Een boek over een overledene die e-mails stuurt en zijn uitvaartondernemer, dat is een interessant en origineel thema! Zeg maar dat we niet thuis zijn start met een digitaal bericht van meneer Jahangir, die in een koelcel op zijn begrafenis wacht. De hoofdpersoon is Milan, die zijn laatste week als uitvaartbegeleider beleeft. Daarin ontmoet hij de familie Jahangir, die probeert hun vader in Iran te laten begraven. Zoon Afran beweert dat hij e-mails van zijn vader ontvangt en Milan zegt dat dat onmogelijk is. Helaas wordt dit niet verder uitgewerkt. De hoofdstukken over Milan worden wel afgewisseld met de berichten van meneer Jahangir, die probeert Milan te bereiken.
familie
Caribou Island – David Vann
Gary wil een huisje bouwen op Caribou Island, het eiland vlakbij hun huis in Alaska. Dat wil hij al sinds hij dertig jaar geleden met zijn vrouw Irene naar Alaska ging vanuit Californië. Irene had toen nog niet door dat hij daar voor altijd wilde blijven. Nu kent ze hem door en door en het huwelijk is niet zo goed meer, maar scheiden wil ze niet en ze verbijt zich steeds.
Gary en Irene hebben twee kinderen: Mark woont vlakbij en Rhoda woont een stuk verderop met haar vriend, tandarts Jim. Het perspectief wisselt steeds tussen de verschillende hoofdpersonen. Terwijl Irene ziek in bed ligt met knallende hoofdpijn, gaat Gary verder met het bouwen van de hut en Jim gaat vreemd met Monique die weer was komen aanwaaien bij Mark. Het lullige is dat Rhoda in de veronderstelling is dat ze binnenkort met Jim zal gaan trouwen op Hawaii.

De parttime-junkie – Renee Kelder
Renee Kelder was zes jaar lang verslaafd aan onder andere GHB en alcohol. In De parttime-junkie vertelt ze hoe ze verslaafd werd en hoe ze weer van de drugs af kwam. Het begint bij haar jeugd in een heel normaal gezin waar literatuur en cultuur hoog in het vaandel stonden. Zus Eva speelt ook een belangrijke rol. Omdat Eva’s debuut Het leek stiller dan het was mijn lievelingsboek is, wilde ik De parttime-junkie ook heel graag lezen.
De scheiding van hun ouders was een heftige gebeurtenis in het leven van de zusjes. Renee was toen dertien jaar en Eva achttien. Daardoor heeft Renee zich verwaarloosd gevoeld in haar puberteit en ze ontwikkelde een angststoornis. Ook kwam ze al jong in aanraking met alcohol en XTC. Als negentienjarige student kreeg Renee GHB van vrienden en ze vond het heerlijk: haar onzekerheid was weg en het was veel makkelijker om een spontaan gesprek te voeren. Ook andere drugs zoals coke waren heel normaal in deze nieuwe vriendenkring.
Homoseksualiteit in de literatuur
Een tijd geleden zette een liedje van Claudia de Breij mij aan het denken. Het ging erover dat liedjes en boeken vaak over de liefde tussen een man en een vrouw gaan, maar nooit over relaties tussen twee mensen van hetzelfde geslacht. Zij kon zich er niet in herkennen.
Inderdaad, wanneer heb jij voor het laatst een boek gelezen waarin de hoofdpersoon homo of lesbisch is? Er komen weleens homo’s voor in boeken, maar meestal in bijrollen. Een voorbeeld is Marnix, één van de vijf studenten in Dogma. Ik besloot om nu eens een boek te kiezen dat draait om een homoseksuele hoofdpersoon. Het was @DeDaanmans die het filmpje van Claudia de Breij twitterde. Hij raadde me Oranges are not the only fruit aan.
Woesten – Kris van Steenberge
Tot voor kort wist bijna niemand dat Woesten een dorp is vlak bij Ieper in Vlaanderen. Maar sinds Kris van Steenberge zijn debuut publiceerde is daar verandering in gekomen. Ik had hoge verwachtingen van dit veelgeprezen boek en ik werd niet teleurgesteld. Je moet er wel de tijd voor nemen, want het is prachtig geschreven.
Aan het einde van de negentiende eeuw is Elisabeth vijftien jaar. Ze is een intelligent meisje en ging graag naar school, maar toen ze twaalf was werd besloten dat ze voortaan thuis zou blijven om haar moeder te helpen met kantklossen. Ze komt in gesprek met meneer Funke, de vreemdeling van het dorp. Hij leent Elisabeth stiekem boeken en daar geniet ze met volle teugen van. Maar op een dag is meneer Funke weer zomaar verdwenen.
De bijvangst – Wanda Bommer
Merel is veertien (bijna vijftien) en moet met haar moeder en diens nieuwe vriend op vakantie naar Italië. Haar beste vriendin wil niet meer mee, omdat ze liever met een paar andere meiden gaat kamperen op Terschelling. Merel mag dat niet en daarvan baalt ze natuurlijk als een stekker. Ondertussen zit Titus Troost op een Italiaanse parkeerplaats tussen de vakantiegangers, maar zijn doel is anders: hij wacht tot iemand z’n mooie auto onbeheerd achterlaat, maar met de sleutels er nog in, zodat Titus zo kan wegrijden. Soms zit hij urenlang te wachten en gebeurt er niets, maar deze keer heeft hij geluk. Een jong stel stapt uit een Jaguar en loopt naar het tankstation terwijl de radio nog aan staat. Titus slaat zijn slag…
Kinderen van het ruige land – Auke Hulst
In de proloog van Kinderen van het ruige land wordt Kai opgebeld door zijn moeder, die hem om geld vraagt. Ze zit in Frankrijk en heeft zich weer eens in de schulden gestoken. Mijn aandacht is getrokken: hoe is dat zo gekomen? Dat wordt verteld in de rest van het boek, dat gaat over het gezin dat in een Groningse boerderij woonde: broers Kurt en Kai, zussen Shirley Jane en Deedee en hun moeder. Hun vader was al jong overleden. Moeder is echter meer bezig met haar eigen leven dan met de opvoeding van haar kinderen. Soms lijkt dat wel leuk, want ze kunnen doen wat ze willen.
De jongens hebben veel fantasie en ze maken bijvoorbeeld plannen voor hun eigen ruimtevaartprogramma. Ze zitten uren te tekenen en als het ontwerp van de lanceerbasis klaar is, gaat moeder naar de bouwmarkt om beton en hout te halen. Welke moeder doet dat nou? Verder is de wildernis rondom de boerderij een geweldige plek om lekker te spelen en avonturen te beleven. Toch kom ik niet zo snel door het boek heen. Ongemerkt worden de jongens ouder, maar het is fragmentarisch geschreven. Bovendien heb ik wat moeite om me in te leven in jongens die stoer willen doen.
Alleen met de goden – Alex Boogers
Alex Boogers stond al langere tijd dikgedrukt op mijn boekenlijst, want ik had al veel positieve reacties op zijn werk gelezen. Daarom wilde ik graag zijn dikke nieuwe boek Alleen met de goden lezen, dat door sommigen aangekondigd werd als zijn magnum opus. Het is een autobiografisch getint coming-of-age-verhaal.
Aan het begin van het boek zit hoofdpersoon Aaron Bachman nog op de basisschool. Op een dag krijgt Aarons vader ruzie met een man die bij hen aan de deur komt. Hij wordt boos en slaat de man zo hard dat hij komt te overlijden. Aarons vader belandt in de gevangenis. Ze hadden het al niet zo breed thuis, maar nu stapelen de rekeningen zich op en het ene gat wordt met het andere gedicht. Aarons moeder is wanhopig en kookt niet meer voor haar zoon. Als hij durft te zeggen dat hij honger heeft, drukt ze hem weleens vijf euro in z’n hand voor een patatje. Aaron hangt veel op straat rond, bijvoorbeeld met zijn buurjongen Gerald. Die wordt gepest op school, omdat hij zwart is. Aaron vindt dat onbegrijpelijk en wil voor zijn vriend opkomen, terwijl Gerald liever niet terugvecht. Verder lezen
Zondagsgeld – Philip Snijder
Zondagsgeld speelt zich af in de jaren zestig op het Bickerseiland, een wijkje naast de Jordaan. De meeste huisjes worden bewoond door één familie, met opa en opoe als middelpunt. Het wordt op zo’n manier beschreven dat ik het helemaal voor me zie: de gracht vol afval, de tantes die op een kussentje op de vensterbank uit hun ramen hangen, de ooms die op hun vaste hoekje met elkaar staan te roken. Elke middag verzamelen de ooms en tantes en de neven en nichten van de jonge hoofdpersoon (zijn naam wordt niet genoemd) in het huisje van opa en opoe. Daar kakelt iedereen door elkaar in plat Amsterdams. Ook na het eten gaan de familieleden bij elkaar op bezoek. Ze voelen zich net zo thuis bij een broer of zus als in hun eigen huis. Op zondag gaan de kinderen op bezoek bij een oom en tante waar ze bij hun geboorte aan gekoppeld zijn. Na een halfuurtje zitten mag je dan weer gaan, een gulden rijker: zondagsgeld.
Iedereen kan schilderen – Emma Curvers
Als haar vader het voor het zeggen had, lag het debuut van Emma Curvers niet meer in de winkel. Hij voelde zich gegriefd door het boek en eiste dat het niet meer verkocht zou worden, maar de rechter gaf hem geen gelijk. Zou hij zich dan toch in Iedereen kan schilderen herkend hebben, ook al benadrukt zijn dochter dat het fictie is?
Hans Kostons lijkt zo op het eerste gezicht een normale, vriendelijke man. Hij heeft een goed lopend bedrijf en daardoor woont het gezin in een groot huis met mooie spullen en een zwembad. Zijn echtgenote en zijn dochters Iris en Mia moeten echter wel aan de eisen van Hans voldoen. Anders kan het zomaar gebeuren dat moeder Elsbeth in de winter zonder jas buiten staat en niet meer naar binnen mag. Ze mag ook niet koken in de blinkende keuken, maar moet dat doen in de bijkeuken. Een ander voorbeeld is dat Elsbeth, Iris en Mia door Hans worden achtergelaten bij een tankstation, als ze onderweg zijn naar een tante om Pasen te vieren. Volgens Hans is dat een logische actie, want ze hebben zich niet aan de regels gehouden, waaronder ‘niet eten in de auto’. Verder sloopt Hans vaak dingen als hij boos is. Dat is niet zo erg, want dan kan hij mooi gaan winkelen om nieuwe spullen aan te schaffen.




