Jaren geleden ontmoette ik Menno Haaijman. Hij zat aan een tafel met allemaal mensen die aan zijn lippen hingen. Hij vertelde vol overtuiging wat anekdotes uit zijn eigen leven. Later hoorde ik dat hij ooit alles had verkocht wat hij had en het geld weggaf, om vervolgens helemaal opnieuw te beginnen. Dit staat immers letterlijk zo in de bijbel. Toen ik hoorde dat deze intrigerende man een roman had geschreven, wilde ik die natuurlijk lezen. Tien jaar later besloot ik om het nog eens te lezen. Zou ik het weer zo geweldig vinden?

Het boek begint met een heftige scène: de chassidische jood Jacob Klein wordt verleid tot seks met een leerling. Hij belandt in de gevangenis, waar hij uit zelfverdediging een paar mannen doodt. Dertig jaar lang brengt hij door in eenzame opsluiting. Zijn enige gezelschap is een bijbel (juist, inclusief het nieuwe testament), die hij vooral bestudeert op voorspellingen over de toekomst. Klein was namelijk behalve schooldirecteur ook professor in de eschatologie: de leer der laatste dingen.





