
Kato zit bij de huisarts, omdat ze zich depressief voelt. Ze moet de hele tijd huilen en ze heeft vaak eetbuien, waarbij ze van alles naar binnen propt, tot ze haast ontploft. De dokter stuurt haar naar een therapiegroep voor mensen met een eetbuistoornis.
Dit klinkt vreselijk en dat is het ook, maar Eline van Wieren gebruikt humor om te zorgen dat het niet alleen maar kommer en kwel is. Ze zet Kato neer als een realistisch mens door de details uit haar leven: kat Frits die tegen Kato aan kruipt, de series die ze kijkt, haar baan in de bibliotheek en de boeken waar ze van houdt. Dat het echt niet goed gaat met Kato, blijkt uit het feit dat het haar niet goed lukt om een boek te lezen.
Verder lezen


