Diepe aarde – Maria Vlaar

De Biesheuvelprijs werd dit jaar gewonnen door een schrijver waar ik nog niet eerder van had gehoord: Maria Vlaar. Zij blijkt wel bekend te zijn in het boekenvak vanwege haar werk als redacteur en journalist. Diepe aarde is haar debuut. Het is een bundel van zeventien korte verhalen. In de meeste daarvan worden herinneringen worden opgehaald aan huiselijke taferelen van gezinnen die inmiddels niet meer bestaan, doordat de leden ervan gescheiden, ouder geworden of dood zijn.

Verder lezen

De kellner en de levenden – Simon Vestdijk

Al een tijdje had ik het voornemen om weer eens iets van Simon Vestdijk te lezen, omdat ik De koperen tuin als tiener mooi vond. Dus toen Sue vroeg wie er zin had om tegelijk met haar De kellner en de levenden uit 1949 te lezen, besloot ik om mee te doen.

Na een paar bladzijden ben ik al totaal de kluts kwijt. Ik ben moe en het duizelt me van de personages, de lange zinnen en de moeilijke woorden. De volgende dag begin ik opnieuw, maar dan aandachtiger.

Laat in de avond staan twee agenten bij een flatgebouw. Twaalf bewoners worden gesommeerd om mee te komen en in een bus te stappen. Verder lezen

De moeder van Ikabod & andere verhalen – Maarten ’t Hart

In 2018 won Maarten ’t Hart de Biesheuvelprijs met zijn verhalenbundel De moeder van Ikabod. Ik had echter net Magdalena gelezen, waarin ’t Hart in herhaling valt en te veel blijft zeuren over wat er allemaal niet klopt aan de bijbel en het christelijk geloof. Daardoor bleven de verhalen in de kast staan. Terwijl ik wachtte op de nieuwe winnaar van de Biesheuvelprijs, las ik ze alsnog.

Verder lezen

Wij en ik – Saskia de Coster

In één van de villa’s op de berg woont het gezin Vandersanden: moeder Mieke, vader Stefaan en dochter Sarah. In Wij en ik staan hun gedachten en herinneringen, dingen die ze nooit aan een ander mens zouden vertellen. Naar buiten toe zijn ze immers het ideale gezin. Stefaan is manager bij een farmaceutisch bedrijf en Mieke wijdt zich aan het onderhoud en de inrichting van hun enorme huis plus tuin.

Mieke en Stefaan waren al jaren getrouwd toen Sarah geboren werd. Voor Stefaan was het de ultieme bekroning op hun geluk, maar Mieke had getwijfeld. Toch doet ze haar uiterste best om Sarah netjes op te voeden. Die moet het minstens twee weken tevoren in de familie-agenda aangeven als ze een avond op stap wil en over de tijd van thuiskomst valt ook niet te twisten. Verder lezen

De lichtstraat – Fleur Bourgonje

In De beste 100 gedichten voor de VSB poëzieprijs 2012 kwam ik een gedicht van Fleur Bourgonje tegen dat me erg aansprak. Het heet Bloedafname en begint zo:

Kijk hier staan ze in de rij met hun bloed.
Ze willen het niet kwijt maar
het moet bekeken, uitvergroot, verdeeld
in slecht en goed, overdaad
aan wit of armoe rood. Bezinking
wordt gemeten.

(…)

Verder lezen

Een Spaans hondje – Rascha Peper

In Een Spaans hondje staan drie broers centraal, vlak na het overlijden van hun moeder. Victor, de oudste, werd net als hun vader architect. Maar nu doet hij de financiën in het bedrijf van zijn broer Jasper, dat zandsculpturen bouwt. Victor is introvert en lijkt de meeste moeite te hebben met het feit dat zijn moeder niet meer bij hen is. Jasper is juist een extraverte netwerker, die de zaak draaiend wil houden en doorgaat met het organiseren van feestjes. En dan is er nog het nakomertje, Felix. Hij is wiskundige en de meest excentrieke van het stel, met zijn wilde haardos en allerlei tics. Daarom neemt hij medicijnen, maar zijn werk lukt dan minder goed en daarom doet hij ook periodes zonder. Zijn kunstzinnige vriendin Pleuntje houdt van Felix zoals hij is en wit geduldig de muur als die na een paar maanden weer helemaal afgesleten is, doordat Felix die veelvuldig moet aanraken. Rascha Peper beschrijft deze liefde op een geweldige manier en ik zit vaak met een glimlach in de trein te lezen: Verder lezen

Het vogelhuis – Eva Meijer

Gwendolen Howard groeit op in een welgesteld gezin in Wales, waar aandacht is voor de natuur. Haar vader verzorgt vaak gevallen vogeltjes in een kartonnen doosje, totdat ze weer zelf verder kunnen. Hij is een bekend dichter en mensen komen van heinde en verre naar zijn salonavondjes, om te luisteren naar poëzie en muziek. Len speelt viool en moet ook altijd optreden. Toch ligt het niet voor de hand dat ze als jonge vrouw in haar eentje naar Londen vertrekt om viool te studeren aan het conservatorium. Via een vriend van haar vader krijgt ze een baan in een orkest. Maar ze mist de vogels. Er zijn er wel een paar in de Londense parken, maar het is niet te vergelijken met de band die ze vroeger thuis met bepaalde vogels had. Vioolspelen is heel belangrijk voor Len, maar haar grootste liefde is voor de vogels; daar wil ze haar leven aan wijden, door onderzoek te doen. En dan niet in een laboratorium, maar in de natuurlijke situatie.

Verder lezen