Van Dorthe Nors las ik eerder fictie. Langs de kustlijn staat echter bij de reisboeken in de bibliotheek. Het gaat over de Noordzeekust en speelt zich vooral af in Denemarken, maar de schrijver maakt ook uitstapjes naar Den Helder en Amsterdam. Later komt het Waddeneiland Sylt voorbij, dat nu bij Duitsland hoort, maar vroeger ook wel Deens is geweest.
Dorthe Nors vertelt over hoe ze opgroeide bij het noorden van de westkust van Denemarken, waar ruimte is. Als jong volwassene verhuisde ze naar Kopenhagen. Ze woonde ook een tijdje op het Waddeneiland Fanø. Voor het schrijven van dit boek reist ze per auto langs oude bekende plekken. Soms reist ze samen met een vriendin, bijvoorbeeld als ze een tocht maakt langs kerken met eeuwenoude fresco’s. Onderweg spreekt ze allerlei mensen.
Boeken herlezen, ik doe het niet vaak. Toch begin ik spontaan nog een keer in 821 mensen die er ook toe doen, dat nog op mijn e-reader staat. Af en toe lees ik er wat in, om het dan weer bijna te vergeten. Maar als ik lees, is het zelden één hoofdstukje. Vorig jaar had ik het al gelezen, maar er nog niet over geblogd, omdat ik niet zo goed wist wat ik erover kon schrijven. Nu ik het herlees, vind ik het nog beter en wil ik het alsnog met jullie delen.
In 2023 las ik een recordaantal boeken, tenminste, als je boeken kunt tellen. Want een novelle en een dikke pil kan je eigenlijk niet vergelijken. Ik las ook een recordaantal boeken niet uit… Word ik dan steeds strenger? Ben je minder snel onder de indruk als je veel leest? Of ik ben juist aardiger voor mezelf, dat ik mag stoppen in plaats van door te ploeteren. Het is nog altijd heerlijk als ik wél goed kies en een geweldige leeservaring heb. Hieronder noem ik het allerbeste dat ik dit jaar las.
Drie boeken in de categorie non-fictie veranderden mijn visie op bepaalde aspecten van dit leven. Dat begon met Door de nauwe poort van Karen Armstrong, over de zeven jaren die ze als jonge vrouw rond 1960 in een zeer streng klooster doorbracht. Ik roep weleens: ‘Als ik een eeuw geleden had geleefd, was ik non geworden.’ Maar na dit boek weet ik dat niet meer zo zeker.
In de zee leven de wonderlijkste dieren met ongelooflijke eigenschappen. Matthijs Meeuwsen heeft er 38 uitgekozen om in dit boek te laten schitteren. In jolige teksten vertelt hij waarom deze dieren zo bijzonder zijn. Hij gebruikt daar vaak vergelijkingen bij, zoals in de titel: de slijmprik is namelijk de voorouder van alle gewervelde dieren.
Stefan is journalist bij een toonaangevend Duits weekblad. Toevallig komt hij Theresa tegen, die hij al jaren niet heeft gezien. Als studenten deelden ze een huis, totdat Theresa op een dag verdween. Haar vader was plotseling overleden en zij besloot zijn boerenbedrijf over te nemen. En dat is waar ze nog steeds is: tussen de koeien en op het land.
De oude vrienden pakken het contact weer op via e-mail en Whatsapp. Die berichten zijn wat de lezer voorgeschoteld krijgt. Juli Zeh en Simon Urban hebben het wel zo geschreven dat het goed te volgen is en dat deze mensen geïntroduceerd worden op een natuurlijke manier. Dat Stefan goed kan schrijven is niet vreemd voor een journalist en Theresa heeft vroeger ook Duits gestudeerd. Ze vertellen elkaar over hun leven en voeren felle discussies over maatschappij en politiek. Boeren hebben het zwaar door wisselend overheidsbeleid en dat weet Theresa goed over te brengen. Zij en haar collega’s zijn vaak wanhopig, omdat ze door geldgebrek en strenge regelgeving nauwelijks het hoofd boven water kunnen houden.
Pas geleden is voor de derde keer de Grote Vriendelijke 100 gemaakt. Hierin staan de honderd beste jeugdboeken volgens (meestal volwassen) lezers die allemaal hun top-5 inleverden. Momo en de tijdspaarders staat er tot nu toe elke keer in. Het is dit jaar precies vijftig jaar geleden dat het boek voor het eerst gepubliceerd werd in het Duits. Robert Jan van Asch maakte een fijne vertaling naar het Nederlands.
Momo is een bijzonder meisje. Ze woont in haar eentje in een kamertje onder een eeuwenoud amfitheater. Niemand weet waar ze vandaan komt en wie haar ouders zijn. Ze ziet er een beetje vreemd uit in haar veel te grote jas. Maar mensen komen graag naar Momo toe, omdat ze zo goed kan luisteren. Wie zijn verhaal aan haar vertelt, komt zomaar op de creatiefste ideeën. Kinderen spelen graag bij Momo, omdat ze dan nog beter kunnen fantaseren. In het begin van het boek worden een paar van zulke speelfantasieën uitgebreid beschreven. Het kost mij wat moeite om daar geduld voor op te brengen, maar later blijkt het zeker functioneel te zijn voor wat volgt.
In de bibliotheek zag ik deze historische roman over een zeemeermin, die zich afspeelt rond 1400 in Schotland en West-Friesland. Dat is genoeg informatie voor mij om het te willen lezen! De zeemeermin komt echter pas ergens halverwege ten tonele. De eerste helft van het boek speelt zich af in Schotland. Daar woont Muireall bij haar vader, die de heraut is van de koning. Ze wonen bij het kasteel van Edinburgh. Haar moeder was een selkie, die op een dag haar zeehondenhuid had teruggevonden en in zee was verdwenen. Tenminste, dat beweert de heraut.
Twee Vlaamse zussen wonen samen in hun ouderlijk huis. Hun vader was notaris en hij overleed terwijl beide dochters nog ongehuwd waren. Inmiddels is Georgine 20 jaar en Marie al 30 jaar oud. Verschillende personen uit het dorp zouden wellicht geschikt zijn als huwelijkspartner, waaronder de jonge notaris die hun vader heeft opgevolgd en gebruik mag maken van zijn werkkamer. De overbuurman Luc Hancq trekt echter de meeste aandacht van de dames. Hij komt regelmatig bij ze langs. Zijn huwelijkse staat weerhoudt hem er niet van om oog te hebben voor vrouwelijk schoon.
Virginie Loveling beschrijft dit alles in mooie Vlaamse zinnen van meer dan een eeuw geleden. Een revolverschot wordt haar beste roman genoemd. Het werd voor het eerst uitgegeven in 1911. Annelies Verbeke heeft de spelling gemoderniseerd en een aantal woorden van voetnoten voorzien, waar door het gemakkelijker te lezen is voor wie nu leeft. Het vraagt nog steeds iets meer dan gemiddeld van de lezer, maar ik vind het goed te doen en geniet van de taal. Soms zijn de zinnen wel erg lang of ik begrijp een woord niet helemaal, maar het verloop van het verhaal is prima te volgen.
De sfeer wisselt gedurende het boek. Er is veel drama, maar er zijn ook idyllische stukjes bij, waarin de dorpse natuur wordt beschreven. Dan gaat het bijvoorbeeld over zingende vogels. Het kan letterlijk bedoeld zijn, maar ook symbolisch.
De figuurlijke zon was opgegaan en blonk in goud van morgengloren over het spiegelvlak van Marie’s innerste wezen, er de blauwe hemel en de laatste verdampende nevelwolkjes van twijfel in weerkaatsend.
Na de dood van de vrouw van Luc Hancq hoopt de oudste zus met hem te kunnen trouwen. Tijdens een dromerige scène kust Luc haar en Marie vat hun gesprek zo op dat hij zich met haar wil verloven. Als lezer meen ik echter dat hij dit helemaal niet zo bedoelt. Later bekent Georgine aan Marie dat ze ook op Luc valt en eveneens in de veronderstelling is dat ze zich binnenkort zullen verloven. Voor de zussen is dit een grote ontdekking, terwijl vanaf het begin van het boek al duidelijk is dat ze op dezelfde man vallen. Het heeft grote gevolgen en het verhaal wordt nog spannender dan het al was!
Een revolverschot is een goed boek, dat je meeneemt naar een andere tijd. Het is terecht dat deze klassieker weer onder de aandacht is gebracht.
Luister ook naar de aflevering over dit boek van de podcast Fixdit, over klassiekers van vrouwelijke schrijvers.
Ik had al een hele tijd het idee om een dagje naar Breda te gaan. Het is altijd leuk om op ontdekkingstocht te gaan in een onbekende stad. Dus we namen de trein en liepen de groene route van de VVV, langs allerlei duurzame winkels en horeca. De bibliotheek stond er niet bij, maar had er prima tussen gepast. De ingang ziet er klassiek uit, maar daarachter is een modern gebouw met veel glas.
De bibliotheek is in een grote, open ruimte. Links staan rijen boekenkasten en rechts zitten veel jonge mensen te studeren.
Tussen de bergen stroomt de rivier de Aras. Die ziet de nomaden met hun schapen en geiten. De jonge vrouw Saray is één van hen. Aras geniet ervan als ze zich wast in het koele water of ervan drinkt. Sarays jeugdvriend Aydin is ook opgegroeid, tot een sterke jonge man. Hij wordt het hoofd van de herdersstam.
We hebben niets nodig wat wij in deze vlaktes en bergen niet kunnen vinden, in dit grote huis met de bergen als sterke muren, een sterrenhemel als plafond en overal het kleurrijke tapijt van planten en bloemen