‘Dat is precies wat ik nodig heb!’ denk ik bij de aankondiging van Olijven moet je leren lezen: een cursus genieten van poëzie. Vorig jaar las ik voor het eerst een gedichtenbundel en daarna volgden er nog zes. Ik vind het fijn om af en toe een gedicht te lezen, maar een beetje hulp kan ik er wel bij gebruiken. Volgens auteur Ellen Deckwitz krijgen jongeren geen les meer in het lezen van poëzie. Zij probeert daar in gastlessen iets aan te doen. Ik heb op de middelbare school wel heel wat gedichten gelezen tijdens de literatuurlessen, maar toch weet ik niet zo goed hoe ik het aan moet pakken. Of zou alles mogen?
Nederlands
Verborgen gebreken – Renate Dorrestein
Christine Jansen is een eigenwijze stoere meid van tien jaar. Ze heeft vaak ruzie met haar moeder, die drie kinderen van verschillende vaders heeft. Haar nieuwste vriend Jaap is erg leuk met de kinderen, maar Chris kan ook gemeen doen tegen hem. Ze is wel dol op haar oudere broer Waldo en haar jongere broertje Tommie. Deze zomer gaan ze op vakantie naar Schotland. Renate Dorrestein beschrijft het gezin en de buurt op haar sublieme manier, waardoor meteen duidelijk is hoe de verhoudingen liggen. Ik ben geboeid vanaf de eerste zinnen. En ik lees met veel plezier door tot de laatste bladzijde.
In Schotland gebeurt er iets waardoor Chris besluit om weg te lopen. Tommie gaat natuurlijk mee. Op de boot van Oban naar het eiland Mull kruipen ze in een auto die niet op slot is. Ze komen terecht bij Agnes, een oudere vrouw die al hordes neefjes en nichtjes heeft vermaakt in haar vakantiehuis op Mull. Sommigen daarvan hadden ook de behoefte om weg te lopen. Verder lezen
Brussel – Basje Bender
Brussel is een grijze stad, zelfs als de zon schijnt. Maar de Nederlandse Elvie voelt zich er thuis. Ze begon er als stagiair en is blijven hangen in de sector public affairs. De wijk met de Europese instellingen vormt een wereld op zich. Je kunt er behoorlijk anoniem rondlopen.
Mocht je helemaal opnieuw willen beginnen dan is Brussel je plaats, je komt hier blanco aan. Alle dingen die je vroeger deed maken niet meer uit, alles wat in je eigen land relevant was, is dat niet langer, mocht je achtervolgd worden door schaamte of spoken dan hoef je niet ver te gaan. Vluchten kan nog steeds.
Was iedereen maar zoals ik – Barbara Stok
Ik heb de afdeling stripboeken in de bibliotheek gevonden. Is hier ook een logische volgorde in? Het lijkt alsof alles door elkaar staat. Toch wil ik per se een boek van Barbara Stok lenen. Volgens de catalogus moet er eentje zijn, dus ik zoek me rot en daar, helemaal achteraan, staat Was iedereen maar zoals ik. Het is een klein vierkant boek met zwart-wit-tekeningen. Barbara zelf speelt de hoofdrol en zij staat dan ook voorop, met haar hond Wisky.

Het grote poetsboek – Diet Groothuis

Het grote poetsboek lijkt me in het begin een boek voor mensen die meer van lezen dan van poetsen houden. De eerste helft is vooral een feest van herkenning. Diet Groothuis vertelt op een heerlijke manier over hoe ze haar huishouden bestiert en hoe dat niet altijd perfect gaat. Verder lezen
Met mijn ogen dicht ik alles heel – Merel Morre
Na de maandelijkse leeslunch sta ik met m’n moeder boeken te lenen in de bieb. We laten onze aanwinsten aan elkaar zien. ‘Kijk, ik heb een boek over Zwitserland. En een gedichtenbundel.’ Ik sla het boekje van Merel Morre open en er staat:
Er is geen tijd te verliezen!
Dus doe maar rustig aan.
Op twitter had ik al gezien dat Merel heerlijke gedichtjes maakt. Blijkbaar doet ze ook aan lijfspreuken. De meeste verzen gaan over alledaagse onderwerpen, zoals de supermarkt of vakantie, maar ook over levensvragen en geluk. Verder lezen
Gezellige verhalen – Marente de Moor
Dit jaar kreeg Marente de Moor de Biesheuvelprijs voor haar bundel Gezellige verhalen. Eerder las ik haar roman De Nederlandse maagd en die vond ik erg goed. Ook de boeken van haar moeder Margriet kan ik waarderen. Ik keek dan ook erg uit naar deze verhalen. Zouden ze inderdaad gezellig zijn? De bloemen op de voorkant hangen er immers sip bij.
Grip – Stephan Enter
Een paar jaar geleden begon ik aan Spel van Stephan Enter. Het boeide me niet en na een bladzijde of 50 heb ik het weggelegd. Die schrijver was niet aan mij besteed, zo dacht ik. Maar iemand van mijn boekenclub koos Grip van dezelfde schrijver uit om samen te bespreken. Ik zag er een beetje tegenop, maar ja, voor je boekenclub moet je wel wat over hebben.
Grip gaat over vier vrienden. In hun studententijd waren ze fanatieke klimmers en ze gingen met elkaar op vakantie naar de Lofoten in het noorden van Noorwegen. Snel daarna verloren ze elkaar uit het oog. Twintig jaar later zijn Paul en Vincent onderweg naar Martin en Lotte, die getrouwd zijn en in Wales wonen. Het boek bestaat uit vier delen. De eerste drie zijn geschreven vanuit respectievelijk Paul, Martin en Vincent. Deel vier is een soort epiloog. Door deze constructie krijg je vanuit verschillende perspectieven een terugblik op die vakantie in Noorwegen. Dit wordt afgewisseld met korte scènes in het heden. Paul en Vincent zitten in de trein met een geweldig uitzicht op Wales, wat erg mooi beschreven wordt. Martin zit met zijn dochter Fiona in de bus, om zijn oude vrienden op te halen van het station.

Kenau – Tessa de Loo
‘Zij is een echte Kenau’ is een uitdrukking die we nog steeds kennen. Kenau Simonsdochter Hasselaer is misschien wel één van de bekendste vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis. Haar verhaal is al vaak verteld, maar Tessa de Loo doet het nog een keer, naar aanleiding van een film (die ik niet gezien heb). Het is lang geleden dat ik iets van Tessa de Loo heb gelezen, maar ik kan me herinneren dat ik De meisjes van de suikerwerkfabriek wel kon waarderen en daarom verheugde ik me op dit historische verhaal.
Het is een ijskoude winter in 1564 en de steden van Nederland worden één voor één ingenomen door de Spanjaarden. Haarlem is nog ongeschonden, maar het stroomt al vol met vluchtelingen uit onder andere Naarden, waar het grootste deel van de bevolking is vermoord. Claes weet als enige van zijn gezin te ontkomen en reist van Naarden naar Haarlem om bij zijn tante Kenau aan te kloppen. Ze schrikt van het nieuws en deelt dit met de bestuurders van de stad. Ze is dan wel een vrouw, maar ze kent een aantal van de mannen goed. Na de dood van haar man heeft ze de leiding over de scheepswerf en dat gaat haar goed af. Verder lezen
Op een nacht – Anne Eekhout
De hoofdpersoon van Op een nacht zit opgesloten in een gebouw. Hij krijgt amper te eten en wordt regelmatig gemarteld. Hij heeft geen idee waarom hij daar zit en hij heeft geen herinneringen aan de tijd dat hij niet in deze cel zat. Maar ’s nachts, in zijn dromen, heeft hij een ander leven. Dan is hij James, getrouwd met Ana, vader van Penelope. James is ontzettend bang dat Penny iets zal overkomen. Hij ziet het helemaal voor zich in levendige visioenen. Uiteraard wil hij zijn dochter hiervoor behoeden, maar Ana vindt dat het veel te ver gaat. Ze stuurt James naar een psychiater, die probeert te achterhalen wat hij ’s nachts droomt.
Als jij weet van James, weet James dan ook van jou? Er gaat geen dag voorbij of je vraagt het je af. Als je bij James bent, als je hem bént, denk je niet aan jezelf in het gebouw. Dan besta je niet. Dus het zou logisch zijn te denken dat James van niets weet.

