In de jaren tachtig dook een onbekende, dodelijke ziekte op, die vooral onder homoseksuelen voorkwam. Het was ook de tijd dat homoverenigingen werden opgericht en homo’s en lesbiënnes samen begonnen te strijden voor hun rechten. In het drieluik Een verhaal van liefde, ziekte en dood vertelt Jonas Gardell over de opkomst van de homobeweging, die zo vroeg al werd opgeschrikt door de nare ziekte aids.
In 1982 verhuist Rasmus naar Stockholm. Hij heeft net eindexamen gedaan en is blij dat hij het dorp van zijn jeugd kan ontvluchten. Daar hoorde hij er nooit bij; hij werd gepest omdat hij anders was. In Stockholm begint hij een nieuw leven en komt in contact met mensen die zijn zoals hij. Dat is nog een heel avontuur. Voor het eerst naar een ontmoetingsplaats gaan of een homoclub gaan vindt hij doodeng, maar hij voelt ook dat dit is waar hij hoort. Verder lezen







