De stilte van Thé – Marie de Meister

In 1941 schrijft Thé voor het eerst een brief aan haar zus Magda, die is ingetreden in een klooster. Twee bladzijden later springt het verhaal naar een non in 1994, waar Sophie Keller een reportage over maakt. Wat de band is tussen Sophie en Thé ontdek ik pas een heel stuk verderop in het boek. Marie de Meister zet eerst een aantal verhaallijnen uit, met flashbacks naar Sophies jeugd in een pleeggezin, haar studententijd en het recente verleden met haar vriend Baauwe. Dat zijn dus in totaal vijf tijdstippen! Het is maar goed dat ik meteen een bladzijde of 70 lees, zodat ik de opzet ongeveer door heb.

Verder lezen

Lalagè leest ook poëzie

Poëzie blijft lastig, schreef ik al eerder. En toch blijf ik het proberen, omdat ik ook een paar keer fantastische gedichten heb gelezen en dat wil ik weer. Soms lees ik een gedichtenbundel, of een halve. Zo las ik de afgelopen tijd:

  • De volgende scan duurt vijf minuten – Lieke Marsman
  • Hoe ik een bos begon in mijn badkamer – Maartje Smits (met foto’s erbij)
  • de helft van Hier kijken we naar – Hannah van Wieringen
  • De herinneringen zien mij – Tomas Tranströmer

Erover bloggen is lastig, maar in het kader van Sandra’s poëzieweek krijgen jullie dit artikel voorgeschoteld. Verder lezen

All the birds, singing – Evie Wyld

Jake is schapenboer op een Brits eiland. De laatste tijd is er twee keer een schaap van haar ’s nachts doodgebloed. Ze weet niet hoe dat komt: is het een vos? Of zijn het de tieners uit de buurt, die haar vreemd aankijken? Ze woont al een paar jaar op het eiland, maar heeft weinig contact met anderen. In de oneven hoofdstukken lees ik over Jakes leven met de schapen. In de even hoofdstukken gaat het over haar verleden in Australië, in omgekeerd chronologische volgorde. Waar ik normaal benieuwd ben hoe het verhaal verdergaat, wil ik nu steeds weten wat hieraan vooraf gegaan is. Hoe is het zover gekomen? Waarom is Jake naar Groot-Brittannië verhuisd? Ze is waarschijnlijk gevlucht, maar waarvoor?

Verder lezen

Onder het ijs – Ellen de Bruin

Bas Fretz is nog maar 21 jaar als ze mee mag met een wetenschappelijke missie naar de Noordpool, per schip. Dat klinkt geweldig, maar de reden dat zij met deze reis meegaat is heel verdrietig: haar promotor Reinier is onverwacht overleden. Bas kon het heel goed met hem vinden en was stiekem verliefd op hem, maar nu zal ze er nooit achterkomen of hij ook van haar hield. En daar zit ze dan een maand lang op dat schip met een groep toponderzoekers, om Reiniers onderzoek voort te zetten.

Het eerste hoofdstuk grijpt me meteen aan. Iemand filosofeert over de dood, op een poëtische manier. Ellen de Bruin laat me als lezer nog even in het ongewisse waar ze heengaat. In het hoofdstuk erna is Bas op Spitsbergen en in flashbacks wordt duidelijk hoe haar band met Reinier was. Ze deden samen onderzoek naar eencellige fossieltjes. Nu moet zij alleen verdergaan, want de andere onderzoekers uit de vakgroep richten zich op blaadjes en niet op diertjes. De missie naar de Noordpool is bedoeld om onderzoek te doen naar welke fossielen daar voorkomen, om iets te kunnen zeggen over klimaatveranderingen miljoenen jaren geleden.

Verder lezen

Boek der omzwervingen – Konstantin Paustovski

In het zesde en laatste deel van zijn autobiografie reist Konstantin Paustovski naar allerlei uithoeken van de Sovjet-Unie. Het begint echter treurig, met de dood van zijn moeder en zijn zus. Nu heeft hij geen familie meer. Dat ontheemde gevoel komt verder niet meer aan bod. Het lijkt wel of mede-schrijvers zijn familie zijn geworden: journalisten die hij ontmoet op de redactie van kranten, en later mensen die hij ontmoet in een zomerhuis dat speciaal voor schrijvers is bedoeld, om aan een boek te kunnen werken. De stukken over de schrijvers vind ik echter niet zo heel interessant; die lees ik wat vluchtiger door.

Door de vele plekken waar Paustovski woont, is het boek nogal fragmentarisch van opzet. In elk hoofdstuk zit hij weer ergens anders. Een aantal keren verwijst hij naar andere boeken, die hij eerder heeft geschreven en waar ook autobiografische elementen in zitten. Verder merkt hij zelf op dat hij af en toe afdwaalt, waarbij hij excuses maakt aan de lezer. Er zijn wel weer een aantal prachtige beschrijvingen van de natuur en de lokale bevolking bij, die helemaal tot hun recht komen in de sublieme vertaling van Wim Hartog.

Toch heeft dit zesde deel veel indruk op mij gemaakt en dat komt door de hoofdstukken over Lenin en Stalin. Hiervan is een deel oorspronkelijk gecensureerd, maar ze zijn teruggevonden en in de recente heruitgave van Van Oorschot opgenomen. Verder lezen

De sprong naar het zuiden – Konstantin Paustovski

Met deel vijf nader ik het einde van Konstantin Paustovski’s autobiografie in zes delen. Toch is Paustovski pas net dertig, want het is 1923. Aan het begin van De sprong naar het zuiden is hij nog op het schip waarmee deel vier eindigde. Ze varen over de Zwarte Zee en doen de haven van Soechoem aan. Op dat moment is Abchazië in quarantaine vanwege nare besmettelijke ziektes, althans, dat beweert men. Het is dus niet de bedoeling dat mensen er van boord gaan, maar Paustovski krijgt het voor elkaar dat hij toch even een uurtje aan wal mag. Zijn koffer moet achterblijven, om ervoor te zorgen dat hij wel weer terugkomt. Gelukkig heeft hij wel geld bij zich en hij besluit om een tijdje in dat bijzondere land te vertoeven.

Voor mij was toentertijd alles vreemd in Abchasië, de bergen, de rivieren, de plantengroei, de mensen. De reusachtige bergtoppen waarvan ik de namen nog niet kende, tekenden zich het scherpst af tijdens de zonsondergang. In het licht van de ondergaande zon gloeiden hun ijzige tanden als kolen. (…)
Deze eerste, enigszins onheilspellende indruk van de bergen veranderde pas in de lente toen ik diep in Abchasië doordrong en de bergen in hun volle schoonheid met hun beukenbossen, schuimende rivieren en wildwoekerende begroeiing aanschouwde.
Ik kende niemand in Soechoem en zwierf vaak in mijn eentje in de omgeving van de stad rond. Ik durfde niet ver weg te gaan.

Verder lezen