15 eeuwen Nederlandse taal – Nicoline van der Sijs

De enige taal die niet verandert is een dode taal.

Nicoline van der Sijs laat aan het begin van dit boek al merken hoe ze naar het Nederlands kijkt: niet als taalpurist die anderen verbetert, maar met verwondering over hoe dynamisch taal is. Zelf kan ik me wel ergeren aan taalfouten, maar taalkundigen (zoals ook Marc van Oostendorp) helpen om er mild naar te kijken. Die foutjes ontstaan immers niet willekeurig; er zijn trends in te ontdekken. En als een afwijkende vorm maar vaak genoeg wordt gebruikt, zal die uiteindelijk worden overgenomen door anderen en opgenomen in de standaardtaal.

Onze Nederlandse taal is niet uit de lucht komen vallen. 15 eeuwen Nederlandse taal begint bij het Indo-Europees, waaruit door migratie van mensen het West-Germaans ontstond. Daarna komt het Oudnederlands in de Middeleeuwen. En zo wordt elk hoofdstuk een tijdvak besproken, met de bijbehorende taalverschijnselen. Dat begint steeds met de historische context van die periode, wat ik al zo knap beschreven vind. Het is toegankelijk voor een leek en tegelijk erg informatief. Na de geschiedenis worden achtereenvolgens de veranderingen behandeld in klank, spelling, verbuigingen en vervoegingen, samenstellingen en afleidingen, leenwoorden en zinsbouw. Dat ik dit zo kan opnoemen is te danken aan de heldere inleiding.

Verder lezen

Nieuweling – Marion Bruinenberg

Achter de bergen ligt een klein dorp. De zon schijnt er maar drie maanden per jaar, want de rest van de tijd komt ze niet boven de bergruggen uit. De bevolking van het dorp is vergrijsd. Simone is met haar dertig jaar de jongste. Ze is als enige van haar generatie niet naar de stad verhuisd. Het dorpje heeft nog wel een winkel, een café en een kerk.

Na de dood van Simones vader adviseert Marie haar om een kamer te verhuren. In de zomer komt Eveline daar wonen. Zij doet onderzoek naar de planten die groeien op deze bijzondere plek die het grootste deel van de tijd in de schaduw ligt. Dat levert mooie gedachtes over planten op.

Eveline is het tegenovergestelde van de verlegen Simone: vrolijk, energiek, vol zin in het leven. Ze huppelt door het dorp en legt met iedereen contact. Ze maakt lange bergwandelingen, soms alleen, soms met Simone. Eveline kan zomaar verdwijnen en plotseling weer opduiken. Ze kookt heerlijke maaltijden voor Simone, die opbloeit, maar zich ook overweldigd voelt.

Verder lezen

De man van veel – Karin Amatmoekrim

In 1939 werd Anton de Kom opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Zijn vrouw had hulp ingeroepen, omdat hij zich steeds meer terugtrok en agressief kon zijn. Anton was bekend vanwege zijn inzet voor mensenrechten in Suriname, waarbij hij flink werd tegengewerkt door de autoriteiten.

Karin Amatmoekrim heeft zich ingeleefd in deze bijzondere historische figuur en er een prachtige roman van gemaakt. Het begint met mannen die aanbellen en Anton gedwongen opnemen. Zijn kinderen kijken toe. Anton krijgt slaaptherapie, waarbij hij dagenlang in slaap wordt gehouden en alleen even wakker wordt gemaakt om te eten. Maar rustig is het niet, want in zijn dromen komen allerlei beelden langs uit de verhalen die talloze mensen in Suriname hem hebben verteld. Het officieel afschaffen van de slavernij lijkt op plantages maar weinig te hebben veranderd.

Verder lezen

De Rusluie – Nicole Harmsen

Twee eeuwen lang reisden mensen van Vriezenveen (in Twente) naar Sint-Petersburg om handel te drijven. Het boerenbestaan was hard en kende tegenslagen zoals mislukte oogsten. Om toch genoeg brood op de plank te krijgen, trok men naar Rusland om daar zaden en stoffen te verkopen. Deze handelaren werden De Rusluie genoemd. Familieleden moesten elkaar langere tijd missen en in de loop van de generaties ging men zich meer Russisch en minder Nederlands voelen.

Aan het begin van de achttiende eeuw reizen de Rusluie heen en weer. Elke zomer werken ze op het land en de wintermaanden brengen ze in Petersburg door. Vaak zijn het de mannen die erheen reizen en blijven de vrouwen met kinderen achter. Later blijven de mannen nog langer in Petersburg, als ze er hun eigen winkel hebben geopend. Sommigen trouwen met een Russische vrouw en krijgen een zoon die ook in de zaak kan komen; andere keren worden jongemannen uit Vriezenveen naar Petersburg gestuurd. Het aanbod wordt chiquer en de klanten rijker, maar verschillende keren hangt het voortbestaan van het bedrijf aan een zijden draadje. Huwelijken, niet altijd uit liefde, zorgen ervoor dat de winkel toch in de familie blijft.

Verder lezen

Hier is de boze heks – Hanna Kraan

Een stukgelezen exemplaar van Hier is de boze heks ligt op me te wachten in de bibliotheek. Nieuwsgierig begin ik aan het eerste verhaal. Waarom zou dit in de Grote Vriendelijke 100 zijn beland? Na een paar verhalen begin ik de lol ervan te zien, als ik de bewoners van het bos leer kennen: de naïeve egel, de dichtende uil, de beleefde haas en de boze heks. Daarnaast komen andere dieren af en toe voor: de merel, de eekhoorn en de konijnenkinderen.

Het getover van de boze heks kan vervelende en vreemde situaties opleveren, waar de dieren een stokje voor willen steken. Vaak is het al genoeg om haar een beetje af te leiden en blijft het bij gedreig: ‘ik verander je in een blauwgeruite bladkever!’ Andere keren kunnen ze niet voorkomen dat de heks dieren omtovert of een toverdrank brouwt. Ze heeft zelfs een keer een knoop gelegd in de stekels van de egel, vertelt hij keer op keer.

Verder lezen

De meisjes – Annet Schaap

Ziek op de bank luister ik de aflevering van de Grote Vriendelijke Podcast waarin Annet Schaap wordt geïnterviewd. Na haar fantastische debuut Lampje schreef ze De meisjes, waarin ze zeven sprookjes vertelt. Deze zijn losjes gebaseerd op klassiekers van Grimm en Perrault, zoals Roodkapje en Doornroosje. In de podcast leest Annet het kortste sprookje voor: dat van de kikker die tot prins gekust wil worden. Ik vind het geweldig om naar te luisteren en zoek daarom het luisterboek op in de online bibliotheek.

Eén van mijn favorieten, naast de kikker, is het verhaal van Roodkapje. Die wordt overigens niet zo genoemd. Het meisje gaat met boodschappen naar haar zieke oma, want haar moeder lukt het niet om een bestelling te plaatsen bij een online supermarkt. Het meisje neemt haar mobieltje mee om de weg te vinden. Ze wandelt langs een begraafplaats. Daarachter is een bos, waar een wolf woont in een gebied dat afgeschermd is door hekken. Het geweldige van dit verhaal is dat het perspectief afwisselend bij het meisje en bij de wolf ligt. Het is zo spannend!

Verder lezen

De filosoof, de hond en de bruiloft – Barbara Stok

De strips van Barbara Stok vind ik altijd geweldig om te lezen en bekijken, of ze nu over haar eigen leven gaan of over dat van een ander. Na haar prachtige boek over Vincent van Gogh is ze nu nog verder de geschiedenis in gedoken. De filosoof, de hond en de bruiloft gaat over Hipparchia. Zij was één van de weinige vrouwelijke filosofen uit de Griekse oudheid. Ik raad je aan om niks over haar op te zoeken voordat je dit boek leest, zodat je waarschijnlijk nog niet weet hoe het verhaal zal verlopen.

Verder lezen

De zee, de zee alleen – Tineke Hendriks

De Noorse zeeschilderes Betzy Akersloot-Berg bracht het laatste deel van haar leven door op Vlieland. Daar overleed ze in 1922, dus dit jaar precies een eeuw geleden. Ter gelegenheid daarvan is de geromantiseerde biografie De zee, de zee alleen verschenen. Ik las het tijdens een paar dagen op Vlieland, waar zelfs een straatje naar Betzy is genoemd.

In 1850 werd Betzy Berg geboren in het zuiden van Noorwegen. Tekenen en schilderen was haar liefste bezigheid. Ze wilde graag een kunstopleiding doen, maar dat konden haar ouders niet zomaar betalen. Betzy voelde zich beklemd door de verwachtingen van haar als jonge vrouw. Daarom meldde ze zich aan als zendeling en vertrok voor vijf jaar naar het noordelijkste puntje van Noorwegen, waar het in de zomer bijna niet donker wordt en de zon zich tijdens de ijskoude winter een paar maanden lang niet laat zien.

Verder lezen

Wormmaan – Mariken Heitman

Elke is gewasveredelaar, wat betekent dat ze planten kweekt en selecteert tot ze de eigenschappen hebben die boeren graag zien. Vervolgens kunnen de zaden worden verkocht. Na zeven jaar heeft ze de ideale pompoen voor zich, maar een ander bedrijf is één dag eerder met het aanvragen van het patent voor een soortgelijk zaad. Alles is voor niks geweest en Elke neemt ontslag. Ze vertrekt naar een Waddeneiland (er wordt niet verteld welke) en daar denkt ze na over wie ze is en wat ze tot nu toe in haar leven heeft gedaan. Ze heeft erwtenzaden meegenomen en is van plan om die te laten verwilderen, dus het tegenovergestelde van veredelen.

De wateraap vond ik een fascinerend debuut en daarom was ik nieuwsgierig naar de tweede roman van Mariken Heitman. De hoofdpersoon van beide boeken is Elke, die er jaren later nog steeds mee worstelt dat ze niet zo vrouwelijk is als mensen van haar verwachten. Regelmatig wordt ze aangesproken als ‘meneer’. Ze heeft niet de wens om man te zijn, maar is het zat dat mensen van alles verwachten omdat ze officieel in het hokje ‘vrouw’ valt. Daarmee word je zo beperkt.

Verder lezen

Een coquette vrouw – Carry van Bruggen

Een coquette vrouw verscheen voor het eerst in 1915. Hoofdpersoon Ina trouwt met Egbert, van wie ze erg onder de indruk is. Hij is zelfverzekerd en ogenschijnlijk emotieloos, terwijl zij juist temperamentvol en onzeker is. In het begin trekt Ina zich erg aan Egbert op, want hij heeft voor alles een verklaring en regelt alle praktische zaken van hun leven. Maar hij doet ook erg neerbuigend naar Ina. Als zij haar eerste verhalen en zelfs een boek publiceert, helpt hij haar met de praktische zaken. Maar hij leest alles slechts vluchtig en kijkt er duidelijk op neer. Er is geen trots te bespeuren.

Carry van Bruggen baseerde deze roman op haar eigen huwelijk met Kees van Bruggen. Ze heeft een prachtige schrijfstijl. Het kost wat moeite om de mooie lange zinnen met ouderwetse woorden te lezen, maar het is prima te begrijpen. Zo is Ina tegen de dokter openhartig over haar boze buien:

Verder lezen