Op een klein boerderijtje in Friesland woont Norma met haar dieren. Op één van de eerste bladzijden van Norma’s universum worden ze geïntroduceerd:
elf paarden, ongeveer veertig katten, vier honden, een koe, vijf varkens, een paar parkieten, konijnen, kippen, vissen en eerst ook nog een leguaan, maar die is een halfjaar geleden overleden. De aantallen wisselen voortdurend, soms komen verdwaalde dieren hier aangelopen of worden afgedankte huisdieren hier afgeleverd en natuurlijk overlijden er met regelmaat lievelingen. Of het nou altijd wel zo verstandig is of niet, ik neem ze met alle liefde op, ziek of verwaarloosd, ze zijn welkom.
Stuk voor stuk zijn de dieren gered van een wisse dood of behoed voor een verwaarloosd bestaan.
Hoe kan een vrouw in haar eentje al die dieren verzorgen? En hoe is dit bijzondere huishouden ontstaan? Verder lezen





