Laatst vond ik op de jongerenafdeling van de bibliotheek Mislukt. De eerste bladzijde las lekker, dus deze ging mee. Ik verwachtte een eenvoudig feelgood-verhaal, maar het bleek meer te zijn.
Loïs zit op de kunstacademie en heeft niet veel vrienden. Giel is één van de weinigen die met haar omgaat. Ze is al jaren stiekem verliefd op hem. Nu Loïs onverwacht eerder uit haar kamer moet, biedt Giel aan om bij hem te logeren tot ze wat anders heeft. Ze hebben het gezellig en uiteindelijk bloeit de liefde op.
Bij het boek-van-de-maand-gesprek in de bibliotheek van Amersfoort luisterden we ademloos naar schrijver Miloe van Beek, toen ze vertelde over haar oma Sacha. Die moest tijdens de oorlog kiezen tussen haar geliefde, die in het verzet zat, en haar vader, die een hoge positie had binnen de NSB… Sacha had dit jarenlang verzwegen voor haar kinderen en kleinkinderen. Miloe wilde weten wat er was gebeurd, ook al zou ze sommige oudere familieleden daarmee in het harnas jagen.
Het boek start met een onhandige opmerking van journalistiekstudent Miloe tijdens het kerstdiner met de hele familie. Ze zegt iets over joden en Palestijnen en dat valt helemaal verkeerd bij oma. Twintig jaar later doet Miloe een workshop familieopstellingen. Wat vroeger is gebeurd, kan nog generaties lang invloed hebben. Daarom wil ze weer de archieven in om uit te pluizen wat er nog te vinden is over haar voorouders en de oorlog.
Rond 1880 maakte de sjah van Perzië een rondreis door Europa: via Rusland naar Duitsland, België, Nederland en Engeland naar Parijs en daarna weer naar huis. Hij hield onderweg een dagboek bij, wat één van de inspiratiebronnen was voor Salam Europa!
De sjah moet zich gedragen als een koning en hij praat in koninklijk meervoud over zichzelf. Hij heeft talloze bedienden en eindeloos veel bagage bij zich. Dat wordt onderweg steeds erger, want overal worden souvenirs gekocht. Als iemand in het gezelschap iets doet wat de sjah niet zint, wordt er gezorgd dat diegene ziek wordt of zelfs komt te overlijden.
De sjah is geen sympathiek personage. Ook in eigen land treedt hij zonder pardon op. Toch is het niet vervelend om met hem mee te reizen. Hij is nieuwsgierig en vindt het heerlijk om af en toe zelf door een stad te wandelen en mensen te ontmoeten, naast alle georganiseerde afspraken. Hij bezoekt fabrieken om de nieuwste uitvindingen te zien en gaat naar concerten. Het is geweldig om te lezen wie hij allemaal tegenkomt: de tsaar van Rusland, minister-president Otto von Bismarck, de koning van België en koningin Victoria van Engeland, die een uitgebreid betoog houdt over het belang van wc’s voor iedereen. Sommige hoge piefen vertrouwen de sjah hun diepste geheimen toe.
Isabella Tuyl de Charrière, beter bekend als Belle van Zuylen, lijdt aan de liefde. Ze is 44 jaar als ze voor de tweede keer een onmogelijke verliefdheid beleeft. Ze is getrouwd met een aardige man, maar die zet haar niet in vuur en vlam. Om haar jongere minnaar te ontvluchten, reist ze van Zwitserland naar Parijs.
Joke Hermsen begint deze roman, die gaat over een periode in Isabella’s leven waar weinig over bekend is, met een serie brieven tussen diverse personages. Ik moet goed opletten om te snappen wie nou wie is, maar ben ook meteen geboeid door deze geschiedenis. Het leuke is dat er ook een brief bij is van Betje Wolff, waarvan ik ooit de brievenroman Sara Burgerhart las. Na deze brieven springt het perspectief naar Jean-Samuel d’Apples, de geliefde van Isabella. Ook hij heeft liefdesverdriet, nadat hij Isabella achterna is gereisd naar Parijs. Later blijkt dat daar een misverstand is opgetreden. En nu zit Jean-Samuel op de boot naar Amerika, om daar een bank te beginnen. Hij had samen met Belle willen reizen om een nieuw leven te beginnen, ver van veroordelende blikken. Nu wordt hij zeeziek in het gezelschap van een paar andere mannen, waarvan eentje ook ongelukkig in de liefde is.
Op een avond fietst Anton Stolwijk langs de Josephkerk, waar hij in zijn jeugd kwam. Het is jaren geleden dat hij er binnen is geweest. De deur staat open en het orgel speelt. Blijkbaar gaan er nog steeds mensen heen. Terwijl Anton naar de bekende muziek luistert, komen herinneringen boven. Hij gaat die avond niet naar binnen, maar een week later wel. Zo komt hij erachter dat deze katholieke kerk binnenkort gaat sluiten. Journalist Anton besluit om deze laatste maanden van de kerk mee te maken. Wie zijn de laatste kerkgangers? Wat verdwijnt er door het verkopen van kerken, iets wat niet alleen in Alkmaar gebeurt?
De schrijver heeft ervoor gekozen om in Buiten dienst een aantal fictieve personages op te voeren, die wel gebaseerd zijn op echte mensen, maar niet één op één zijn terug te voeren. Een aantal bijpersonen worden wel met hun eigen naam genoemd. De kerkgangers zijn herkenbare types: Hans die keihard zingt in het koor, Hanny die allerlei praktische klussen doet, Bea die als één van de weinigen echt gelooft en niet alleen voor de gezelligheid naar de kerk komt. Ze zijn allemaal boven de zeventig jaar. Anton leert ze kennen door aan alle mogelijke activiteiten mee te doen, zoals zingen bij het koor en mee op pelgrimstocht naar Heiloo, op de fiets. Een paar keer schiet ik in de lach om hoe hij het allemaal beschrijft.
In mijn zomervakantie lees ik altijd een boek van Renate Dorrestein. Dit jaar had ik gekozen voor de enige roman die ik nog niet van haar had gelezen: Zonder genade. Het verhaal over een echtpaar waarvan de zoon is doodgeschoten in de disco sprak me niet zo aan. Daarna besloot ik om Heden ik te lenen uit de bieb. Dit gaat over Renates ervaringen met de ziekte ME. Ze schreef het tijdens de eerste jaren dat ze eraan leed en het kwam uit in 1993.
Het boek begint met een citaat van Susan Sontag, dat ik herken van Welkom in het rijk der zieken van Hanna Bervoets. Als chronisch zieke lijk je in een andere wereld te leven, met andere wetten en mogelijkheden. Renate Dorrestein is een levendige dertiger en bekende schrijver als ze binnen korte tijd aftakelt. Ze was altijd een goede slaper, maar de ziekte berooft haar van haar nachtrust, ook al is ze overdag altijd moe. Verder verliest ze spierkracht en doen haar hersenen raar.
Zoals veel chronische ziektes, verloopt ook ME grillig. Af en toe lukt het Renate om zich bij elkaar te rapen en gauw een paar regels te schrijven. Of ze geeft eens een lezing, maar lang niet meer zo veel als vroeger. Als mensen haar dan zien praten, vragen ze zich af of ze wel echt ziek is. Of zou het psychisch zijn?
Als kind kon ik erg genieten van het zee-aquarium van mijn opa. Eigenlijk vond oma het maar niks, zo’n enorme bak water die kon gaan lekken. Uiteindelijk heeft het er een aantal jaren gestaan. Ik ging op een stoel zitten kijken naar de kleurige tropische vissen en de garnalen. Op een dag kocht opa een zeekomkommer. De eitjes daarvan bleken giftig en alle vissen gingen eraan dood.
Die mooie en wrede onderwaterwereld komt terug in twee sprookjes, waardoor Leonieke Baerwaldt zich heeft laten inspireren. Het begint met de kleine zeemeermin, die ernaar verlangt om aan land te gaan. Daarna worden nog drie verhaallijnen geïntroduceerd. Gelukkig leest het allemaal wel gemakkelijk. Als eerste gaat het over Loek en Brenda, die wonen in een woonwagen aan de rand van een industrieterrein. Het idee is om een huis te bouwen, daar op die plek aan het water, waar niemand wil wonen. De tweede verhaallijn draait om Alex, die als volwassen man nog steeds bij zijn moeder woont. Hij droomt ervan om een aquariumwinkel te hebben, terwijl hij werkt in een fabriek.
Neeltje Lokerse werd in 1868 geboren in Yerseke. Als tiener begon ze met het werken als dienstbode bij rijke families. Ze zag om zich heen hoe ongelijkheid tussen arm en rijk en tussen mannen en vrouwen tot schrijnende situaties leidden. Al jong had ze het gevoel daar iets aan te moeten doen, maar hoe?
Marlies Allewijn zorgt ervoor dat ik me helemaal kan inleven in die tijd. Neeltje werkt van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat om het haar mevrouw naar de zin te maken, eerst in Zeeland en later in Amsterdam. Ze verdient een karig loon en heeft niet eens elke week de zondag vrij. Toch leert ze andere dienstbodes kennen. Deze meisjes kunnen zomaar worden ontslagen. Zonder aanbevelingsbrief komen ze niet meer bij een andere familie in dienst. Sommigen belanden in de prostitutie. Neeltje wil zo graag iets veranderen. Langzaam groeit het idee om verhalen op papier te zetten en zo mensen tot nadenken te stemmen. Ze begint te werken aan een roman.
Ineke Riem is zo’n zeldzame schrijver die verschillende genres beheerst: romans, korte verhalen en poëzie. Alle zeeën zijn geduldig was de eerste gedichtenbundel die ik las en die zorgde ervoor dat ik gedichten bleef lezen. Het boekje ligt nog steeds naast mijn bed en ik ontdek er af en toe weer wat moois in dat me eerder niet opviel. Ik had dan ook uitgekeken naar Inekes tweede bundel Fantasii.
Eén van mijn favoriete gedichten hieruit is Weideboek, waarin de wei is gepersonificeerd:
Mijn moeder is een slingerende dijk tussen de weilanden. Mijn vader hoog en wijd en leeg.
Ik ben opgevoed door bomen en kreken. Ik versta verschillende ritseltalen goed tot zeer goed. Wind en ruimte spreek ik vlekkeloos.
Het is vrijdagavond en ik heb zin om iets spannends of grappigs te lezen. Daarom leen ik Moord op de moestuin van de online bibliotheek. Zo makkelijk: je hebt zin in een boek en zet het op je e-reader, om er meteen in te beginnen. De schrijfstijl van Nicolien Mizee bevalt me direct, want die doet me denken aan Renate Dorrestein. Een twitteraar protesteert als ik dat roep, want die houdt wel van Mizee en niet van Dorrestein. Dus laat je vooral niet weerhouden door deze vergelijking. In mijn beleving is de sfeer hetzelfde, door een paar mensen die tijdelijk met elkaar leven en wat opmerkelijke gebeurtenissen, verteld met een hoop rake observaties en droge humor.