Isabella Tuyl de Charrière, beter bekend als Belle van Zuylen, lijdt aan de liefde. Ze is 44 jaar als ze voor de tweede keer een onmogelijke verliefdheid beleeft. Ze is getrouwd met een aardige man, maar die zet haar niet in vuur en vlam. Om haar jongere minnaar te ontvluchten, reist ze van Zwitserland naar Parijs.
Joke Hermsen begint deze roman, die gaat over een periode in Isabella’s leven waar weinig over bekend is, met een serie brieven tussen diverse personages. Ik moet goed opletten om te snappen wie nou wie is, maar ben ook meteen geboeid door deze geschiedenis. Het leuke is dat er ook een brief bij is van Betje Wolff, waarvan ik ooit de brievenroman Sara Burgerhart las. Na deze brieven springt het perspectief naar Jean-Samuel d’Apples, de geliefde van Isabella. Ook hij heeft liefdesverdriet, nadat hij Isabella achterna is gereisd naar Parijs. Later blijkt dat daar een misverstand is opgetreden. En nu zit Jean-Samuel op de boot naar Amerika, om daar een bank te beginnen. Hij had samen met Belle willen reizen om een nieuw leven te beginnen, ver van veroordelende blikken. Nu wordt hij zeeziek in het gezelschap van een paar andere mannen, waarvan eentje ook ongelukkig in de liefde is.
Verder lezen

