Geloof jij in geesten? Jeanette Winterson begint dit boek met een korte geschiedenis van het bovennatuurlijke in de literatuur. Het gaat van oude volksverhalen naar Frankenstein en de boeken van Shirley Jackson, om te eindigen bij vreemde verschijnselen door kunstmatige intelligentie en virtual reality. Daarna volgen twaalf spookverhalen, nog een paar keer afgewisseld door bespiegelingen van de schrijver.
De meeste verhalen bevatten een verrassende wending en ik vind dat telkens weer knap gevonden. Geesten uit het verleden duiken op. Meestal duurt het even voor de hoofdpersoon in de gaten heeft dat het niet om een mens van vlees en bloed gaat. Zo belandt een vrouw in een skihotel in een kamer die ouderwets is ingericht. De man die er logeert vertelt over zijn plannen om de Mount Everest te gaan beklimmen. Pas de volgende ochtend ontdekt de vrouw dat deze man al een eeuw geleden is overleden.
Van Dorthe Nors las ik eerder fictie. Langs de kustlijn staat echter bij de reisboeken in de bibliotheek. Het gaat over de Noordzeekust en speelt zich vooral af in Denemarken, maar de schrijver maakt ook uitstapjes naar Den Helder en Amsterdam. Later komt het Waddeneiland Sylt voorbij, dat nu bij Duitsland hoort, maar vroeger ook wel Deens is geweest.
Dorthe Nors vertelt over hoe ze opgroeide bij het noorden van de westkust van Denemarken, waar ruimte is. Als jong volwassene verhuisde ze naar Kopenhagen. Ze woonde ook een tijdje op het Waddeneiland Fanø. Voor het schrijven van dit boek reist ze per auto langs oude bekende plekken. Soms reist ze samen met een vriendin, bijvoorbeeld als ze een tocht maakt langs kerken met eeuwenoude fresco’s. Onderweg spreekt ze allerlei mensen.
Boeken herlezen, ik doe het niet vaak. Toch begin ik spontaan nog een keer in 821 mensen die er ook toe doen, dat nog op mijn e-reader staat. Af en toe lees ik er wat in, om het dan weer bijna te vergeten. Maar als ik lees, is het zelden één hoofdstukje. Vorig jaar had ik het al gelezen, maar er nog niet over geblogd, omdat ik niet zo goed wist wat ik erover kon schrijven. Nu ik het herlees, vind ik het nog beter en wil ik het alsnog met jullie delen.
Stefan is journalist bij een toonaangevend Duits weekblad. Toevallig komt hij Theresa tegen, die hij al jaren niet heeft gezien. Als studenten deelden ze een huis, totdat Theresa op een dag verdween. Haar vader was plotseling overleden en zij besloot zijn boerenbedrijf over te nemen. En dat is waar ze nog steeds is: tussen de koeien en op het land.
De oude vrienden pakken het contact weer op via e-mail en Whatsapp. Die berichten zijn wat de lezer voorgeschoteld krijgt. Juli Zeh en Simon Urban hebben het wel zo geschreven dat het goed te volgen is en dat deze mensen geïntroduceerd worden op een natuurlijke manier. Dat Stefan goed kan schrijven is niet vreemd voor een journalist en Theresa heeft vroeger ook Duits gestudeerd. Ze vertellen elkaar over hun leven en voeren felle discussies over maatschappij en politiek. Boeren hebben het zwaar door wisselend overheidsbeleid en dat weet Theresa goed over te brengen. Zij en haar collega’s zijn vaak wanhopig, omdat ze door geldgebrek en strenge regelgeving nauwelijks het hoofd boven water kunnen houden.
Twee Vlaamse zussen wonen samen in hun ouderlijk huis. Hun vader was notaris en hij overleed terwijl beide dochters nog ongehuwd waren. Inmiddels is Georgine 20 jaar en Marie al 30 jaar oud. Verschillende personen uit het dorp zouden wellicht geschikt zijn als huwelijkspartner, waaronder de jonge notaris die hun vader heeft opgevolgd en gebruik mag maken van zijn werkkamer. De overbuurman Luc Hancq trekt echter de meeste aandacht van de dames. Hij komt regelmatig bij ze langs. Zijn huwelijkse staat weerhoudt hem er niet van om oog te hebben voor vrouwelijk schoon.
Virginie Loveling beschrijft dit alles in mooie Vlaamse zinnen van meer dan een eeuw geleden. Een revolverschot wordt haar beste roman genoemd. Het werd voor het eerst uitgegeven in 1911. Annelies Verbeke heeft de spelling gemoderniseerd en een aantal woorden van voetnoten voorzien, waar door het gemakkelijker te lezen is voor wie nu leeft. Het vraagt nog steeds iets meer dan gemiddeld van de lezer, maar ik vind het goed te doen en geniet van de taal. Soms zijn de zinnen wel erg lang of ik begrijp een woord niet helemaal, maar het verloop van het verhaal is prima te volgen.
De sfeer wisselt gedurende het boek. Er is veel drama, maar er zijn ook idyllische stukjes bij, waarin de dorpse natuur wordt beschreven. Dan gaat het bijvoorbeeld over zingende vogels. Het kan letterlijk bedoeld zijn, maar ook symbolisch.
De figuurlijke zon was opgegaan en blonk in goud van morgengloren over het spiegelvlak van Marie’s innerste wezen, er de blauwe hemel en de laatste verdampende nevelwolkjes van twijfel in weerkaatsend.
Na de dood van de vrouw van Luc Hancq hoopt de oudste zus met hem te kunnen trouwen. Tijdens een dromerige scène kust Luc haar en Marie vat hun gesprek zo op dat hij zich met haar wil verloven. Als lezer meen ik echter dat hij dit helemaal niet zo bedoelt. Later bekent Georgine aan Marie dat ze ook op Luc valt en eveneens in de veronderstelling is dat ze zich binnenkort zullen verloven. Voor de zussen is dit een grote ontdekking, terwijl vanaf het begin van het boek al duidelijk is dat ze op dezelfde man vallen. Het heeft grote gevolgen en het verhaal wordt nog spannender dan het al was!
Een revolverschot is een goed boek, dat je meeneemt naar een andere tijd. Het is terecht dat deze klassieker weer onder de aandacht is gebracht.
Luister ook naar de aflevering over dit boek van de podcast Fixdit, over klassiekers van vrouwelijke schrijvers.
Tussen de bergen stroomt de rivier de Aras. Die ziet de nomaden met hun schapen en geiten. De jonge vrouw Saray is één van hen. Aras geniet ervan als ze zich wast in het koele water of ervan drinkt. Sarays jeugdvriend Aydin is ook opgegroeid, tot een sterke jonge man. Hij wordt het hoofd van de herdersstam.
We hebben niets nodig wat wij in deze vlaktes en bergen niet kunnen vinden, in dit grote huis met de bergen als sterke muren, een sterrenhemel als plafond en overal het kleurrijke tapijt van planten en bloemen
In India leeft arm en rijk naast elkaar, in gescheiden werelden en tegelijkertijd zo verbonden. Tijd van zonde begint met een schokkende scène: een dure auto rijdt vijf daklozen dood, die langs de kant van de weg liggen te slapen. De bestuurder belandt in de gevangenis. Het is Ajay, die in de auto van zijn baas rijdt. In de gevangenis gaat het er hard aan toe, maar de jonge man weet zich staande te houden.
Dan springt het verhaal naar de jeugd naar Ajay. Na de dood van zijn vader kan zijn moeder niet meer rondkomen en ze besluit om haar zoon te verkopen. Jarenlang werkt Ajay voor een echtpaar, totdat de man sterft en Ajay op straat staat. Via baantjes in de horeca wordt hij de persoonlijk assistent van een stinkend rijke man: Sunny Wadia. Die leeft een luizenleventje met veel feestjes, drank en drugs.
Simon is kapper, net als zijn vader en zijn opa. Die vader heeft hij echter nooit gekend, omdat die is omgekomen bij het vliegtuigongeluk op Tenerife in 1977. Simons opa komt regelmatig langs in de kapperszaak. Ze kunnen het goed met elkaar vinden.
Simons moeder noemt hem indolent: niet actief. Zelf is ze heel anders. Elke zaterdag begeleidt ze mensen met een beperking in het zwembad. Als haar collega daar vertrekt naar een zonnig eiland, moet Simon invallen. Hij moet nogal wennen aan de omgangsvormen van de zwemmers. Nouja, eigenlijk kan er maar eentje echt zwemmen. De anderen poedelen wat rond en meppen elkaar met flexibeams, van die kunststof staven. Er is een jongen bij die er knap uitziet, maar niet kan praten. Simon fantaseert over hem.
Er zijn al zoveel boeken over kinderen die opgroeien in een disfunctioneel gezin. Een schrijver moet dus wel wat moeite doen om daar een boeiend verhaal van te maken en je als lezer te laten meeleven. Dat lukt Philip Huff in zijn autobiografische boek, waar hij veertien jaar aan heeft gewerkt. Hij schreef het eerste hoofdstuk dus al voordat de laatste delen plaatsvonden.
Het ouderlijk huis in Wat je van bloed weet staat niet in een achterbuurt, maar in het Gooi. Op het eerste gezicht is het een normaal gezin met vader en moeder en drie kinderen, waarvan de hoofdpersoon de middelste is. Het begint met een idyllisch tafereel in de speeltuin, waar een liefdevolle vader een oogje in het zeil houdt. Dat geeft een veilig gevoel. Deze stukjes in schuine letters blijken echter dagdromen over een andere realiteit: stel je voor…
Bij Argentijnse literatuur denk ik aan magisch realisme, met geesten en bovennatuurlijke gebeurtenissen. Ook in De gevaren van roken in bed is dit de rode draad. Het boek bevat twaalf verhalen. Het titelverhaal is het kortste met zes pagina’s. Het gaat over een vrouw die rookt in bed, ook nadat een buurvrouw hierdoor is overleden, omdat haar sigaret voor brand zorgde.
Het langste verhaal telt vijftig bladzijden en gaat over verdwenen kinderen in Buenos Aires. Op een dag komt een heel aantal kinderen terug, maar er is iets vreemds aan de hand. Ze zijn namelijk niets veranderd: ze zijn niet ouder geworden en dragen nog dezelfde kleding als op de dag van hun verdwijning. Ouders weten niet wat ze ermee aan moeten en de kinderen gaan bij elkaar in een verlaten gebouw zitten. Het is vooral een bizar verhaal, maar het verdriet van de families schemert erin door.