Dit is geen boek van een meisje zonder armen en benen – Eva Eikhout

Als je een leesdip hebt, dan is dit het boek voor jou. Eva Eikhout schrijft namelijk lekker vlot, wat past bij een twintiger die vol in het leven staat en wel van een feestje houdt. Wat haar stukjes extra boeiend maakt, is dat ze heel open is over waar ze allemaal tegenaan loopt als mens met een ander lichaam dan gemiddeld. Eva heeft namelijk erg korte armen en benen: ze heeft geen ellebogen, geen volgroeide handen, geen knieën. Lopen kan wel, maar de elektrische rolstoel is handig voor grotere afstanden en plekken waar veel mensen zijn, zoals concerten en festivals. Dan kan ze ook mooi boven iedereen uit kijken in plaats van alleen maar billen voor haar neus te hebben.

Verder lezen

Oever – Ludwig Volbeda

Ik luister graag naar de Grote Vriendelijke Podcast over jeugdliteratuur. Sinds ik die heb ontdekt, ben ik meer kinder- en jongerenboeken gaan lezen en dat is heerlijk. Het zijn vaak verhalen die niet te lang zijn en je een goed gevoel geven. Laatst werd illustrator en schrijver Ludwig Volbeda in de podcast geïnterviewd over zijn schrijfdebuut Oever. Het was een mooi gesprek waarin de bedachtzaamheid van deze auteur de toon zette. Er werd getwijfeld over wat ze zouden verklappen over de inhoud van het verhaal en voor dit stukje aarzel ik daar ook over. Wie liever blanco in een verhaal stapt, kan daarom beter meteen naar de boekhandel lopen. Zelf vond ik het wel prettig om al iets meer te weten.

Oever is namelijk een subtiel verhaal. De hoofdpersoon is Jip, een tiener die meivakantie heeft, maar wel een huiswerkopdracht: maak een zelfportret. Dat levert een worsteling op. Jip schuift het voor zich uit en gaat liever naar buiten om insecten na te tekenen. Het boek staat vol prachtige zinnen met kleine observaties en heerlijke metaforen. Daarom probeer ik langzaam te lezen. Tegen het einde lukt dat niet meer.

Verder lezen

Het onzichtbare leven van Addie LaRue – V.E. Schwab

Adeline heeft de leeftijd om te gaan trouwen, maar ze ziet het niet zitten om haar leven lang in dit Franse dorpje te blijven. Als ze wordt uitgehuwelijkt aan een weduwnaar, vlucht ze het bos in. Ze roept alle goden aan die ze maar verzinnen kan. Alleen de duisternis geeft antwoord en ze sluit een pact met hem. In ruil voor haar ziel blijft Addie leven en blijft ze het uiterlijk hebben van een vrouw van 23 jaar. Het bijbehorende effect is dat ze vergeten wordt door iedereen die ook maar een moment uit haar blikveld verdwijnt. Ze kan niks vastleggen. Zelfs haar eigen naam zeggen wordt onmogelijk.

Inmiddels leeft Addie LaRue al drie eeuwen op deze manier. Ze voorziet in haar levensbehoeften door te stelen. Zonder eten zal ze niet sterven, maar ze voelt wel honger. Soms brengt ze de nacht bij iemand door, die zich de volgende ochtend niet kan herinneren wie ze is. Victoria Schwab heeft het allemaal netjes uitgewerkt. Het enige wat ik onwaarschijnlijk vind is dat iemand een hele avond of zelfs een hele dag niet naar de wc gaat, want dan zal diegene Addie direct vergeten. Maar dat is ook het enige kleine minpuntje in dit fantastische verhaal. Het is meeslepend én mooi geschreven. Merel Leene heeft het vloeiend vertaald uit het Engels.

Verder lezen

Oblomov – Ivan Gontsjarov

Sinds kort is er een whatsapp-boekenclub die om klassiekers draait. Het idee is om eens in de twee maanden een gouwe ouwe te kiezen en die op een bepaalde avond te bespreken via de app. Het begint meteen goed met deze dikke Russische klassieker, die voor het eerst verscheen in 1858.

Ilja Iljitsj Oblomov komt de eerste tweehonderd bladzijden amper zijn bed uit. Dat klinkt saai, maar het is geweldig beschreven, tot in detail. Alles in het huishouden van Oblomov is tot stilstand gekomen. Hijzelf ligt veel te slapen. Alleen om wat te eten is hij nog te porren. Huisknecht Zachar zorgt daar nog wel voor, maar van schoonmaken komt niks terecht. Oblomov is eigenaar van een landgoed, dat hij van zijn vader heeft geërfd. Hij zou daar eens goed orde op zaken moeten stellen, maar daar ziet hij zo tegenop dat hij het steeds uitstelt en in de stad blijft. Zelfs het schrijven van een eenvoudige brief lukt hem niet meer.

Verder lezen

Leer me alles wat je weet – Hanna Bervoets

Na de dood van haar geliefde Daniel(le) de Koster wil Jodie nog meer over haar weten. In dit boek vertelt Jodie het verhaal van Daniel: over hoe ze samen stichting Lucille oprichten om mensen te helpen die een diagnose zoeken maar niet verderkomen bij hun arts, over de geliefdes die Daniel had voor Jodie, en over Daniels werk bij een organisatie voor mensen met HIV. Het geeft een uitgebreid beeld van deze bijzondere vrouw, in bijna zeshonderd bladzijden. En toch weet Hanna Bervoets me steeds te boeien.

Maar vlak voor ik ophing, die ochtend na Daniels overlijden, hoorde ik mijn moeder alsnog een geluid voortbrengen. Het was iets tussen een diepe zucht en een jammerkreet in en ik geloof niet eens voor mij bedoeld, maar die droevige kreun zou de rest van de dag hier in huis blijven hangen, bijval krijgen van de brommende koelkast, de ruisende verwarmingsbuizen en de huilende geiser.

Verder lezen

Een revolverschot – Virginie Loveling

Twee Vlaamse zussen wonen samen in hun ouderlijk huis. Hun vader was notaris en hij overleed terwijl beide dochters nog ongehuwd waren. Inmiddels is Georgine 20 jaar en Marie al 30 jaar oud. Verschillende personen uit het dorp zouden wellicht geschikt zijn als huwelijkspartner, waaronder de jonge notaris die hun vader heeft opgevolgd en gebruik mag maken van zijn werkkamer. De overbuurman Luc Hancq trekt echter de meeste aandacht van de dames. Hij komt regelmatig bij ze langs. Zijn huwelijkse staat weerhoudt hem er niet van om oog te hebben voor vrouwelijk schoon.

Virginie Loveling beschrijft dit alles in mooie Vlaamse zinnen van meer dan een eeuw geleden. Een revolverschot wordt haar beste roman genoemd. Het werd voor het eerst uitgegeven in 1911. Annelies Verbeke heeft de spelling gemoderniseerd en een aantal woorden van voetnoten voorzien, waar door het gemakkelijker te lezen is voor wie nu leeft. Het vraagt nog steeds iets meer dan gemiddeld van de lezer, maar ik vind het goed te doen en geniet van de taal. Soms zijn de zinnen wel erg lang of ik begrijp een woord niet helemaal, maar het verloop van het verhaal is prima te volgen.

De sfeer wisselt gedurende het boek. Er is veel drama, maar er zijn ook idyllische stukjes bij, waarin de dorpse natuur wordt beschreven. Dan gaat het bijvoorbeeld over zingende vogels. Het kan letterlijk bedoeld zijn, maar ook symbolisch.

De figuurlijke zon was opgegaan en blonk in goud van morgengloren over het spiegelvlak van Marie’s innerste wezen, er de blauwe hemel en de laatste verdampende nevelwolkjes van twijfel in weerkaatsend.

Na de dood van de vrouw van Luc Hancq hoopt de oudste zus met hem te kunnen trouwen. Tijdens een dromerige scène kust Luc haar en Marie vat hun gesprek zo op dat hij zich met haar wil verloven. Als lezer meen ik echter dat hij dit helemaal niet zo bedoelt. Later bekent Georgine aan Marie dat ze ook op Luc valt en eveneens in de veronderstelling is dat ze zich binnenkort zullen verloven. Voor de zussen is dit een grote ontdekking, terwijl vanaf het begin van het boek al duidelijk is dat ze op dezelfde man vallen. Het heeft grote gevolgen en het verhaal wordt nog spannender dan het al was!

Een revolverschot is een goed boek, dat je meeneemt naar een andere tijd. Het is terecht dat deze klassieker weer onder de aandacht is gebracht.

Luister ook naar de aflevering over dit boek van de podcast Fixdit, over klassiekers van vrouwelijke schrijvers.

Ik ken een berg die op me wacht – Sholeh Rezazadeh

Tussen de bergen stroomt de rivier de Aras. Die ziet de nomaden met hun schapen en geiten. De jonge vrouw Saray is één van hen. Aras geniet ervan als ze zich wast in het koele water of ervan drinkt. Sarays jeugdvriend Aydin is ook opgegroeid, tot een sterke jonge man. Hij wordt het hoofd van de herdersstam.

We hebben niets nodig wat wij in deze vlaktes en bergen niet kunnen vinden, in dit grote huis met de bergen als sterke muren, een sterrenhemel als plafond en overal het kleurrijke tapijt van planten en bloemen

Verder lezen

Lessons in chemistry – Bonnie Garmus

Scheikunde, roeien en feminisme rond 1960, daar gaat Lessons in chemistry over. Het boek start met een scène waarin Madeline Zott zo’n lekkere lunch mee naar school neemt dat een klasgenootje het elke dag afpakt en opeet. Haar moeder Elizabeth belt naar de vader van het betreffende meisje. Die werkt bij de televisie en voor ze het weet heeft Elizabeth een eigen kookprogramma.

Dan springt het verhaal tien jaar terug naar 1952. Elizabeth werkt in een scheikundig lab waar ze zwaar ondergewaardeerd wordt door alle mannelijke collega’s om haar heen. Als ze het privé-lab van Calvin Evans binnenstapt, wordt ze afgesnauwd. Maar ze heeft bekerglaasjes nodig en jat een hele doos van Calvin, die er toch genoeg heeft. Ondanks deze slechte start, worden Elizabeth en Calvin verliefd op elkaar. Ze gaan samenwonen en hond Six-Thirty komt erbij, die is op een dag komen aanlopen. Hij is ook erg intelligent en Elizabeth leert hem woorden.

Verder lezen

Zolang de citroenbomen bloeien – Zoulfa Katouh

Salama is net begonnen aan het tweede jaar van haar studie farmacie, als de Syrische burgeroorlog haar dwingt te stoppen. In plaats van haar opleiding tot apotheker, gaat Salama in het ziekenhuis van Homs werken. Daar ziet ze de gruwelijke gevolgen van bommen, gifgas en sluipschutters. Ze doet wat ze kan om levens te redden, wat soms wel en soms niet lukt.

Ik moet wennen aan de schrijfstijl van Zoulfa Katouh. Ze lijkt me een beginnende schrijver die te bloemrijke taal gebruikt. De metaforen gaan vaak over lichaamscellen en passen wel bij de hoofdpersoon, maar komen niet zo natuurlijk over. De reden dat ik doorlees is dat het zo belangrijk is om hier meer over te weten, plus dat dit uitgeroepen is tot het beste vertaalde boek voor jongeren van het jaar. De vertaling uit het Engels door Merel Leene is over het algemeen goed.

Verder lezen

De nachtstemmer – Maarten ’t Hart

De nachtstemmer is weer een typisch boek van Maarten ’t Hart. De hoofdpersoon Gabriel Pottjewijd lijkt erg op de schrijver: hij is gereformeerd opgevoed, maar gelooft niet meer. De reden daarvoor is dat er in de bijbel allerlei wonderen worden beschreven, die nooit echt gebeurd kunnen zijn. Ook in zijn voorkomen (kale man met saaie kleding) en liefde voor klassieke muziek is dit duidelijk een alter ego van Maarten ’t Hart.

Gabriel Pottjewijd is orgelstemmer van beroep. Hij reist stad en land af om kerkorgels te stemmen. In dit boek gaat hij van zijn woonplaats in Groningen naar een havenstadje in Zuid-Holland, waarin vast Maassluis te herkennen is, de geboorteplaats van Maarten ’t Hart. De werkzaamheden in de haven zitten het stemmen van het kerkorgel in de weg, waardoor Pottjewijd op een gegeven moment maar ’s nachts aan het werk gaat. Hij verblijft in een vreemdsoortig ouderwets hotel, waar hij hoogstens een vga’tje kan krijgen als avondeten. Het stadje blijkt bevolkt door allerlei vreemde vogels.

Verder lezen