Barsten – Marlies Allewijn

Het is 1967 en Sari is zeventien jaar. Ze woont in een dorp aan de Zeeuwse kust. Haar ouders zijn erg streng, met name haar vader. Gelukkig is die door de week uit vissen. Marlies Allewijn beschrijft goed hoe beklemmend de sfeer is. Als Sari bijvoorbeeld een keer een ijsje gaat eten met een jongen uit het dorp, dan krijgt ze thuis meteen een preek, want natuurlijk heeft iemand ze gezien en dat doorgebrieft aan haar ouders. Sari’s zus Els is inmiddels getrouwd. Zij voldoet wel aan het ideale plaatje. Sari mocht naar de mulo, maar daarna moest ze gaan werken in het havenkantoor. Daar is genoeg te doen, want er komen steeds meer toeristen met de veerboot naar het dorp.

Op een zomerse dag staat er een jongen aan Sari’s balie in het havenkantoor. Hij vraagt de weg en Sari flapt eruit dat ze wel even mee zal lopen, want ze moet toch die kant op. Meteen heeft ze spijt, want stel dat haar ouders te weten komen dat ze met een vreemde jongen op straat loopt? De jongen, die Pieter heet, haalt haar over. Hij is heel anders dan Sari gewend is: zo uitbundig en totaal niet gevoelig voor wat ‘hoort’. Later komen ze elkaar nog eens tegen en in de twee resterende weken van Pieters vakantie zien ze elkaar elke dag.

Ik had vast ooit gelezen waar het boek verder over gaat, maar vond het prettig dat ik dat niet meer wist toen ik het begon te lezen. Om je een goed beeld te geven, ga ik hierna wel wat verklappen.

Verder lezen

Onheilsdochter – Jean-Claude van Rijckeghem

Yrsa is een Vikingsdochter. Ze woont in een dorp met vijf huizen: Mimirs Krukje, genoemd naar de enorme steen waar volgens de overlevering een reus op uitrustte. Yrsa’s vader is de stuurman. Haar moeder is overleden en ze woont met haar stiefmoeder, broertjes en oma. In de andere huizen wonen haar ooms en neven. Op één van die neven, Nokki, is Yrsa stiekem verliefd. Ze zoenen weleens bij het boothuis. Maar oma Gudrun wil haar liever uithuwelijken aan een rijke jongen.

In het begin van Onheilsdochter is het opletten geblazen, want er worden veel namen genoemd. Jean-Claude van Rijckeghem beschrijft hoe de wereld van Yrsa eruitziet, klinkt, ruikt en voelt.

Verder lezen

Allemaal willen we de hemel – Els Beerten

Vier Vlaamse jongeren maken de Tweede Wereldoorlog mee. Drie komen uit hetzelfde gezin: Jef, Renée en de kleine Remi. De vierde is hun goede vriend Ward. Die heeft tijdens de oorlog zoveel fout gedaan dat hij inmiddels met een andere identiteit in Duitsland woont. Jef weet dingen die niemand anders weet, behalve Ward. Zal de waarheid over Ward en Jef boven tafel komen?

In het begin vind ik het nogal ingewikkeld: vier perspectieven plus veel tijdssprongen, heen en weer. Dit is een D-boek, maar je moet wel een geoefend lezer zijn om dit goed te kunnen volgen. Mij lukt het ook aan het eind van het boek nog niet helemaal. Soms staat er een jaartal boven een hoofdstuk en dan vermoed ik dat de hoofdstukken erna ook over die periode gaan. Wie er aan het woord is, weet je soms pas na een bladzijde gelezen te hebben. Voor de spanningsopbouw zijn deze wisselingen in perspectief en tijd essentieel.

Verder lezen

Schaduwliefde – Ruta Sepetys

Tijdens de Tweede Wereldoorlog hadden de Duitsers concentratiekampen, maar ook de Russen deporteerden vele miljoenen mensen om in erbarmelijke omstandigheden voor ze te werken. In Litouwen is Lina is vijftien jaar als ze in haar nachthemd wordt meegenomen, samen met haar moeder en haar broertje Jonas van tien. Het is avond en hun vader is die dag niet thuisgekomen van zijn werk aan de universiteit. Ze worden naar het station gebracht en brengen dagenlang door in een vieze treinwagon. Ze krijgen amper te eten en de eerste doden vallen.

Verder lezen

IJzerkop – Jean-Claude van Rijckeghem

Stans is achttien en dat betekent dat ze aan trouwen toe is, maar aan het begin van het boek woont ze bij haar ouders, waar ze al haar tijd aan het huishouden besteedt. Toch weet ze er af en toe tussenuit te piepen. Haar broertje Pier is vier jaar jonger en krijgt toch regelmatig de opdracht om zijn zus in de gaten te houden. Stans is stoer en onstuimig; Pier is braaf en onhandig. Verder lezen

Een meisje in het leger van Napoleon, zo luidt de ondertitel van IJzerkop. Oorlogsverhalen trekken me niet direct, maar Marcella blogde al enthousiast over deze genomineerde voor de Woutertje Pieterseprijs, dus ik ben klaar voor een spannend verhaal. Maar Jean-Claude van Rijckeghem bouwt het rustig op en het duurt wel honderd bladzijden voordat het meisje het leger in gaat. Eerst wordt uitgebreid beschreven hoe het leven van Stans en haar broertje Pier in Gent eruitziet voordat ze op avontuur gaan.

Stans is achttien en dat betekent dat ze aan trouwen toe is, maar aan het begin van het boek woont ze bij haar ouders, waar ze al haar tijd aan het huishouden besteedt. Toch weet ze er af en toe tussenuit te piepen. Haar broertje Pier is vier jaar jonger en krijgt toch regelmatig de opdracht om zijn zus in de gaten te houden. Stans is stoer en onstuimig; Pier is braaf en onhandig. Verder lezen