Corien van Zweden krijgt de diagnose borstkanker als ze 47 jaar oud is. Ze stelt de dokter meteen allerlei vragen, zoals ze ook gewend is te doen in haar werk als journalist. Thuis speurt het ze internet af en verslindt een stapel boeken over kanker. Als haar bestralingen zijn afgelopen, zit ze op een ochtend achter haar computer om weer te gaan werken. In haar mailbox staat een bericht van de klassenmentor van Lisa, Coriens oudste dochter die net aan de brugklas is begonnen. De e-mail gaat over de moeder van klasgenoot Yaïr, bij wie uitgezaaide kanker is geconstateerd. Dat is ook toevallig. Als ze ernaar vraagt bij Lisa, blijkt dat nog drie andere kinderen in de klas een ouder met kanker hebben. “Ik zit in een kankerklas!” zegt Lisa.
Nederlands
Moederziel – Krijn Peter Hesselink
Meteen op de eerste bladzijde wordt de toon voor dit boek gezet; ik voel de warme zomerdag en de spanning in hoofdpersoon Jonathan. Die zit met zijn vriendin Mariëlle en zijn vader in een vakantiehuisje in Drenthe. In het dorp bij het huisje komt Jonathan zijn moeder tegen, die hij niet meer heeft gezien sinds zijn jeugd. De oude vrouw is dement, maar ze is blij met gezelschap en Jonathan wil graag met haar bijpraten.
Ze zitten dan wel samen in het vakantiehuisje van zijn vader, maar eigenlijk heeft Jonathan niet zo’n goede band met hem. In de uitgebreide terugblikken op zijn jeugd wordt langzaam duidelijk hoe dat zo gekomen is. Jonathan was een jongen met een rijke fantasie. Ik vind het erg leuk om daarover te lezen. Buurmeisje Fleur was al net zo’n fantast en ze maakten elkaar de gekste dingen wijs.
Antiglamour – Carice van Houten & Halina Reijn
Laatst liep ik in de bieb te snuffelen en toen zag ik ineens het boek van Carice van Houten en Halina Reijn. Ik had de hartsvriendinnen bij DWDD over dit boek zien praten en het leek me niet echt wat voor mij. Maar toen ik het even doorbladerde leek het me toch wel leuk: zoiets als een tijdschrift maar dan in boekvorm. Ik besloot het voor de grap te lenen.
Koerikoeloem – Tjitske Jansen
Waar ligt de grens tussen proza en poëzie? Soms typeer ik een boek als ‘poëtisch geschreven’. Vaak doel ik dan op metaforen en zorgvuldig gekozen woorden. Maar meestal is het dan toch duidelijk een roman met een verhaal.
In Koerikoeloem, de titel zegt het al, vertelt Tjitske Jansen haar levensverhaal. Ze doet dat door middel van een soort spreuken; kleine verhaaltjes die een eenheid vormen. De meeste zijn jeugdherinneringen:
Er was mijn broer die voorstelde om kappertje te spelen. Eerst mocht hij mij knippen en daarna ik hem. Toen hij mij geknipt had, mocht ik hem niet meer knippen.
Als de winter voorbij is – Thomas Verbogt
Thomas Verbogt stond al een hele tijd ongelezen op mijn boekenlijst, vooral na enthousiaste verhalen van een paar twitteraars. Ik was dan ook blij verrast toen zijn nieuwste boek Als de winter voorbij is op de agenda van Een perfecte dag voor literatuur bleek te staan. Met hoge verwachtingen begon ik aan dit boek.
Meteen op de eerste bladzijde begrijp ik waarom deze schrijver zulke grote fans heeft: hij schrijft prachtig. In korte zinnen worden grote gedachten verwoord. Ik probeer langzaam en aandachtig te lezen.
De kleine miezerige god – Esther Gerritsen
Dominique begint aan een nieuw leven. Ze is net verhuisd van Nijmegen naar Amsterdam, waar ze als dramatherapeute in een psychiatrische kliniek gaat werken. Haar demente moeder blijft achter in een verzorgingstehuis in Nijmegen. Dominique vraagt zich af waarom ze haar moeder nog bezoekt, als die haar toch niet meer herkent. Doet ze het dan voor zichzelf? Dat ook niet. Ze besluit dat ze het voor god doet, die ze op dat moment in het leven roept. Het is een kleine god, die niet almachtig is en haar soms uit het oog verliest. Daardoor gebeuren er toch opvallende dingen in haar leven.
Mensen die je misschien kent – Frouke Arns
Frouke Arns is stadsdichter van Nijmegen. Dat verbaast mij niet, want haar gedichten zijn toegankelijk: vaak kort en in eenvoudige taal, over thema’s die we allemaal wel herkennen. Mensen die je misschien kent bestaat uit drie delen. Het eerste speelt zich dicht bij huis af.
Op een balkon van een flat voert iemand
zijn longen aan de wolken, spreekt met meeuwen
Zorg – Miquel Bulnes
Toen ik nog bij het UMC Utrecht werkte, net als Miquel Bulnes, las ik al eens een boek van hem: Attaque! Niet dat ik hem ooit ben tegengekomen, maar het is altijd leuk als een boek speelt in een omgeving die je kent. Alhoewel, ik zit vooral achter de computer te rekenen aan zorgdata. Mij moet je niet in de operatiekamer neerzetten, maar de medische wereld heeft me altijd mateloos geboeid. Daarom nam ik spontaan het boek Zorg mee uit de bieb. Hierin kruip je in de huid van een assistent-chirurg in opleiding. In het begin moet ik even wennen aan de je-vorm waarin het boek is geschreven, maar al snel valt dat me niet meer op.
De parttime-junkie – Renee Kelder
Renee Kelder was zes jaar lang verslaafd aan onder andere GHB en alcohol. In De parttime-junkie vertelt ze hoe ze verslaafd werd en hoe ze weer van de drugs af kwam. Het begint bij haar jeugd in een heel normaal gezin waar literatuur en cultuur hoog in het vaandel stonden. Zus Eva speelt ook een belangrijke rol. Omdat Eva’s debuut Het leek stiller dan het was mijn lievelingsboek is, wilde ik De parttime-junkie ook heel graag lezen.
De scheiding van hun ouders was een heftige gebeurtenis in het leven van de zusjes. Renee was toen dertien jaar en Eva achttien. Daardoor heeft Renee zich verwaarloosd gevoeld in haar puberteit en ze ontwikkelde een angststoornis. Ook kwam ze al jong in aanraking met alcohol en XTC. Als negentienjarige student kreeg Renee GHB van vrienden en ze vond het heerlijk: haar onzekerheid was weg en het was veel makkelijker om een spontaan gesprek te voeren. Ook andere drugs zoals coke waren heel normaal in deze nieuwe vriendenkring.
Woesten – Kris van Steenberge
Tot voor kort wist bijna niemand dat Woesten een dorp is vlak bij Ieper in Vlaanderen. Maar sinds Kris van Steenberge zijn debuut publiceerde is daar verandering in gekomen. Ik had hoge verwachtingen van dit veelgeprezen boek en ik werd niet teleurgesteld. Je moet er wel de tijd voor nemen, want het is prachtig geschreven.
Aan het einde van de negentiende eeuw is Elisabeth vijftien jaar. Ze is een intelligent meisje en ging graag naar school, maar toen ze twaalf was werd besloten dat ze voortaan thuis zou blijven om haar moeder te helpen met kantklossen. Ze komt in gesprek met meneer Funke, de vreemdeling van het dorp. Hij leent Elisabeth stiekem boeken en daar geniet ze met volle teugen van. Maar op een dag is meneer Funke weer zomaar verdwenen.





