daarom wil ze vastleggen hoe de vrouwenbeweging destijds te werk ging.

Verder lezen

Raadselvader – Jolande Withuis

Socioloog Jolande Withuis had al diverse boeken, waaronder biografieën, op haar naam staan toen ze de tijd rijp vond om te schrijven over haar eigen vader. Hij was overtuigd communist en dat heeft een enorme stempel op Jolandes jeugd gedrukt. In Raadselvader gaat ze op zoek naar wie haar vader Berry Withuis echt was. Tussen de verhalen over haar vader door vertelt ze over de invloed die hij op haar leven had, als kind maar ook daarna. Verder lezen

Bakhita – Véronique Olmi

Het levensverhaal van Bakhita begint in Soedan in de negentiende eeuw, waar ze geboren wordt tegelijk met haar tweelingzusje. Als kind speelt ze onder de Afrikaanse zon. Ze is bang voor slangen, maar verder voelt ze zich veilig in haar gezin: haar moeder die ’s ochtends naar de zonsopgang kijkt, haar zusjes en broertjes waar ze mee speelt, haar vader die de broer is van het dorpshoofd. Toch weet ze niet meer hoe ze toen genoemd werd. De naam die haar ouders haar gaven, is ze vergeten. Want als ze een jaar of zeven is, wordt ze uit het dorp geroofd door slavenhandelaren. Verder lezen

Boek der omzwervingen – Konstantin Paustovski

In het zesde en laatste deel van zijn autobiografie reist Konstantin Paustovski naar allerlei uithoeken van de Sovjet-Unie. Het begint echter treurig, met de dood van zijn moeder en zijn zus. Nu heeft hij geen familie meer. Dat ontheemde gevoel komt verder niet meer aan bod. Het lijkt wel of mede-schrijvers zijn familie zijn geworden: journalisten die hij ontmoet op de redactie van kranten, en later mensen die hij ontmoet in een zomerhuis dat speciaal voor schrijvers is bedoeld, om aan een boek te kunnen werken. De stukken over de schrijvers vind ik echter niet zo heel interessant; die lees ik wat vluchtiger door.

Door de vele plekken waar Paustovski woont, is het boek nogal fragmentarisch van opzet. In elk hoofdstuk zit hij weer ergens anders. Een aantal keren verwijst hij naar andere boeken, die hij eerder heeft geschreven en waar ook autobiografische elementen in zitten. Verder merkt hij zelf op dat hij af en toe afdwaalt, waarbij hij excuses maakt aan de lezer. Er zijn wel weer een aantal prachtige beschrijvingen van de natuur en de lokale bevolking bij, die helemaal tot hun recht komen in de sublieme vertaling van Wim Hartog.

Toch heeft dit zesde deel veel indruk op mij gemaakt en dat komt door de hoofdstukken over Lenin en Stalin. Hiervan is een deel oorspronkelijk gecensureerd, maar ze zijn teruggevonden en in de recente heruitgave van Van Oorschot opgenomen. Verder lezen

De sprong naar het zuiden – Konstantin Paustovski

Met deel vijf nader ik het einde van Konstantin Paustovski’s autobiografie in zes delen. Toch is Paustovski pas net dertig, want het is 1923. Aan het begin van De sprong naar het zuiden is hij nog op het schip waarmee deel vier eindigde. Ze varen over de Zwarte Zee en doen de haven van Soechoem aan. Op dat moment is Abchazië in quarantaine vanwege nare besmettelijke ziektes, althans, dat beweert men. Het is dus niet de bedoeling dat mensen er van boord gaan, maar Paustovski krijgt het voor elkaar dat hij toch even een uurtje aan wal mag. Zijn koffer moet achterblijven, om ervoor te zorgen dat hij wel weer terugkomt. Gelukkig heeft hij wel geld bij zich en hij besluit om een tijdje in dat bijzondere land te vertoeven.

Voor mij was toentertijd alles vreemd in Abchasië, de bergen, de rivieren, de plantengroei, de mensen. De reusachtige bergtoppen waarvan ik de namen nog niet kende, tekenden zich het scherpst af tijdens de zonsondergang. In het licht van de ondergaande zon gloeiden hun ijzige tanden als kolen. (…)
Deze eerste, enigszins onheilspellende indruk van de bergen veranderde pas in de lente toen ik diep in Abchasië doordrong en de bergen in hun volle schoonheid met hun beukenbossen, schuimende rivieren en wildwoekerende begroeiing aanschouwde.
Ik kende niemand in Soechoem en zwierf vaak in mijn eentje in de omgeving van de stad rond. Ik durfde niet ver weg te gaan.

Verder lezen

De tijd van de grote verwachtingen – Konstantin Paustovski

Het vierde deel van Konstantin Paustovski’s autobiografie speelt zich bijna helemaal af in Odessa rond 1920. De stad is geblokkeerd en de mensen kunnen geen kant op. Ze lijden honger en kou. Maar terugkijkend weet Paustovski vooral de mooie momenten te herinneren.

De tijd heeft van vroegere zorgen en noden reeds lang de scherpe kantjes afgeslepen. Het geheugen keert er slechts met tegenzin naar terug en geeft de voorkeur aan de gelukkige herinneringen van het verleden met zijn schaarse vrolijke momenten, die in de loop van de jaren hun volle omvang en betekenis hebben gekregen. Tyfus noch honger, ons ijzige kamertje noch de totale onzekerheid over de dag van morgen heeft ons geloof in een gelukkig lot voor ons volk kapot kunnen maken.

Verder lezen

Begin van een onbekend tijdperk – Konstantin Paustovski

Vorig jaar las ik het prachtige eerste deel over de jeugd van Konstantin Paustovski en het indrukwekkende tweede deel over zijn studententijd (waarin amper wordt gestudeerd). Het derde deel van zijn autobiografie is getiteld Begin van een onbekend tijdperk en speelt zich af in 1917, tijdens de Russische revolutie. De mensen leven in enorme onzekerheid over de meest basale dingen: waar haal ik vandaag eten vandaan en hoe veilig is de plek waar ik nu woon? Paustovski vertrekt op een gegeven moment van Moskou naar de Oekraïne, waar zijn zus en moeder al naartoe zijn gevlucht. Zijn reizen leveren ongelooflijke verhalen op, bijvoorbeeld hoe het was in een goederentrein die in 18 dagen van Kiev naar Odessa reed. Ik heb even opgezocht hoe lang dat is: amper 500 kilometer. Maar in oorlogstijd mag je al blij zijn als je zo’n rit overleeft. Paustovski lijkt het geen probleem te vinden om steeds te verhuizen, maar er is een grens: hij gaat niet buiten Rusland. Hij houdt van zijn enorme, uitgestrekte land, al is het er zo zwaar en gebeuren er absurde dingen. Als het fictie was, zou het ongeloofwaardig zijn, zo vaak ontloopt hij de dood op het nippertje.

Verder lezen