In 2018 leven we met het doemscenario dat het einde der tijden nadert. Google heeft uitgerekend dat het binnen twintig jaar afgelopen zal zijn met de mensheid. We houden we het niet vol op de aarde en ook al wordt nu alles ingezet om duurzamer te gaan leven, de innovaties gaan te langzaam om de groei van de wereldbevolking bij te houden.
Nederlands
Birk – Jaap Robben
Dit boek begint met de belangrijkste gebeurtenis en daardoor las ik geboeid door vanaf de eerste bladzijde. Mikael (9 jaar) woont op een klein eiland, samen met zijn ouders. Er zijn nog twee andere huizen: dat van buurman Karl en dat van de overleden buurvrouw. Op een dag gaat Mikael met zijn vader zwemmen, maar hij komt alleen terug. Zijn vader is de zee in gezwommen. Vanaf dan woont Mikael alleen met zijn moeder.
Het leven gaat gewoon verder. Mikael blijft zijn schoolschriften volschrijven, maar nu zonder hulp van zijn vader, waardoor hij er steeds minder van snapt en er op een gegeven moment mee kapt. Een groot deel van het verhaal speelt zich af als Mikael 15 jaar is en een beetje op het eiland rondzwerft. Soms blikt hij terug op iets wat hij met zijn vader heeft beleefd, maar eigenlijk blijft de vader vooral onbesproken. Heel soms komt er iets naar boven, bijvoorbeeld als zijn moeder snauwt: “Zijn kleren blijven wel in de kast liggen!” en op een later moment dwingt ze Mikael juist om zijn vaders trui aan te trekken. Verder kan ze zomaar boos worden om kleine dingen en Mikael wurmt zich dan in alle bochten, inclusief excuses, om haar weer gunstig te stemmen. Ze hebben immers maar met z’n tweetjes en zijn afhankelijk van elkaar. Moeder vertoont dus af en toe vreemd gedrag, maar Mikael vraagt niet waarom ze iets doet. Zij verwijt hem op haar beurt dat hij te weinig praat.
Dit alles wordt bijna zonder emotie beschreven, met een vlotte pen. Daardoor ontstaat een heel aparte sfeer: aan de ene kant is het allemaal heel gewoon, maar door de vreemde kleine gebeurtenissen voelt het ongemakkelijk. Tijdens het lezen dacht ik soms na over de toekomst van Mikael: zou hij op het eiland blijven wonen? Blijft hij dan alleen over als Karl en z’n moeder zouden overlijden? Of gaat hij op een gegeven moment toch naar het vasteland? Als dit in een boekenclub zou worden besproken, zouden we genoeg stof tot nadenken hebben. Maar ik wil in deze blog niet teveel verklappen, want het is de moeite waard om dit boek zelf te lezen. Wellicht kunnen we nog een keer een nabespreking houden met de mensen van Not just any book. Wat zij over Birk geblogd hebben, kan je hier lezen.
Dorst – Esther Gerritsen
Elisabeth gaat binnenkort dood. Ze vindt het moeilijk om dat aan haar dochter Coco te vertellen, maar het moet. Daarom vertelt ze het als ze Coco tegenkomt op de Overtoom. Coco is 23 jaar en heeft een oudere vriend, Hans. Het gaat echter niet zo goed tussen hen. Coco troost zichzelf door zichzelf op lekker vet eten te trakteren. Elisabeth ziet dat haar dochter dikker wordt en ze bespreekt het met haar kapper. Met de kapper praten is veel makkelijker dan met Coco. Toch wordt Coco geraakt door het bericht van de ziekte van haar moeder. In een opwelling besluit ze om bij haar in te trekken.
De band tussen Elisabeth, die trekjes van autisme vertoont, en Coco is moeizaam. Dat blijft zo als ze bij elkaar in huis gaan wonen. Esther Gerritsen weet de sfeer goed neer te zetten. De gedachtengang van Elisabeth lijkt heel logisch als je het zo leest. Het is best wel lastig om te bepalen wat je wel en niet kunt zeggen. Coco vlucht in eten en seks met vreemde mannen, maar gelukkiger wordt ze er natuurlijk niet van. Ik vond het moeilijker om me in Coco in te leven, al wordt ook een heel stuk van het verhaal van haar uit verteld.
Als Elisabeth is gestorven, ziet ze van boven af wat er gebeurt in haar huis. In onderstaand filmpje vertelt Esther Gerritsen dat dat de eerste scène van Dorst was die ze schreef:
Dit dunne boek lees je snel uit, maar de sfeer blijft nog een tijdje hangen. Dat gebeurt bij goede boeken.
Het leek stiller dan het was – Eva Kelder
Het leek stiller dan het was valt meteen al op door de prachtige foto op de kaft. In het begin vond ik het jammer dat de achterflap al zoveel verklapt, maar achteraf gezien is dat niet erg. Er blijven genoeg onverwachte wendingen over in het boek. De flaptekst maakt duidelijk dat het verhaal niet door zal blijven kabbelen op Vlieland en dat het leven van Seije niet rustig zal verlopen. Verder lezen
Dooi – Rascha Peper
Rascha Peper behoort tot mijn favoriete schrijvers. Ik heb inmiddels zeven van haar boeken gelezen. Ze schrijft in een mooie, vlotte stijl over gewone mensen. Het gaat vaak over de liefde, maar het wordt nooit plat.
Dooi gaat over Ruben Saarloos, die in z’n eentje met zijn schip een paar weken lang vast ligt in het ijs bij een eiland in het IJsselmeer. In het begin vond ik het soms wat saai, maar dat illustreert de situatie waarin Ruben zich bevindt wel goed: hij is immers bezig met de vertaling van een naslagwerk over vissen. Verder loopt hij af en toe een rondje om het eiland en kijkt naar de konijnen en de vogels. Op een dag komt er een schaatster bij hem op bezoek en die maakt heel wat bij hem los. Vanaf dan komt er steeds meer vaart in het verhaal. Daardoor vond ik het weer een erg goed boek van Rascha Peper.
Tot nu toe vond ik Vingers van marsepein het mooiste boek van deze schrijfster. Het is roman die afwisselend gaat over een meisje in de zeventiende eeuw en een jongen in het heden, allebei 10 jaar en wonend op een Amsterdamse gracht. Die afwisseling zorgt ervoor dat je steeds maar door blijft lezen. Ook van het dikkere Wie scheep gaat heb ik erg genoten. Op mijn lijst staan nog zes andere boeken van Rascha Peper en ik zie ernaar uit om die te gaan lezen, tot aan haar laatste boek Handel in veren dat ze op haar ziekbed nog heeft kunnen afronden, voordat ze vorig jaar helaas is overleden.
IJsbrood – Owen Donkers
Omdat ik in een paar dikke boeken bezig ben, heb ik tussendoor nog een dun boekje gelezen. IJsbrood gaat over een jongen van elf jaar. Op een dag is zijn moeder verdwenen. Na drie dagen biecht zijn vader op dat ze een tijdje bij Ron gaat wonen, een gescheiden vriend. Volgens zijn zus gaan hun ouders nu ook scheiden, maar dat roept ze al jaren. De jongen is meer bezig met damlessen en de schoolkampioenschappen dammen.
Wat opvalt is dat het niet in het heden speelt, maar in de tijd dat Owen Donkers en ikzelf elf jaar waren: het gaat over guldens en Raiders. De herkenbaarheid maakt dit boek wel leuk. Verder lijkt het wel een kinderboek, waar op zich niets mis mee is. Helaas blijft het vlak. Pas helemaal aan het einde overdenkt de jongen de situatie en komen er wat emoties los. Helaas heeft het verhaal een open einde. IJsbrood is aardig geschreven en een goed tussendoortje, maar het zal me niet lang bij blijven.
Een mooie jonge vrouw – Tommy Wieringa
Nadat Dit zijn de namen mij niet zo goed beviel, twijfelde ik of ik wel zin had in het boekenweekgeschenk. Na een positieve tweet heb ik me er toch aan gewaagd. Bovendien was een goede smoes om een boek van Etgar Keret te mogen kopen : )
Hoogleraar infectieziekten Edward slaat een mooie jonge vrouw aan de haak: Ruth, studente sociale wetenschappen. Hij prijst zichzelf gelukkig dat hij eindelijk de liefde heeft gevonden. Het wordt echter ook al snel duidelijk dat leeftijd niet het enige verschil is tussen de twee. Ruth is vegetariër, terwijl Edward met proefdieren werkt. Edward werkt samen met de farmaceutische industrie en krijgt snoepreisjes aangeboden, maar Ruth wil na één keer al niet meer mee. Je voelt op je klompen aan dat dit niet goed af kan lopen, de vraag is alleen nog wanneer en hoe.
In het begin gaat het over het telefoonboek en sturen Edward en Ruth elkaar een kaart. Dat lijkt me ook voor zeven jaar geleden nogal ouderwets. Het lijkt soms wel of schrijvers er niet van houden om computers en mobieltjes in hun verhalen te gebruiken. In dat geval vind ik dat ze geen jaartallen uit de eenentwintigste eeuw moeten gebruiken.
Edward komt niet sterk over, hij laat over zich heen lopen door Ruth. Ik vind het jammer dat het personage van Ruth niet verder is uitgewerkt. Ik begrijp haar niet goed. Ook het einde van het verhaal is niet bevredigend. Het lijkt erop dat Tommy Wieringa wel stof had voor een hele roman, maar dat hij er een einde aan moet breien omdat een boekenweekgeschenk nu eenmaal onder de 100 bladzijden telt.
Dit boekje is vlot geschreven met hier en daar erg mooie zinnen. Er zit een vleugje filosofie in en daar houd ik wel van. Ondanks het einde is het een goed verhaal.
Vrije val – Saskia de Coster
Wij en ik werd afgelopen jaar voor veel literaire prijzen genomineerd. Dat maakte niet alleen mij nieuwsgierig, want het was uitgeleend in de bibliotheek. Daarom besloot ik te beginnen met van Sasia de Costers debuut Vrije val.
Dit blijkt echter geen eenvoudig toegankelijk boek. Het lijkt op beschrijvingen van dromen, in flarden, het is haast poëzie. Veel stukjes zijn dan ook prachtig om te lezen, maar een concreet samenhangend verhaal wordt het zeker niet. De moddervette Charlotte en de jongen Atlantis zitten samen op een enorm schip dat eindeloos op zee dobbert. Later wordt duidelijk dat ze verbannen zijn omdat ze tegen het regime van de president in zijn gegaan. Veel meer kan ik er niet van maken, maar misschien hoeft dat ook niet.
Het boek telt 160 bladzijden en dat vond ik genoeg. Ik heb een sterk vermoeden dat Wij en ik veel minder wazig is, want dit lijkt me geen boek dat geschikt is voor een groot publiek. Het laat wel zien dat Saskia de Coster genoeg fantasie en schrijftalent heeft om mooie boeken te schrijven.
Duel met paard – Pauline Genee
Thomas Rosenboom schrijft: ‘ Ik heb Duel met paard in één adem uitgelezen.’ Qua thema en sfeer doet het boek inderdaad denken aan Publieke werken van Rosenboom, wat ik pittig maar erg mooi vond. De verhalen spelen rond dezelfde tijd en zijn allebei gebaseerd op waar gebeurde geschiedenissen.
Het is 1904 en in Berlijn schijnt er een paard te zijn dat kan rekenen. Zijn eigenaar Von Osten geeft hem sommen op, waarna paard Hans het antwoord geeft door met zijn hoef te tikken. Elke zondag demonstreert Von Osten dit op de binnenplaats van het gebouw waar hij woont. Von Osten is alleenstaand en zijn buurvrouw Frau Piehl zet koffie en kookt voor hem. De geluiden van de rekentrainingen op de binnenplaats geven ritme aan haar dag. Op een zondag komt de Italiaanse schilder Emilio Rendich naar de demonstratie kijken. Hij is erg onder de indruk. Via hem komt het zover dat een commissie van geleerden het paard onderzoekt en een rapport schrijft over hun bevindingen. Voor Von Osten is dat erg belangrijk, want het zal eindelijk erkenning betekenen.
Het boek bestaat uit 25 hoofdstukken. In het begin vond ik het lastig om in het verhaal te komen. Ik vond het een beetje saai. Misschien kwam dat doordat het perspectief snel wisselt tussen Von Osten, Rendich en Frau Piehl. Pas in hoofdstuk 16 gaat het over de jeugd van Von Osten, wat een gekke sprong in het verhaal geeft. Dit had volgens mij beter in het begin geplaatst kunnen worden, want het verklaart veel. Het zou dan ook makkelijker zijn geweest om meteen mee te leven met Von Osten, omdat je de hoofdpersoon dan beter kent. De rol van Frau Piehl vind ik erg goed gekozen. Zij wordt meteen in het begin geïntroduceerd, maar komt daarna pas in hoofdstuk 17 en nog een hoofdstuk daarna terug. Over haar had ik wel meer willen lezen, omdat ze een goed beeld geeft van het leven in die tijd. Pas in hoofdstuk 18 komt de vaart er echt in met een spannende scène, die prachtig is geschreven. Vanaf daar heb ik het dan ook snel uitgelezen, ook al is dan al lang duidelijk welke kant het op gaat.
Pauline Genee zit met haar debuut niet meteen op het niveau van Thomas Rosenboom, maar zij is wel een aanwinst voor het genre van de historische romans.
is er hoop – Renate Dorrestein
Renate Dorrestein is één van mijn favoriete schrijvers. Ik hou van haar originele stijl. Ze schrijft meestal over absurde situaties, die realistisch worden beschreven. Het gaat vaak over mensen met een verstandelijke handicap of een psychiatrische aandoening. De gedachten van deze mensen worden knap weergegeven. Bovendien zit er erg droge humor in haar boeken.








