Hier blijf ik – Sanneke van Hassel

Sanneke van Hassel kreeg een hele stapel foto’s uit Rotterdam. Een jaar lang koos ze er elke week eentje uit om er een kort verhaal bij te schrijven. De foto’s en verhaaltjes zijn nu gebundeld in een prachtig boek en ik was blij verrast toen ik dat in mijn brievenbus vond: ‘Ooooh kijk nou wat een mooi boek!’ Dat was twee weken geleden en ik blog er vandaag over, al heb ik het nog niet helemaal uit. Deze verhalen zijn namelijk te mooi om in één keer te lezen, dus elke keer lees ik er één of twee, om daarna even stilletjes na te genieten. Verder lezen

Efter – Hanna Bervoets

Als je verliefd bent, functioneer je niet meer normaal. Je denkt alleen nog maar aan je geliefde, kan je nergens anders op concentreren en kunt bijna niet meer eten. Soms kan het tot iets moois leiden, maar vaker is het totaal onpraktisch. Het zou dan handig zijn als er een behandeling tegen bestond. In het nieuwste boek van Hanna Bervoets is dat het geval. Ze liet zich inspireren door de nieuwste uitgave van de DSM: het classificatiesysteem voor psychiatrische aandoeningen. In de DSM-V zijn nieuwe ziektes opgenomen, zoals gameverslaving. Hanna constateerde dat de beschrijving van ‘obsessive compulsive disorder’ erg doet denken aan verliefdheid en daar was het idee voor haar nieuwe roman.

download (32) Verder lezen

Gloria in excelsis Deo – Miek Smilde

“Word geen ambtenares, dan word je ontslagen als je trouwt,” kreeg Anna van haar vader te horen. Hij was zelf boomkweker, maar Anna mocht studeren. Het werd rechten in Leiden. Ze trouwde met gynaecoloog Maurits. Het jonge stel moest een paar jaar wachten op hun eerste dochter, maar daarna volgden er nog vijf. Anna bleef gewoon doorwerken als advocaat, wat niet gebruikelijk was in de jaren ’60. Ze komt over als een zakelijke vrouw, ook tegenover haar kinderen. Maar ook een sterke vrouw heeft gevoel.

Gloria in excelsis Deo begint met de geboorte van de zesde dochter, Elke. Vlak na de geboorte is al duidelijk dat ze anders is: ze heeft het syndroom van Down. “Hier begon hun zwijgen,” staat er over Anna en Maurits. Elke is een slappe pop, die nergens op reageert en zich vreselijk traag ontwikkelt. Ze leert niet lopen en haar spraak blijft beperkt tot een langgerekte ‘oooooo’. Anna bekent alleen aan haar goede vriendin Thérèse dat ze niet van Elke houdt. Die antwoordt dat voor haar dochter zorgen al genoeg is. Maar het is loodzwaar voor Anna. Maurits ziet dat. De liefde voor zijn vrouw brengt hem tot een zware beslissing.

Verder lezen

Vingers van marsepein – Rascha Peper

Een paar jaar geleden was Vingers van marsepein mijn favoriete boek en ik heb het dan ook een aantal keer cadeau gegeven. Ik besloot om het nu nog een keer te lezen en dat was best spannend: zou ik het weer net zo goed vinden als toen?  Er was immers ook iemand die me vertelde dat ze er niet doorheen kwam.

Het boek begint in het jaar 1704 met Bregtje, een meisje van 10 jaar dat in Amsterdam op de Bloemgracht woont. Ze is als enige van haar gezin niet overleden aan de hete koorts. Haar oom en tante hebben haar liefdevol opgenomen in hun gezin. In huis wonen naast de familie ook een aantal bediendes, die altijd wel een klusje voor Bregtje hebben. Maar het liefste zit ze bij haar oom Frederik Ruysch in zijn kabinet, waar hij dode dieren en lichaamsdelen van mensen prepareert. De dieren worden opgezet en de lichaamsdelen in potten met sterk water gezet, om ze te gebruiken voor anatomische lessen. Frederik Ruysch kon dit als geen ander: hij wist de lichaamsdelen zo te bewerken dat ze er levensecht uitzagen, vandaar ook de titel van het boek. Op een dag komt er wel een heel bijzonder dier in huis, of eigenlijk bij huis: de neushoorn is zo groot dat hij in de tuin moet blijven. Bregtje is gefascineerd door het dier en praat er in gedachten mee.

1001004006531873

Het verhaal van Bregtje wordt afgewisseld met dat van Benjamin, die ook 10 jaar is en op de Bloemgracht woont, maar dan in de 21ste eeuw. Als zijn vader voor een congres naar Sint-Petersburg gaat, mag hij mee om zijn herfstvakantie daar te vieren. In het museum de Kunstkamera bewondert hij de preparaten van Frederik Ruysch, die door Peter de Grote naar Rusland zijn meegenomen. Net als Bregtje vindt hij de misvormde baby’s op sterk water niet eng, maar is hij erdoor gefascineerd. Hij vindt het helemaal mooi als hij ontdekt dat Frederik Ruysch zijn overbuurman van 300 jaar geleden was.

Het eerste hoofdstuk vond ik wat verwarrend en ik moest even doorzetten, maar al snel kwamen de beelden van Bregtje en Ben weer naar boven. Ik houd erg van de schrijfstijl van Rascha Peper, want het leest makkelijk. Toch is het geen kinderboek, gezien de woordkeus. In de stukken over Bregtje worden nogal wat historische woorden gebruikt. Ik vind het wel mooi dat het taalgebruik verschillend is in de hoofdstukken van Bregtje en Ben. Het afwisselen van hoofdpersonen werkt altijd goed en het heeft hier ook echt een functie. Bregtje en Ben vertonen op het eerste gezicht al overeenkomsten, maar als je goed oplet vind je er nog meer. Ze krijgen allebei met een neushoorn te maken, ze hebben allebei een broertje of zusje verloren en ze doen allebei impulsieve dingen waar ze later een beetje spijt van krijgen…

Toevallig hoorde ik tijdens het lezen van dit boek op de radio een concert van Collegium 1704 op het festival oude muziek, met prachtige barokmuziek. Zou Bregtje zulke muziek weleens gehoord hebben? In het boek wordt het niet genoemd en in die tijd waren er maar weinig mensen zo rijk dat ze van live muziek konden genieten. Toch vond ik het mooi om een verhaal uit 1704 lezen met muziek uit dezelfde tijd op de achtergrond.

Glazuur – Lisette Jonkman

Verkikkerd was zo ontzettend leuk dat ik mij erg verheugde op Glazuur, de eerste roman die Lisette Jonkman schreef. In 2011 won ze er de Chicklit Schrijfwedstrijd mee. Lisettes schrijfstijl is zo meeslepend dat je het lezen van haar boeken wel goed moet timen. Het is namelijk onmogelijk om er langer dan een paar dagen over te doen en de tweede helft moet persé in één ruk uitgelezen worden.

Glazuur gaat over Sophie, die bij een reclamebureau werkt. Ze krijgt de meeste klussen opgedragen door Karlin, die zich vreselijk bazig gedraagt. Toch waren ze vroeger dikke vriendinnen en zou Karlin nergens zijn zonder Sophie. Karlin kan namelijk niet spellen en dat is nogal onhandig als je copywriter bent. Eigenlijk zou Sophie de copywriter moeten zijn, maar toen Karlin en Sophie tegelijkertijd op dezelfde baan solliciteerden, is er iets gebeurd dat geheim moet blijven. Karlin heeft een relatie met collega Rein. Sophie vindt hem erg leuk, maar ja, hij is bezet. Dus moet ze stiekem zwijmelen als ze in zijn blauwe ogen kijkt.

Sophie heeft vaak pech.  Doordat ze zo’n laag salaris heeft, woont ze in een heel klein flatje met schimmel op het douchegordijn. Ze is een avondmens en komt elke dag brak op haar werk, met een mislukt kapsel en oude onelegante kleding. Maar bovenal is Sophie een enorme kluns, die regelmatig koffie morst over een collega of struikelt over haar eigen voeten. Gelukkig kan ze altijd naar haar beste vriendin Sanne bellen, die haar komt redden als het allemaal te erg wordt.

download (28)

Eigenlijk is alles in Glazuur zwaar overdreven. De meeste personen zijn als karikatuur neergezet. Collega dikke Jikke is niet een beetje te zwaar, maar ze weegt bijna tweehonderd kilo en hult zich het liefst in een knalroze gewaad. Sophie heeft niet één keer een fout vriendje, maar ze valt altijd jongens waar iets mee blijkt te zijn. En ze loopt elke dag rond met verwassen kleding en een vogelnestkapsel.

Het is dus eigenlijk best wel onrealistisch, maar dat maakt helemaal niet uit. Sophie is zo klunzig dat ik automatisch dacht: dan valt mijn onhandigheid nog wel mee. En mijn eigen collega’s zijn geweldig vergeleken met degenen waar Sophie het mee moet stellen. Dit boek helpt dus om je eigen leven te relativeren. Maar bovenal leest het ontzettend lekker weg en zit er heel veel humor in.

Verkikkerd is iets minder overdreven en nog grappiger. Daarom heb ik echt zin om het vervolg Verslingerd te gaan lezen, maar dat bewaar ik nog even, bijvoorbeeld voor als ik een leesdip heb. Of als ik een keer een hele dag vrij heb, om het dan in één ruk uit te lezen.

Als ik de liefde niet heb – Eva van Esch

Het eerste verhaal in deze bundel maakt meteen indruk. Een jonge vrouw moet haar geliefde begraven. Bij de uitvaart zijn twee onbekende dames aanwezig die zij meteen classificeert als minnaressen van haar overleden man. De gevoelens van de vrouw worden niet expliciet gemaakt, maar komen toch vlijmscherp binnen. Ik voel de pijn met haar mee en zie de taferelen zo voor me. Ook bij het tweede verhaal zie ik het helemaal voor me gebeuren. Deze keer gaat het over schoonzussen, waarbij de concurrentie en het venijn er vanaf spatten. Het zijn typische vrouwenverhalen en daardoor totaal anders dan de vorige verhalenbundel die ik las, van Etgar Keret.

download (26)

Er zijn ook verhalen waarin de ik-persoon een man is, dan moet ik even omschakelen. Dat kost moeite. De verhalen met een vrouwelijke hoofdpersoon lijken beter te kloppen. De typische hoofdpersoon is een jonge vrouw die totaal anders in het leven staat dan ik. Dat maakt het interessant, want ik vind het boeiend om in de gedachten te kruipen van iemand die heel anders denkt. Het is één van de belangrijkste redenen dat ik graag boeken lees. Ik greep dan ook steeds weer naar dit boek om dan een paar verhalen achter elkaar te lezen.

Terugkerende elementen zijn seks, vreemdgaan en oudere mannen. Daarom denk ik dat deze verhalen goed zouden passen in een damestijdschrift, zoals Flair, Viva of Linda. Ze zijn wel van een hoger literair niveau dan wat je doorgaans in die bladen tegenkomt. Bovendien zijn dit geen feel-good verhalen. Ze gaan vooral over de imperfectie van liefdesrelaties en de twijfels die daarbij horen.

Ik vind het een goed idee om voor een eerste verhalenbundel een thema te kiezen, maar Eva van Esch kan vast ook prima over andere onderwerpen schrijven. Ik ben benieuwd hoe dat uitpakt en hoop dan ook dat het niet bij dit debuut zal blijven.

Karakter – F. Bordewijk

Ik hoor mijn lerares Nederlands nog enthousiast vertellen over Katadreuffe, de hoofdpersoon van Karakter. Toch heb ik indertijd gekozen voor Bint, waarin Bordewijk over een leraar schrijft. Toen een vriendin haar boekenkast aan het opruimen was, kreeg ik een oud exemplaar van Karakter van haar uit 1953, dat is vijftien jaar nadat het voor het eerst was uitgegeven. Inmiddels stond het alweer een tijdje in mijn kast… totdat Sandra besloot om in augustus met een heleboel bloggers klassieke literatuur te gaan lezen. Dat leek mij een goede gelegenheid om dit boek eindelijk eens te gaan lezen. Verder lezen

Pogingen iets van het leven te maken – Hendrik Groen

Hendrik Groen (83 1/4 jaar) woont in een bejaardentehuis in Amsterdam-Noord. In tegenstelling tot zijn medebewoners probeert hij niet te zeuren, maar benadert hij het leven het liefste met een kwinkslag. In 2013 heeft hij bijna elke dag een stukje in zijn dagboek geschreven, wat heeft geleid tot dit boek.

19951_537a0e68e2d5c_19951

Hendrik praat niet veel, maar observeert goed. Hij maakt graag grappen, samen met zijn ondeugende vriend Evert. In het tehuis zitten gelukkig niet alleen maar zeurende oudjes, maar ook zielsverwanten. Zij willen proberen te genieten van elke dag die ze nog hebben. Daarom richten ze de club Omanido (Oud-maar-niet-dood) op. De club bestaat uit zes leden die om de beurt een uitje organiseren, wat door de overige bewoners vooral met jaloezie wordt bekeken. De clubleden hebben zelf de grootste lol. De overeenkomst tussen alle uitjes is dat er alcohol bij wordt gedronken en dat de clubleden vrolijk weer thuis komen.

Hendrik schrijft ook over de actualiteit in het jaar 2013 en dan met name de dingen die de bewoners aan tafel bespreken, zoals de ouderenpartij 50plus en bezuinigingen op de AOW. Maar ook de verkiezing van een nieuwe paus en de kroning van koning Willem-Alexander. De oudjes hebben daar zo allemaal hun mening over. Het gaat natuurlijk ook over de bezuinigingen in de ouderenzorg. Het is duidelijk dat de bewoners zorg nodig hebben, maar men wordt gestimuleerd om langer thuis te blijven wonen. Dat veroorzaakt onrust bij de mensen, ondanks dat ze veel klagen over de diensten van het tehuis.

Ouderen hebben natuurlijk kwaaltjes en kwalen. Ook de leden van Omanido krijgen daarmee te maken. Ze helpen elkaar waar ze kunnen en het is ontroerend om dat te lezen. Hendrik is af en toe wel van slag als er weer een tegenvaller te incasseren valt. Het is bijzonder om te lezen hoe humor kan helpen om toch door te zetten. Zo merkt de beginnend dementerende Grietje op: “Met een beetje geluk geloof ik volgend jaar weer in Sinterklaas!”

Ik heb regelmatig zitten gniffelen of gewoon heel hard gelachen om de grappige beschrijvingen van Hendrik Groen. Het leven in een bejaardentehuis is niet zo spannend, maar hij pikt er de mooiste anekdotes uit en de grappen van vriend Evert zijn hilarisch. Het dagboek van Hendrik Groen is een ontzettend leuk boek geworden.

Tonio – A.F.Th. van der Heijden

Laatst kreeg ik een overlijdensbericht van iemand die ik lang had gekend. In de uren erna kwamen vanzelf allerlei herinneringen aan haar naar boven. Ik besloot om ze op te schrijven en naar de nabestaanden te sturen, zodat ze het wellicht ooit konden lezen, maar ook omdat ik zelf mijn gedachten kwijt wilde aan het papier. Op zo’n moment lijkt de wereld even stil te staan.

Hetzelfde gebeurt bij schrijver Adri van der Heijden, maar dan in het groot. Op een mooie Pinkstermorgen staan twee agenten voor de deur van Adri en zijn vrouw Mirjam, met het bericht dat hun enige zoon Tonio na een verkeersongeluk in kritieke toestand is opgenomen in het AMC. Adri’s gedachten gaan terug naar de dag dat Tonio geboren werd en de periode daarvoor, waarin hij zijn vrouw leerde kennen en hij zijn kinderwens naar haar uitte. Hij beschrijft dit alles uitgebreid, afgewisseld met korte scènes in het ziekenhuis. Na Tonio’s overlijden gaat het verder met allerlei herinneringen, die worden afgewisseld met beschrijvingen van het vreselijke verdriet dat zijn ouders nu hebben.

1001004011277001

Van der Heijden heeft een prachtige schrijfstijl met veel details, zonder de vaart uit het verhaal te halen. De beschrijvingen van Tonio’s leven zijn haast idyllisch. Hij lijkt de ideale zoon: altijd vrolijk, nooit ruzie, iedereen noemt hem “zo’n lieve jongen”. Niet dat dit ongeloofwaardig overkomt. Ik zie hem zo voor me. Als ik op het station loop, vallen mensen van Tonio’s leeftijd me op. Het zou me niets verbazen als ik hem zou tegenkomen. Oh nee, dat kan niet, hij is dood. Wat een verdriet… Ik kan me er natuurlijk niets bij voorstellen, want ik heb zelf geen kinderen. Waarschijnlijk is het verliezen van je kind pijnlijker dan de dood van wie dan ook in je omgeving. Dat blijkt ook wel uit de verpletterende uitwerking die het overlijden van Tonio op zijn ouders heeft. Ze komen bijna de deur niet meer uit en drogeren zichzelf met valium en alcohol. Tussen deze zwaarmoedigheid en de herinneringen door schrijft Adri ook over kleine huishoudelijke gebeurtenissen: verhuizen, klussen in huis en tuin, de huisdieren. Hij beschrijft de intiemste details en lijkt zich nergens voor te schamen, behalve voor het feit dat hij de dood van zijn zoon niet heeft kunnen voorkomen.

Na 400 (van de 565) bladzijdes vind ik het meer van hetzelfde worden. Van der Heijden lijkt in herhaling te vallen. En toch lees ik verder: zullen Adri en Mirjam het redden? Zal het verdriet dan toch slijten, ondanks dat ze zich dat absoluut niet kunnen voorstellen? Pakken ze hun leven weer op? In dit boek komt daar nog geen antwoord op. In elk geval is A.F.Th. van der Heijden verder gegaan met schrijven, want na dit boek is er nieuw werk van hem uitgekomen. Vijf jaar geleden las ik Weerborstels en dat heeft geen blijvende indruk gemaakt. Maar van iemand die in een rouwperiode al zo mooi schrijft, wil ik toch graag meer lezen.

Glijvlucht – Anne-Gine Goemans

Meestal neem ik een boek van Renate Dorrestein mee op vakantie, omdat ik me daar altijd goed mee vermaak. Dit jaar nam ik mijn e-reader met een stuk of twintig boeken mee, dus koos ik wat minder zorgvuldig. Daardoor kwam ik in een saai boek van Dan Brown terecht… Gelukkig had ik ook het kleine boek Glijvlucht in mijn tas gestopt, omdat dat het lichtste papieren boek was dat op mijn te lezen stapel lag. En dat bleek een schot in de roos, want Anne-Gine Goemans lijkt wel de nieuwe Renate Dorrestein. Wat een heerlijk boek!

images (2)

Gieles is een puber die het liefst met zijn ganzen bezig is, die hij probeert te trainen. Verder chat hij graag met een gothic meisje, Gravitation. Gieles woont met zijn ouders en oom Fred vlak naast een landingsbaan. De gemeente wilde hun huis wel kopen, maar ze hebben geweigerd. De vader van Gieles werkt als vogelverjager, om te voorkomen dat er vogels in vliegtuigmotoren vliegen. Dus dan is het wel zo handig om daar te blijven wonen. Zijn moeder was vroeger stewardess, maar houdt zich liever bezig met het helpen van arme mensen in Afrika. Daarom is ze meestal niet thuis.

Op een dag ontmoet Gieles een hele dikke man, die zichzelf voorstelt als Super Waling. Gieles helpt hem uit de brand als zijn scootmobiel een lekke band heeft. Waling heeft twee hobby’s: de Zwitserse Alpen en stoomgemalen. Gieles besluit zijn werkstuk voor school te baseren op de geschiedenisverhalen die Waling hem geeft en waarin een stoomgemaal een belangrijke rol speelt. De verhalen gaan over Walings voorouders en hij heeft ze zelf geschreven. Ze zijn heel anders dan de geschiedenisles op school, want het is alsof je er zelf bij bent. Telkens krijgt Gieles weer een nieuw deel om te lezen en dat is dan als verhaal in verhaal opgenomen in het boek. Het laatste deel gaat over waarom Waling zo vreselijk dik is geworden, iets wat ik me als lezer het hele boek door al afvroeg.

De schrijfstijl van Anne-Gine Goemans doet mij denken aan Renate Dorrestein, want het gaat over gewone mensen met hun bijzondere eigenschappen. Zo heb je de enorm dikke Waling, gothic meisje Gravitation,  stoere vriend Toon, de hysterische Dolly met haar drie zoontjes waar Gieles weleens op past, echtpaar Johan en Judith die naast de landingsbaan kamperen (hij heeft vliegtuigongelukken als hobby) en oom Fred, die zo’n beetje de moederrol heeft overgenomen in de verzorging van Gieles. Ze worden allemaal beschreven met droge humor. Ik heb regelmatig zitten gniffelen. De leefwereld van Gieles is ook erg knap weergegeven: zo denkt en doet een tiener inderdaad. Gieles is schattig en naïef. Hij durft vaak niet te zeggen wat hij vindt. Waling ziet hem echt. Die dikke man blijkt een goedzak te zijn.

Ik heb dit boek binnen een paar dagen uitgelezen en vond het echt geweldig. Zo had ik ook deze vakantie toch een soort Renate-Dorrestein-leeservaring.

Dit boek heb ik gewonnen door mee te doen aan de actie Ik lees Nederlands. Bedankt, Inge!