‘Dit boek gaat over de grootste hoer van Suriname,’ vertelde mijn vriendin over haar lievelingsboek. Ze had het inmiddels twee keer gelezen en daarom vond ik het erg leuk dat ze mij De koningin van Paramaribo voor mijn verjaardag gaf.
geschiedenis
Alle verhalen – Rascha Peper
Op Koningsdag liep ik met vele anderen rond op de kleedjesmarkt. Ik zag veel oud speelgoed en lelijk servies, maar ook veel boeken. En daar lag ineens Alle verhalen van Rascha Peper, één van mijn favoriete schrijfsters. Het boek staat niet in de bibliotheek en daarom was ik hier ontzettend blij mee. Het is een dik boek en ik heb het in stukjes gelezen, wat natuurlijk prima kan met een verhalenbundel. Maar steeds belandde het ergens onderop de stapel boeken naast mijn leesstoel en het schoot niet op. Daarom besloot ik een paar weken geleden om dit boek mee te nemen in de trein, om het de aandacht te geven die het verdient. Verder lezen
Agneta – Jan van der Mast
Agneta Matthes wordt geboren in 1847 in een welgestelde familie. Als jonge vrouw valt ze als een blok voor de charmante Jacques van Marken. In 1869 trouwen ze, een paar maanden nadat Jacques een fabriek voor gist en spiritus heeft opgericht in Delft. Het bedrijf loopt goed en Jacques heeft grote dromen. Hij wil kapitaal en arbeid verzoenen. Ook Agneta vindt dat zij als directeursechtpaar niet boven de arbeiders moeten staan. Ze willen goed voor hun mensen zorgen en daarom kopen ze een stuk grond om daar het ‘Agnetapark’ op te bouwen, speciaal voor de fabrieksarbeiders. Zelf zullen ze in een villa te midden van de arbeiders gaan wonen.
Opstand – Michelle Visser
Utrecht, 1829. Tweelingzussen Sabine en Karlijn zijn achttien jaar. Sabine is serieus en werkt hard in de winkel bij de drukkerij van haar vader. Karlijn houdt zich liever bezig met haar spiegelbeeld en mooie jurken. De zussen zijn elkaars tegenpolen, maar ze houden veel van elkaar. Het is dan ook een grote verandering als Sabine wordt uitgehuwelijkt aan een oudere man en met hem naar Brussel vertrekt. Nu moet Karlijn achter de toonbank staan en glimlachen, ook al heeft ze één van haar chagrijnige buien.

De officier – Robert Harris
In 1895 wordt de Franse officier Alfred Dreyfus naar Duivelseiland verbannen, omdat hij zou hebben gespioneerd voor de Duitsers. Vlak daarna wordt Georges Picquart hoofd van de afdeling Statistiek van het Franse leger, oftewel de geheime dienst. Hij start een zeer geheim onderzoek naar Dreyfus. Picquart zag van tevoren tegen deze functie op, maar hij gaat voortvarend te werk en ontdekt een andere verrader. Zou Dreyfus onterecht zijn veroordeeld?
Rode liefde, een Oost-Duitse familiegeschiedenis – Maxim Leo
Maxim Leo werd in 1970 in Oost-Berlijn geboren. Hij maakte dus als 19-jarige de val van de Berlijnse Muur mee, één van de belangrijkste gebeurtenissen van de twintigste eeuw. Ook zijn ouders en grootouders waren aanwezig bij gebeurtenissen die elke jongere nu op school leert. In Rode liefde vertelt Maxim Leo zijn familiegeschiedenis, die hij schreef aan de hand van interviews, dagboeken, brieven en officiële documenten.
Na de Tweede Wereldoorlog werd Duitsland verdeeld in vier stukken: het oosten kwam onder leiding van Rusland te staan, in het westen waren stukken land voor Frankrijk, Amerika en Groot-Brittannië. Ook Berlijn werd in vier stukken opgedeeld. In het begin was dit alleen een formele indeling en de bevolking merkte er weinig van. Maar er ontstond verschil tussen oost en west. Maxims vader Wolf woonde als jongen in de jaren vijftig in Oost-Berlijn. Met zijn vriendjes ging hij na school graag naar het westen, omdat daar meer te koop was in de winkels en er waren Amerikaanse films te zien. Wolf begreep niet waarom zijn vader beweerde dat Oost-Duitsland zoveel beter was. De overheid werd steeds strenger. Alles kon tegen je gebruikt worden: heb je een spijkerbroek aan? Dan zal je wel voor de Amerikanen zijn en tegen de communisten, iets waarvoor je opgepakt kon worden. In één nacht werd de grens gesloten en daarna werd de Berlijnse Muur gebouwd, zodat Oost-Duitsers niet meer naar het westen konden reizen.
Een handvol sneeuw – Jenny Erpenbeck
Een paar maanden geleden plaatste ik een poll met vier boeken, waarbij Een handvol sneeuw op de tweede plaats kwam, na Stephen King. Mijn aandacht werd al getrokken door de mooie voorkant van dit boek, maar ook de beschrijving maakte me nieuwsgierig. Afgelopen zaterdag kreeg de Duitse auteur Jenny Erpenbeck samen met vertaler Elly Schippers de Europese Literatuurprijs uitgereikt voor dit boek en daarom besloot ik het nu te lezen.
Aan het begin van de twintigste eeuw wordt er in Galicië (in Polen, niet in Spanje) een meisje geboren. Na acht maanden overlijdt ze in een koude nacht. Haar katholieke vader verdwijnt zomaar; hij vertrekt naar Amerika. Haar joodse moeder gaat weer bij haar moeder wonen en samen runnen ze een kruidenierswinkel. In korte hoofdstukken wordt afwisselend verteld hoe het de man en de vrouw vergaat. De man observeert emigranten die in hun nieuwe land aankomen en maar moeten afwachten of ze wel echt naar binnen mogen of dat ze de lange bootreis terug moeten gaan maken. De vrouw gaat af en toe naar bed met een man om zich een nieuw paar kousen of een nieuwe jurk te kunnen veroorloven.
De pocketatlas van afgelegen eilanden – Judith Schalansky
Bij mijn vorige werkgever hing er op mijn kamer een grote wereldkaart. Regelmatig gebruikten collega’s die kaart om aan te wijzen waar ze op vakantie waren geweest of waar ze nog graag heen zouden willen. Kaarten spreken tot de verbeelding. Ook Judith Schalansky is gefascineerd door landkaarten. Voor De atlas van afgelegen eilanden, waarvan nu een pocketeditie is verschenen, dook ze de archieven in. Ze beschrijft vijftig eilanden die ze nooit zal bezoeken. Bij het lezen wordt ook wel duidelijk waarom: ze zijn zo afgelegen en vaak zo onherbergzaam dat je er het liefst alleen vanuit je luie stoel heen reist. Bovendien merkt ze op:
Als je de hele aardbol kunt bereizen, bestaat de echte uitdaging erin thuis te blijven en de wereld daarvandaan te ontdekken.
Woesten – Kris van Steenberge
Tot voor kort wist bijna niemand dat Woesten een dorp is vlak bij Ieper in Vlaanderen. Maar sinds Kris van Steenberge zijn debuut publiceerde is daar verandering in gekomen. Ik had hoge verwachtingen van dit veelgeprezen boek en ik werd niet teleurgesteld. Je moet er wel de tijd voor nemen, want het is prachtig geschreven.
Aan het einde van de negentiende eeuw is Elisabeth vijftien jaar. Ze is een intelligent meisje en ging graag naar school, maar toen ze twaalf was werd besloten dat ze voortaan thuis zou blijven om haar moeder te helpen met kantklossen. Ze komt in gesprek met meneer Funke, de vreemdeling van het dorp. Hij leent Elisabeth stiekem boeken en daar geniet ze met volle teugen van. Maar op een dag is meneer Funke weer zomaar verdwenen.
Leesreis om de wereld: Estland
Vroeger leefden de inwoners van Estland in het bos, dat ze op hun duimpje kenden. Door middel van slangentaal konden ze met slangen praten en andere dieren opdrachten geven, zodat ze niet bang hoefden te zijn. Maar nu zijn bijna alle mensen naar het dorp verhuisd. Leemet is één van de laatsten die nog in het bos opgroeit. Van zijn oom leert hij de slangentaal en hij raakt bevriend met de adders. Aan het begin van De man die de taal van de slangen sprak is Leemet zes jaar. Samen met zijn vriend Pärtel en zijn addervriend Ints speelt hij de hele dag in het bos en als hij ’s avonds thuiskomt heeft z’n moeder een eland of een haas gebraden. Brood eten is iets voor dorpelingen. Waarom zou je al die moeite doen om graan te verbouwen en brood te maken dat naar niets smaakt? Dan is het toch makkelijker om een eland met een sis naar je toe te roepen, zodat je hem rustig kunt slachten.





