Apostelkind – Renske Doorenspleet

Renske Doorenspleet leefde als kind in twee werelden: ze ging gewoon naar school, maar daar vertelde ze niemand dat zij en haar familie lid waren van het Apostolisch Genootschap. En als ze op zondag in haar nette jurk naar het Gebouw fietste, werd daar niet gesproken over wat mensen voor beroep uitoefenden. Toen ze 25 jaar was, stapte Renske uit het Genootschap. Als veertiger merkt ze dat ze het nog steeds niet helemaal heeft losgelaten. Regelmatig komen er nog liedteksten van vroeger naar boven. Wat is er eigenlijk allemaal gebeurd? En kloppen haar herinneringen wel? Ze gaat op onderzoek uit, in haar eigen archieven en andere bronnen, met het boek Apostelkind als resultaat.

Het Apostolisch Genootschap lijkt op het eerste gezicht op een kerk, met vieringen waarin gezongen en gepreekt wordt. De centrale figuur is de Apostel, een man die zichzelf als hedendaagse Christus ziet en die algehele overgave en gehoorzaamheid vraagt. De leden van het Genootschap zijn veel tijd kwijt aan hun lidmaatschap, want naast de zondagse diensten moet er worden geoefend met het koor en gewerkt aan grote theaterproducties. Die worden geregisseerd vanuit Bussum, waar de Apostel woont en Renske met haar ouders en zusje ook.

De geschiedenis van het Apostolisch Genootschap wordt uitgebreid beschreven en ik vind het boeiend om te lezen, omdat er in korte tijd vrij veel veranderde binnen de beweging, die in de eerste helft van de twintigste eeuw was gegroeid tot 30.000 leden. Renske vertelt tussendoor over haar zoektocht en wisselt af met een soort dagboekfragmenten, die ze later heeft geschreven om haar herinneringen op een rijtje te zetten.

In de tweede helft van het boek vind ik het wel veel worden, al die teksten en verhalen over toneelstukken en dansjes en koorzang. Het past wel bij de beleving van Renske in die tijd. Ze ‘mogen’ naar het Gebouw en het is allemaal zo ‘fijn’. Maar wat nou als je dat niet zo ervaart? Renske houdt helemaal niet van dansen, ze kan niet zo goed zingen en als ze af en toe een vraag stelt, wordt dat haar niet in dank afgenomen. Maar ze heeft geen keus. In september krijgt ieder een rol toebedeeld voor het kerststuk en daar moet je dan maandenlang voor oefenen. Op kringen leren kinderen het gedachtegoed van de Apostel.

‘Wij leven in het nu,’ is de nieuwe mantra van het genootschap, ‘ons geloof is praktisch en beweegt mee met de huidige tijd.’ Zo wordt het verleden bedolven onder de dikke deken van het heden en wordt er gezwegen.

Als twintiger slaat de twijfel echt toe bij Renske. Ze laat zich wel confirmeren en wordt zo officieel lid van het genootschap. Maar een paar jaar later besluit ze samen met haar man om eruit te stappen.

Tijdens het schrijven van dit boek praat Renske voor het eerst met haar goede vriendin Kim over hoe die haar jeugd in het Genootschap heeft ervaren en welke invloed het nog heeft.

Soms denk ik dat ik misschien toch zo’n groep nodig heb, zo’n gemeenschap die je kan troosten. Ik weet dat dat onzin is, maar ik denk het toch heel even. Of dan ben ik bang dat ik iets fundamenteels mis in mijn leven, dat ik niet zinvol bezig ben en dat ik me moet inzetten voor een hoger doel ofzoiets.

Wow, dat herken ik! Het opgroeien in een religieuze organisatie heeft mooie kanten, maar kan ook negatieve invloed hebben.

Pas later vroeg ik me af in hoeverre we in democratieën moeten toestaan dat kinderen opgroeien in zulke gesloten, autoritaire groepen, terwijl ze tevens hun weg moeten vinden in het openbare leven van een vrij en open land.

De publicatie van dit boek heeft veel losgemaakt bij leden en ex-leden van het Apostolisch Genootschap. Veel mensen herkennen zich erin, anderen geven aan dat er inmiddels veel is veranderd. Het lijkt er inderdaad op dat ze meer naar buiten willen treden. De kinderen die er nu mee opgroeien, hoeven op zaterdag niet naar het Gebouw en kunnen dan bijvoorbeeld gaan sporten. Op de website van het Apostolisch Genootschap zie ik een club van maatschappelijk betrokken mensen. Als ik op youtube een stukje van een landelijke dienst bekijk, is het net zo saai als een gemiddelde kerkdienst. Ook bij hen heeft de vergrijzing toegeslagen. Ik vraag me af of het wel kan: een religie zonder al te veel dogma’s die tegelijkertijd genoeg bindt om een stabiele gemeenschap te houden.

Luister ook naar deze radiodocumentaire naar aanleiding van dit boek.

2 gedachtes over “Apostelkind – Renske Doorenspleet

  1. Hoi Barbara, wat ben ik blij dat in mijn leven godsdienst maar een heel kleine rol heeft gespeeld. Mijn ouders waren katholiek. Dat hield in dat ik tijdens de lagere schoolperiode iedere zondagochtend naar de kerk ging met mijn ouders en mijn zus. In de 2e klas deed ik communie en in de 6e klas deed ik vormsel. Dat was de laatste gelegenheid dat ik naar een gewone kerkdienst ben geweest. Eerlijk gezegd vind ik religie en zeker georganiseerde religie een grote bak flauwekul. Maar ja, gelukkig heeft iedereen (althans hier in Nederland) recht op zijn eigen geloof, zolang gelovigen mij als ongelovige maar niet lastig vallen met hun geloof. Groetjes, Erik

    Like

    • Daar denken wij dan anders over, want religie is in mijn ogen heel waardevol: het helpt mensen om hun leven zin te geven en om belangrijke gebeurtenissen te markeren met rituelen. Maar het kan helaas ook beklemmend worden, zoals in dit boek.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.