Meteen op de eerste bladzijde wordt de toon voor dit boek gezet; ik voel de warme zomerdag en de spanning in hoofdpersoon Jonathan. Die zit met zijn vriendin Mariëlle en zijn vader in een vakantiehuisje in Drenthe. In het dorp bij het huisje komt Jonathan zijn moeder tegen, die hij niet meer heeft gezien sinds zijn jeugd. De oude vrouw is dement, maar ze is blij met gezelschap en Jonathan wil graag met haar bijpraten.
Ze zitten dan wel samen in het vakantiehuisje van zijn vader, maar eigenlijk heeft Jonathan niet zo’n goede band met hem. In de uitgebreide terugblikken op zijn jeugd wordt langzaam duidelijk hoe dat zo gekomen is. Jonathan was een jongen met een rijke fantasie. Ik vind het erg leuk om daarover te lezen. Buurmeisje Fleur was al net zo’n fantast en ze maakten elkaar de gekste dingen wijs.




