Bij Zeeland denk ik aan de eilanden, de zee en de Deltawerken. Als kind bracht ik al eens een bezoek aan de imposante Oosterscheldekering en hoorde ik de verhalen over de grote watersnoodramp van 1953. Maar hoe was het nu echt voor die mensen? Om je in te leven is een roman toch de beste manier. In De verdronkene gaat Lidy uit Amsterdam naar Zeeland op 31 januari 1953. Ze gaat in plaats van haar zus Armanda naar de verjaardag van diens petekind. Armanda wil liever naar een feestje van een vriendin en Lidy heeft wel zin in een reisje met de auto. Toevallig is Lidy getrouwd met de halfbroer van die vriendin (hier moest ik ook even op puzzelen) en dus gaat Armanda met haar zwager Sjoerd naar het feestje. Daar hebben Armanda en Sjoerd het wel erg gezellig… niet wetend welk onheil ondertussen op Lidy afkomt.

In afwisselende hoofdstukken wordt het verhaal van de zussen Lidy en Armanda verteld. Het leven van Armanda gaat door, terwijl de laatste dagen van Lidy uitgebreid worden beschreven. Verder lezen



