Het paradijs ontvlucht – Adriënne Nijssen

Toen ik in een studentenflat woonde, had ik eens een huisgenoot die bij de Jehova’s Getuigen bleek te horen. Zelf bezocht ik in die tijd kerken van allerlei stromingen en ik vond het dan ook interessant om met deze jongen in gesprek te gaan. Wat mij opviel, was dat hij steeds in de wij-vorm sprak: ‘Wij vinden dit…’ Ik vroeg: ‘Maar wat vind jij er dan van, wat betekent het voor jou?’ Daar kwam geen antwoord op.

Dat Jehova’s Getuigen gepaste antwoorden moeten geven en niet zelf leren denken, vertelt ook Ingrid Keessen in Het paradijs ontvlucht. Ze groeide op in deze gesloten gemeenschap, trouwde en kreeg kinderen. Maar het ging niet goed met haar. Ingrid probeerde een paar keer zelfmoord te plegen en zocht uiteindelijk hulp in de reguliere geestelijke gezondheidszorg, iets waar de Getuigen nogal huiverig tegenover staan. Bij de groepstherapie kwam er een vrouw binnenlopen waar Ingrid verliefd op werd. Ze besloot het op te biechten aan de ouderlingen. Zo kon het niet langer: ze was lesbisch en wilde zichzelf worden. Ingrid werd uitgesloten en verloor alles wat ze had.

Verder lezen

Onorthodox – Deborah Feldman

Deborah Feldman is opgegroeid bij de Satmar, een grote chassidisch-joodse gemeenschap in New York. Als 23-jarige is ze daar weggegaan en in Onorthodox vertelt ze het waargebeurde verhaal van haar jeugd.

Devoiri woont bij haar opa en oma, want haar vader is zwakbegaafd en haar moeder is uit de gemeenschap gestapt. Daarmee is zij een uitzondering, want verder schikt iedereen zich in de strenge regels en gewoontes. Devoiri krijgt te horen dat de Holocaust een straf van God was, omdat de joden niet vroom genoeg leefden. Daarom proberen de chassieden zich zo goed mogelijk aan de regels uit de Thora en de Talmoed te houden. Het meest opvallend is de kleding: zwart-wit met een hoed voor de mannen, lange rokken en een pruik voor de vrouwen. Er wordt vooral Jiddisch gesproken en uiteraard moet het eten koosjer zijn. De cultuur wordt beeldend beschreven en de vertaling van Patricia Piolon is oké.

Verder lezen

Wij zijn licht – Gerda Blees

Na bundels van sterke verhalen en mooie gedichten (waar ik nog in bezig ben) is de eerste roman van Gerda Blees uitgekomen. Ze heeft dit boek gebaseerd op een nieuwsbericht over een woongroep, waarvan één van de leden is overleden en de anderen daarom zijn gearresteerd. Het verhaal begint in de nacht dat Elizabeth sterft en eindigt als de drie andere huisgenoten weer thuis zijn, waarbij twee van de drie aarzelen of ze hier willen blijven wonen. De structuur is opvallend: elk van de 25 hoofdstukken begint met ‘Wij zijn …’ en daarop kan van alles volgen: ‘Wij zijn de nacht’, ‘Wij zijn de plaats delict’, ‘Wij zijn de raadsvrouw’, ‘Wij zijn de slowjuicer’. Zo wisselt het perspectief steeds.

Verder lezen

Een heel bijzonder meisje – Anna van Praag

In Een heel bijzonder meisje kijkt Alicia terug op een geweldige periode in haar leven. Een aantal jaren achter elkaar ging ze elke zomer met haar ouders naar een Italiaans vakantie-eiland, waar veel andere gezinnen waren. Ze beschrijft het op een poëtische manier: de zon zakt in de zee en iedereen is gelukkig. Af en toe spreekt ze iemand toe in de jij-vorm, dat blijkt Sofía te zijn. Zij is het stralend middelpunt van de gemeenschap waar Alicia’s ouders bij horen. Gedurende het hele boek vraag ik me af wat het nu eigenlijk voor club is. Eerst denk ik dat het over een sekte gaat omdat er een duidelijke leider is, maar er lijken juist heel weinig regels te zijn. Het lijkt meer op een soort hippie-commune. Er worden veel feesten gehouden met drank en pillen, ook de jonge tieners doen mee. Maar er worden ook een soort psychologische confronterende gesprekken gevoerd, waarbij één van de leden op het podium met Sofía praat en de anderen toekijken.

een-heel-bijzonder-meisje

Verder lezen