En het sneeuwde in Rome – Stefan van Dierendonck

De debuutroman van Stefan van Dierendonck vond ik erg goed. Daarom leen ik zijn tweede boek van de bibliotheek zodra het er is. En het sneeuwde in Rome is nog autobiografischer dan En het regende brood. Waar Stefan in het eerste boek nog voor een alter ego koos, net als hij een priester met glutenallergie, laat hij zichzelf in het tweede boek helemaal samenvallen met de hoofdpersoon. Bovendien zijn er kleine stukjes die zich in het heden afspelen, waarbij hij soms reflecteert op wat hij net heeft geschreven over vijftien jaar geleden.

In het jubeljaar 2000 is Stefan als jonge priester naar Rome gestuurd door zijn bisschop, om daar te gaan studeren. Verder lezen

Een sterke man – Renate Dorrestein

Al jarenlang neem ik op vakantie een boek van Renate Dorrestein mee. Ik heb al zoveel van haar gelezen (17 boeken) dat ik er blind op kan vertrouwen dat ik me er goed mee zal vermaken. Dit jaar koos ik voor een redelijk oud boek: Een sterke man is voor het eerst verschenen in 1994. Het speelt zich af op Kerrimagannagh, een afgelegen landgoed in Ierland. Daar woont Stephen met zijn vrouw en zoon. Kunstenaars kunnen een uitnodiging krijgen om er een paar maanden te komen werken, totaal afgesloten van de buitenwereld. En wellicht inspireren ze elkaar wel. Het is in elk geval een grote eer om door Stephen te worden uitverkozen. Hij noemt zichzelf de conciërge, maar ondertussen bepaalt hij wie er komt en gaat. De kunstenaars en Stephens gezin vormen bij elkaar een bont gezelschap.

Verder lezen

Kanonnenvlees – Lotte Dodion

Soms ga ik naar een kunsttentoonstelling in een museum. Meestal speur ik dan de zalen af naar werken die me aanspreken. Ik bekijk het meeste vluchtig en sta stil bij dat ene schilderij dat me raakt, om er een tijdje met volle teugen van te genieten. Bij de poëzie van Lotte Dodion benader ik ook zo. Niet alles doet me wat en niet elk thema boeit me. Veel begrijp ik niet; ook daarin lijkt het op beeldende kunst. Verder lezen

De stad en de tijd – Jonathan Robijn

Brussel is een beetje zoals West-Berlijn vroeger: een hoofdstad waar vooral Frans wordt gesproken terwijl in de omringende plaatsen het Nederlands de voertaal is. Deze bijzondere stad speelt de hoofdrol in De stad en de tijd. Het boek start ten tijde van de Wereldtentoonstelling in 1958, met het Atomium. In elk hoofdstuk speelt een andere Brusselaar de hoofdrol en ondertussen verstrijkt de tijd. Zo zijn er negen verhalen van elk dertig bladzijden.

Het start met de eigenaar van een parfumzaak. Zijn dochter komt haar grote liefde tegen, een Fransman. Dat is wel even slikken voor de Nederlandstalige familie, maar de man blijkt een uitstekende opvolger voor de parfumerie. De zaak is beroemd vanwege de bijzondere parfums en de eigenaar kan ruiken wat iemand nodig heeft. De dochters kunnen dat niet, maar de schoonzoon wel. Deze parfums duiken nog een paar keer op in andere hoofdstukken. Verder lezen

Leesreis door de provincies: Zeeland

Bij Zeeland denk ik aan de eilanden, de zee en de Deltawerken. Als kind bracht ik al eens een bezoek aan de imposante Oosterscheldekering en hoorde ik de verhalen over de grote watersnoodramp van 1953. Maar hoe was het nu echt voor die mensen? Om je in te leven is een roman toch de beste manier. In De verdronkene gaat Lidy uit Amsterdam naar Zeeland op 31 januari 1953. Ze gaat in plaats van haar zus Armanda naar de verjaardag van diens petekind. Armanda wil liever naar een feestje van een vriendin en Lidy heeft wel zin in een reisje met de auto. Toevallig is Lidy getrouwd met de halfbroer van die vriendin (hier moest ik ook even op puzzelen) en dus gaat Armanda met haar zwager Sjoerd naar het feestje. Daar hebben Armanda en Sjoerd het wel erg gezellig… niet wetend welk onheil ondertussen op Lidy afkomt.

In afwisselende hoofdstukken wordt het verhaal van de zussen Lidy en Armanda verteld. Het leven van Armanda gaat door, terwijl de laatste dagen van Lidy uitgebreid worden beschreven. Verder lezen

Malva – Hagar Peeters

Zowel voor de twitterleesclub als voor mijn leesclub in het echte leven staat Malva op de agenda. Schrijver Hagar Peeters heeft al een paar gedichtenbundels op haar naam staan. In deze roman zal dus vast ook wel wat poëzie doorsijpelen. Bovendien is de hoofdrol weggelegd voor de dochter van de beroemde dichter Pablo Neruda. Zij werd maar acht jaar oud, doordat ze een waterhoofd had. Tegenwoordig kan dat worden verholpen door het teveel aan hersenvocht via een drain af te voeren, maar in de jaren dertig was dat nog niet mogelijk.

Verder lezen

Niemand houdt mij tegen – Evert Hartman

Als tiener vond ik de boeken van Evert Hartman erg goed: spannend en met fascinerende thema’s. Toen ik vorig jaar in de bibliotheek van de Bijlmer was, zag ik Niemand houdt mij tegen tussen de afgeschreven boeken liggen, in de verkoop. Die kon ik niet laten liggen. Ik kon me nog iets herinneren over het half overstroomde Nederland en iets met klonen. Mijn broer wist nog precies hoe de voorkant eruitzag; blijkbaar heeft het boek ook op hem indruk gemaakt.

Hoofdpersoon Richard is zestien jaar als hij in een warenhuis ziet dat twee illegale Vlaamse meisjes worden opgepakt door de politie. Hij is op slag verliefd op één van de twee en daarom haalt hij het in zijn hoofd (als een lekker impulsieve puber) dat hij die meisjes wil opsporen om ze te helpen. Hij besluit de hulp in te roepen van Wesley, die hij net heeft ontmoet. Wesley blijkt een kloon te zijn en hij is superslim. Verder lezen

Hallo muur – Erik Jan Harmens

In de bibliotheek kom ik Hallo muur tegen. Ik heb daar al een paar enthousiaste blogs over gelezen en ik twijfelde steeds of het wat voor me is. Laatst zag ik Erik Jan Harmens bij de literaire show van Waumans en Victoria, waar hij werd geïnterviewd over zijn nieuwe boek Pauwl. Ik vond ‘m daar wel grappig, dus staand in de bibliotheek lees ik een hoofdstukje. En nog eentje. En nog eentje ergens in het midden. Ik blijf twijfelen, maar het leest wel makkelijk, dus ik leen het toch maar.

Hallo muur is sterk autobiografisch. Tot in detail vertelt Erik Jan over zijn eigen leven, tot de intiemste dingen toe. Ik weet natuurlijk niet of hij daar wat bij heeft verzonnen, dat zou best kunnen, want het is een schrijver. Ik vind het vaak wel grappig en herkenbaar, andere keren is hij gewoon een vieze man. Maar misschien is iedereen wel af en toe een smeerlap, stiekem. Wat Erik Jan ook stiekem doet is drinken. Nouja, soms zuipt hij ook met vrienden, die blijkbaar ook allemaal wel van een borrel houden. Of eigenlijk liever van tien. Eindeloos zijn de opsommingen van hoeveel Westmalle Tripels en sterke drank hij elke avond drinkt.

Verder lezen

De twee rivieren – Inez van Dullemen

Inez van Dullemen was negentien jaar toen ze debuteerde. Bijna zeventig jaar later is ze gestopt met schrijven, maar ze kan het toch niet laten om herinneringen te noteren. Die fragmenten vormen samen De twee rivieren. Een aantal stukjes gaan over de vogels in haar tuin. Met sommige heeft ze een speciale band. Maar ze verlangt terug naar de prachtige natuur die ze zag op haar vele verre reizen, van Antarctica tot de jungle van Zuid-Amerika. Daar speelt zich ook het boek af dat ik acht jaar geleden van haar las: Het land van zwart en rood. Ik kan me er weinig van herinneren, maar wel dat ik het zo prachtig geschreven vond en dat ik meer van deze schrijver wilde lezen. Ook in dit laatste boek komen reizen veelvuldig aan bod en het is heerlijk om erover te lezen. Verder lezen

Weg – Minke Douwesz

Weg kreeg de meeste stemmen in de afgelopen poll. Het boek is zwaarder en heeft meer bladzijden dan je zou verwachten als je het ziet. Het dunne maar stevige papier en het lettertype van uitgeverij Van Oorschot doen me denken aan de serie Het Bureau van J.J. Voskuil. Ook qua schrijfstijl lijkt het daarop: het leven van de hoofdpersoon wordt zeer gedetailleerd verteld. Daardoor zie ik het helemaal voor me en kruip ik weg in het verhaal.

Edith is gynaecoloog en woont op een boerderijtje samen met haar vriendin Norma, twee ezels, twee katten en een hond. Ediths proefschrift over meisjes met anorexia is bijna klaar. Naast haar werk als arts zit ze ’s avonds thuis vaak nog te werken aan haar laatste artikel. Ondertussen is Norma werkloos thuis, want ze werd overspannen tijdens de verbouwing van het huis. Daardoor lijdt ze aan heftige migraine. Hun relatie loopt momenteel erg stroef, doordat hun levens zo anders zijn en ze elkaar niet begrijpen. Toen ze elkaar net kenden vond Edith het juist fijn om met iemand te zijn die zo anders was dan zijzelf. Maar Norma ontpopte zich als iemand die helemaal niet zo avontuurlijk was, maar ‘onaangepast, wantrouwend, mensenschuw’. In het begin moet ik soms even puzzelen wie nou wie is in de vele dialogen: bij een heterostel heb je hij en zij, maar Minke Douwesz heeft dit elegant opgelost door het consequent over ‘ze’ te hebben als het over Edith gaat en Norma is ‘zij’.

Verder lezen