Van de koele meren des doods werd voor het eerst gepubliceerd in 1900. Ik leerde erover op school, maar Frederik van Eeden kwam niet op mijn lijst voor het examen. Maar nu is er een toneelstuk van dit boek gemaakt, van dezelfde regisseur als Eline Vere, waarvoor ik eerder al naar de schouwburg ging. De datum van de uitvoering is een goede stok achter de deur om me aan deze klassieker te wagen.
In het begin moet ik even wennen aan de ouderwetse schrijfstijl, inclusief oude spelling met sch’s en dubbele oo’s. Maar het elegante, zwierige taalgebruik vind ik erg mooi. Van Eeden beschrijft de natuur op een prachtige wijze. Dit is iets waar hoofdpersoon Hedwig ook van kan genieten, ondanks haar sombere buien, die al beginnen als ze nog jong is. Als Hedwig veertien jaar is, overlijdt haar moeder. Haar vader is aan de drank, maar het gezin is rijk en het ontbreekt Hedwig aan niets. Toch snakt ze naar meer:
Maar nu werd ook de doodsche saaiheid der gewone dingen zoo grimmig en sterk dat zij het zich onmiddellijk bewust werd en begreep dat zij leed. Haar eerste gewaarwording was die van vermoeienis onder het gewone



