Jij mag alles zijn – Griet Op de Beeck

Na een stapeltje indrukwekkende romans voor volwassenen heeft Griet Op de Beeck een kinderboek geschreven. De hoofdrol is voor Lexi, bijna negen jaar oud. Ze woont met haar ouders en heeft geen broer of zus. Tenminste, niet meer. Als baby had ze een tweelingbroertje, Amos. Die is overleden voor ze hun eerste verjaardag samen konden vieren. Sindsdien is haar moeder vaak verdrietig.

Lexi doet haar best om lief te zijn, maar toch gaat het de laatste tijd weer slecht met haar moeder. Lexi is degene die ziet dat ze al dagen niks meer gegeten heeft. Overdag is haar vader uit werken, dus die heeft dat vast niet zo door. Lexi besluit om het tegen haar vader te vertellen en dan volgt een indringend gesprek tussen de ouders. Lexi’s moeder zal een tijdje naar een soort ziekenhuis gaan.

Verder lezen

Tales of the peculiar – Ransom Riggs

Een paar jaar geleden heb ik erg genoten van de trilogie van Ransom Riggs over de bijzondere kinderen van Miss Peregrine. Hierin bezoekt tiener Jacob een kindertehuis waarin iedereen een bijzondere gave heeft, waarna een enorm avontuur volgt. Inmiddels is deze serie aangevuld met een tweede trilogie en daar tussenin verscheen Tales of the peculiar (in het Nederlands vertaald als Bijzondere vertelsels). Hierin staan tien legendes over mensen en dieren met een bijzondere eigenschap. Je kunt dit ook wel los van de andere boeken lezen, maar dan zul je sommige verwijzingen misschien niet snappen.

De legendes zijn stuk voor stuk erg creatief. Ze gaan meestal over bijzondere jongeren die in de problemen komen doordat ze hun gaven gebruiken, vaak tegen het advies van hun ouders in. Er is bijvoorbeeld een jongen die de getijden van de zee kan beheersen en een meisje dat mensen van nachtmerries kan genezen. Erg mooi is het verhaal over een jongeman waarvan de vader in een eiland is veranderd. De jongen staat hetzelfde te wachten, maar hij wil het niet accepteren.

Verder lezen

Door de nauwe poort – Karen Armstrong

Op haar zeventiende ging Karen Armstrong het klooster in, met de bedoeling haar leven als non door te brengen. Na zeven jaar trad ze echter uit. Tien jaar later verscheen Through the narrow gate, waarin ze terugblikt op haar kloosterjaren. In het voorwoord uit 1994 vertelt ze dat ze tijdens het schrijven van dit boek dacht dat ze klaar was met religie. Maar nadat het verscheen, kreeg ze een uitnodiging van de BBC om een documentaire over Paulus te maken. Van het één kwam het ander, ze raakte geïnteresseerd in andere religies en verdiepte zich in de theologie. Dat resulteerde in fascinerende, originele boeken, waarvan ik er een paar met veel belangstelling heb gelezen.

Na het voorwoord begint Door de nauwe poort met Karens jeugd in een katholiek gezin. Ze zat op school bij de nonnen en kwam zo al vroeg in aanraking met het religieuze leven. Toch schrokken haar ouders toen ze aankondigde non te willen worden. Karen vond het moeilijk uit te leggen, maar haar ouders lieten haar gaan. Tegen een roeping van God kan je immers weinig doen.

Karen besloot in te treden bij de onderwijsorde van de zusters waar ze zelf bij op school had gezeten. ‘Het is wel een heel strenge orde,’ had het schoolhoofd zuster Katherine gewaarschuwd. Karen wist dat het moeilijk zou worden, maar ze was bereid om alles te geven om God te vinden. Hoe zwaar het werkelijk was, weet ze zich jaren later nog wonderlijk goed te herinneren. Karens intrede was in 1962, vlak voor het Tweede Vaticaans concilie dat veel zou veranderen in de Rooms-katholieke kerk. Ze was dus één van de laatsten die deze strenge opleiding kreeg.

Verder lezen

Half a lifelong romance – Eileen Chang

Een paar jaar geleden had ik een Chinese collega. Zij vertelde me over één van haar lievelingsschrijvers: Eileen Chang. Haar werk is niet in het Nederlands vertaald, maar wel in het Engels. (Dit boek is wel in het Nederlands vertaald! Zie de reacties onder dit artikel.) De bibliotheek in de provincie Utrecht heeft één van haar boeken in de collectie: Half a lifelong romance, dat voor het eerst verscheen in 1948. De vertaling van Karen Kingsbury uit 2014 vind ik erg goed, want het Chinese schijnt erin door, terwijl de zinnen goed lopen.

De roman speelt zich af itijdens de jaren 1930 in Shanghai. Shuhui en Shijun, twee mannen die collega’s en vrienden zijn, ontmoeten Manzhen tijdens de lunch. In de periode die volgt, lunchen ze elke dag met haar samen. Shijun zegt daarbij veel minder dan de andere twee. In stilte wordt hij verliefd op Manzhen. Het duurt even voor hij dat aan haar durft te bekennen en dan gaat het nog in zeer bedekte termen. Maar zij begrijpt het. Hun impliciete manier van communiceren maakt het niet makkelijker, maar ook de omstandigheden zijn niet ideaal.

Verder lezen

Jefferson – Jean-Claude Mourlevat

Jefferson is een egel van 72 centimeter lang. Op een dag gaat hij naar de kapper om zijn kuif te laten knippen. Daar ontdekt hij dat de kapper, een das, is vermoord met zijn eigen schaar. Jefferson trekt de schaar uit de borst van de kapper. De geit die onder de droogkap lag te dutten schrikt wakker en begint te schreeuwen. Ze vertelt iedereen dat de egel de moordenaar is.

Jefferson gaat ervandoor. Samen met zijn goede vriend Gijsbert, een varken, smeedt hij een plan. Als ze de werkelijke moordenaar kunnen vinden, zal Jefferson niet worden veroordeeld. Ze hebben een aanwijzing dat de moordenaar een mens uit het buurland is. Om daar te komen, gaan de vrienden mee op een groepsreis per bus. Ze hebben al hun creativiteit en hun reisgenoten nodig om uit te zoeken wie de kapper heeft vermoord en hem te vangen.

Verder lezen

Wat je zoekt, zoekt jou – Kader Abdolah

De kans is groot dat je weleens hebt gehoord van de Perzische dichter Rumi. Hij leefde eeuwen geleden en toch wordt zijn werk nog veel gelezen en voorgedragen, zoals ook vroeger bij Kader Abdolah thuis in Iran. Toen hij later in Nederland woonde, vroeg hij zich af: hoe zou dit in het Nederlands klinken? Voorzichtig begon hij vertalingen te maken van een aantal beroemde gedichten.

Wat je zoekt, zoekt jou begint met een novelle over het leven van Rumi, die werd geboren als Djalal. Hij moest vluchten voor het Mongoolse leger onder leiding van Dzjengis Khan. Samen met zijn vader ging Djalal op reis. Onderweg kwamen ze allerlei geleerden tegen. Djalal ging op verschillende plekken naar school, onder andere in Bagdad en Damascus. Hij ontwikkelde zich tot filosoof, mysticus en dichter. Al jong ging hij zelf lesgeven en hij werd nog beroemder dan zijn vader.

Rumi werd één van de grondleggers van het Soefisme, dat stelt dat God niet buiten je is, maar dat je Hem in jezelf kunt vinden. Rumi bedacht het dansen waarbij je om je eigen as draait. Alleen je kern staat dan nog stil en dat is God in jou.

Niets is stil, niets zit vast
alles is in beweging naar een plek
die geen begin kent en geen einde
Alles naar de oneindigheid.

Ik vind het prachtig om te lezen over deze beroemde man. Kader Abdolah heeft zijn fantasie gebruikt om er een lopend verhaal van te maken, maar geeft hier en daar aan waar zijn bronnen onduidelijk zijn of tegengestelde informatie geven. In dit levensverhaal van Rumi wordt al wat poëzie van hem geciteerd.

Verder lezen

Hasse Simonsdochter – Thea Beckman

In de vijftiende eeuw woont Hasse Simonsdochter in Kampen. Hasse wordt met de nek aangekeken, ook door haar eigen familie. Daarom is ze niet graag thuis en brengt haar dagen door in het buitengebied, waar ze leert om op eigen houtje te overleven. Ze bouwt hutten en maakt haar eigen boog met pijlen, om konijntjes mee te schieten. Op een dag hoort ze een paar mannen met een kudde ossen aankomen. Hasse verstopt zich snel, maar wordt ontdekt door de mannen. Ze vallen haar lastig. Hasse slaat en bijt, maar de drie mannen zijn te sterk voor haar. Dan komt er een ruiter voorbijgereden, die haar redt. Daarbij doodt hij per ongeluk één van de mannen.

Thea Beckman schrijft heel beeldend. Haar taalgebruik doet hier en daar ouderwets aan, wat niet verwonderlijk is voor een boek uit 1983. Het past ook wel bij een historische roman. De beschrijvingen vind ik soms te uitgebreid. En ook de historische context is behoorlijk taai. Ik bezoek Wikipedia om wat te lezen over de Hoekse en Kabeljauwse twisten, maar het is een ingewikkeld verhaal, dus ik haak snel af. Maar Hasses verhaal interesseert me wel!

Verder lezen

Vergeef ons onze zwakheid – Gijs IJlander

Sybrand Staring heeft als verpleeghuisarts voor het eerst euthanasie verleend, aan meneer Mos. En meteen belandt hij in de problemen. De dochter van de overleden man klaagt hem aan. Sybrand vlucht naar zijn tweede huis, op een Schots eiland.

Gijs IJlander begint dit boek echter met een korte epiloog, waarin allerlei papieren en boeken op tafel liggen. Ik begrijp er niks van, dus ga maar gewoon verder met de volgende bladzijde, waarop de veerboot aankomt op het Schotse eiland. De ruigheid ervan wordt goed beschreven.

Verder lezen

Lalagè wil lezen in 2023

Het bevalt me goed om met een online leeslijstje te werken. Zoals je in artikel van vorig jaar kunt zien, is dit geen garantie voor succes, want vijf van de tweeëntwintig boeken heb ik niet uitgelezen. Mede daarom heb ik de rubriekindeling een beetje veranderd, maar het is er niet minder ambitieus van geworden… Houd je vast, dit wil ik gaan lezen!

Eindelijk

De volgende boeken staan al jaren op mijn lijstje met boeken die ik móet lezen, bijvoorbeeld omdat iemand het aanraadde, en toch kom ik er steeds niet aan toe. Dit jaar wil ik deze eindelijk afstrepen.

Satanstango – László Krasznahorkai gestopt na 70 bladzijden
Door de nauwe poort – Karen Armstrong
De verboden tuin – Wessel te Gussinklo gestopt na 42 bladzijden; dit is echt niks voor mij
Lichter dan ik – Dido Michielsen

Verder lezen

To paradise – Hanya Yanagihara

Na het dikke, Amerikaanse Een klein leven had ik wel even genoeg van Hanya Yanagihara. Maar toen iemand van mijn boekenclub To paradise uitkoos om samen te bespreken, keek ik er toch naar uit. Ik besloot om deze keer de originele Engelse versie te lezen en niet de vertaling. Zoals ik al dacht, is het Engels is niet erg moeilijk. Bovendien worden Yanagihara’s lange Engelse zinnen in het Nederlands vaak nóg langer, dus ik heb geen spijt van deze keus.

To paradise is ook dik en Amerikaans. Het bestaat uit drie delen, die zich afspelen in achtereenvolgens 1893, 1993 en 2093. Het eerste verhaal sleept me al gauw mee en ik lees dit vrij vlot. Het gaat over David Bingham, een rijke jongeman die het aan niks ontbreekt. Hij woont met zijn opa in het familiehuis, terwijl zijn jongere broer en zus al zijn uitgevlogen. David heeft wel een blauwe maandag gewerkt bij de bank waar zijn familie eigenaar van is, maar vanwege depressieve periodes is hij daarmee gestopt. Hij geeft eens in de week tekenles op een school. Daar ontmoet hij Edward Bishop. Het is liefde op het eerste gezicht.

Toch is het gelijke geslacht van de geliefden niet het probleem in dit verhaal. Dit is namelijk een alternatieve geschiedenis, waarin een paar Amerikaanse staten, waaronder New York, zich hebben afgescheiden van de rest van Amerika. En in deze Free States is het homohuwelijk al gelegaliseerd. Davids broer is met een man getrouwd en zijn zus met een vrouw. Ze hebben kinderen geadopteerd van vluchtelingen uit het zuiden. Kindertehuizen zitten vol met wezen en kinderen waarvan de ouders te arm zijn om voor ze te zorgen. Ik vind het een mooie vondst om een historisch verhaal te schrijven waarin een bepaald aspect van de geschiedenis is veranderd.

Verder lezen