Leesreis om de wereld: Estland

Vroeger leefden de inwoners van Estland in het bos, dat ze op hun duimpje kenden. Door middel van slangentaal konden ze met slangen praten en andere dieren opdrachten geven, zodat ze niet bang hoefden te zijn. Maar nu zijn bijna alle mensen naar het dorp verhuisd. Leemet is één van de laatsten die nog in het bos opgroeit. Van zijn oom leert hij de slangentaal en hij raakt bevriend met de adders. Aan het begin van De man die de taal van de slangen sprak is Leemet zes jaar. Samen met zijn vriend Pärtel en zijn addervriend Ints speelt hij de hele dag in het bos en als hij ’s avonds thuiskomt heeft z’n moeder een eland of een haas gebraden. Brood eten is iets voor dorpelingen. Waarom zou je al die moeite doen om graan te verbouwen en brood te maken dat naar niets smaakt? Dan is het toch makkelijker om een eland met een sis naar je toe te roepen, zodat je hem rustig kunt slachten.

IMG_0033 Verder lezen