Eerder las ik poëzie van Myrte Leffring en daarom was ik benieuwd naar haar nieuwe werk. Wulk is een combinatie van de roman Vallen en de gedichtenbundel Opstaan; twee boeken die bij elkaar in een kartonnen hoes zitten. Bij elk proza-hoofdstuk hoort een gedicht. Ik besluit om het ook zo te lezen, telkens wisselend tussen de twee boeken. Dat is niet zo praktisch, maar ik begrijp de keuze wel, want het valt meer op. Dat is ook de bedoeling van de schrijver, die het ‘een niet eerder vertoond genre-experiment’ noemt.
Hoofdpersoon Lea Noorderveen is advocaat. Ze heeft geen sociale contacten buiten haar werk. Haar jongere zus Kim heeft ze al vijftien jaar niet gezien, sinds Lea uit huis ging. Maar nu belt Kim haar ineens op en vraagt Lea om mee te gaan naar een ziekenhuisafspraak. Lea vermoedt dat Kim ernstig ziek is. Door de tijd tussen het telefoontje en de afspraak, maakt de schrijver me nieuwsgierig: wat zou er aan de hand zijn? Op een gegeven moment blader ik wat vooruit om het vast te weten, want ik word ongeduldig.
Het debuut van Shula Tas is een mooi, klein, autobiografisch verhaal. Ze is gaan samenwonen met haar vriend en daarom is het tijd om ruimte te maken op zolder. Die staat vol met dozen met allerlei spullen van haar ouders en grootouders.
Shula studeerde zang aan het conservatorium. In die tijd moest ze ook voor haar zieke ouders zorgen, die al op leeftijd waren. Na het overlijden van eerst haar vader en toen haar moeder heeft ze niet meer gezongen. Daarin blijkt ze op haar oma te lijken. Die was ook erg muzikaal. Ze zong zelfs in het concentratiekamp. Maar daarna was ze stil.
Na de dood van haar geliefde Daniel(le) de Koster wil Jodie nog meer over haar weten. In dit boek vertelt Jodie het verhaal van Daniel: over hoe ze samen stichting Lucille oprichten om mensen te helpen die een diagnose zoeken maar niet verderkomen bij hun arts, over de geliefdes die Daniel had voor Jodie, en over Daniels werk bij een organisatie voor mensen met HIV. Het geeft een uitgebreid beeld van deze bijzondere vrouw, in bijna zeshonderd bladzijden. En toch weet Hanna Bervoets me steeds te boeien.
Maar vlak voor ik ophing, die ochtend na Daniels overlijden, hoorde ik mijn moeder alsnog een geluid voortbrengen. Het was iets tussen een diepe zucht en een jammerkreet in en ik geloof niet eens voor mij bedoeld, maar die droevige kreun zou de rest van de dag hier in huis blijven hangen, bijval krijgen van de brommende koelkast, de ruisende verwarmingsbuizen en de huilende geiser.
Een vervolgboek zou eigenlijk altijd een samenvatting van het vorige deel moeten bevatten. Ruim vijf jaar geleden las ik De meisjes van Sjanghai en ik heb natuurlijk mijn blogartikel, maar daarin vertel ik het einde niet. Hoe zat het ook alweer met de zussen Pearl en May? Ze kwamen in 1937 vanuit China naar Californië, waar ze trouwden met twee Chinese mannen. Ze gingen wonen in Chinatown in Los Angeles. Daar werd Joy geboren. Nu moet ik wel iets vertellen over het einde van het vorige deel, dus als je dat niet wilt weten, ga dat dan eerst lezen!
Twee Vlaamse zussen wonen samen in hun ouderlijk huis. Hun vader was notaris en hij overleed terwijl beide dochters nog ongehuwd waren. Inmiddels is Georgine 20 jaar en Marie al 30 jaar oud. Verschillende personen uit het dorp zouden wellicht geschikt zijn als huwelijkspartner, waaronder de jonge notaris die hun vader heeft opgevolgd en gebruik mag maken van zijn werkkamer. De overbuurman Luc Hancq trekt echter de meeste aandacht van de dames. Hij komt regelmatig bij ze langs. Zijn huwelijkse staat weerhoudt hem er niet van om oog te hebben voor vrouwelijk schoon.
Virginie Loveling beschrijft dit alles in mooie Vlaamse zinnen van meer dan een eeuw geleden. Een revolverschot wordt haar beste roman genoemd. Het werd voor het eerst uitgegeven in 1911. Annelies Verbeke heeft de spelling gemoderniseerd en een aantal woorden van voetnoten voorzien, waar door het gemakkelijker te lezen is voor wie nu leeft. Het vraagt nog steeds iets meer dan gemiddeld van de lezer, maar ik vind het goed te doen en geniet van de taal. Soms zijn de zinnen wel erg lang of ik begrijp een woord niet helemaal, maar het verloop van het verhaal is prima te volgen.
De sfeer wisselt gedurende het boek. Er is veel drama, maar er zijn ook idyllische stukjes bij, waarin de dorpse natuur wordt beschreven. Dan gaat het bijvoorbeeld over zingende vogels. Het kan letterlijk bedoeld zijn, maar ook symbolisch.
De figuurlijke zon was opgegaan en blonk in goud van morgengloren over het spiegelvlak van Marie’s innerste wezen, er de blauwe hemel en de laatste verdampende nevelwolkjes van twijfel in weerkaatsend.
Na de dood van de vrouw van Luc Hancq hoopt de oudste zus met hem te kunnen trouwen. Tijdens een dromerige scène kust Luc haar en Marie vat hun gesprek zo op dat hij zich met haar wil verloven. Als lezer meen ik echter dat hij dit helemaal niet zo bedoelt. Later bekent Georgine aan Marie dat ze ook op Luc valt en eveneens in de veronderstelling is dat ze zich binnenkort zullen verloven. Voor de zussen is dit een grote ontdekking, terwijl vanaf het begin van het boek al duidelijk is dat ze op dezelfde man vallen. Het heeft grote gevolgen en het verhaal wordt nog spannender dan het al was!
Een revolverschot is een goed boek, dat je meeneemt naar een andere tijd. Het is terecht dat deze klassieker weer onder de aandacht is gebracht.
Luister ook naar de aflevering over dit boek van de podcast Fixdit, over klassiekers van vrouwelijke schrijvers.
Scheikunde, roeien en feminisme rond 1960, daar gaat Lessons in chemistry over. Het boek start met een scène waarin Madeline Zott zo’n lekkere lunch mee naar school neemt dat een klasgenootje het elke dag afpakt en opeet. Haar moeder Elizabeth belt naar de vader van het betreffende meisje. Die werkt bij de televisie en voor ze het weet heeft Elizabeth een eigen kookprogramma.
Dan springt het verhaal tien jaar terug naar 1952. Elizabeth werkt in een scheikundig lab waar ze zwaar ondergewaardeerd wordt door alle mannelijke collega’s om haar heen. Als ze het privé-lab van Calvin Evans binnenstapt, wordt ze afgesnauwd. Maar ze heeft bekerglaasjes nodig en jat een hele doos van Calvin, die er toch genoeg heeft. Ondanks deze slechte start, worden Elizabeth en Calvin verliefd op elkaar. Ze gaan samenwonen en hond Six-Thirty komt erbij, die is op een dag komen aanlopen. Hij is ook erg intelligent en Elizabeth leert hem woorden.
Salama is net begonnen aan het tweede jaar van haar studie farmacie, als de Syrische burgeroorlog haar dwingt te stoppen. In plaats van haar opleiding tot apotheker, gaat Salama in het ziekenhuis van Homs werken. Daar ziet ze de gruwelijke gevolgen van bommen, gifgas en sluipschutters. Ze doet wat ze kan om levens te redden, wat soms wel en soms niet lukt.
Ik moet wennen aan de schrijfstijl van Zoulfa Katouh. Ze lijkt me een beginnende schrijver die te bloemrijke taal gebruikt. De metaforen gaan vaak over lichaamscellen en passen wel bij de hoofdpersoon, maar komen niet zo natuurlijk over. De reden dat ik doorlees is dat het zo belangrijk is om hier meer over te weten, plus dat dit uitgeroepen is tot het beste vertaalde boek voor jongeren van het jaar. De vertaling uit het Engels door Merel Leene is over het algemeen goed.
Simon is kapper, net als zijn vader en zijn opa. Die vader heeft hij echter nooit gekend, omdat die is omgekomen bij het vliegtuigongeluk op Tenerife in 1977. Simons opa komt regelmatig langs in de kapperszaak. Ze kunnen het goed met elkaar vinden.
Simons moeder noemt hem indolent: niet actief. Zelf is ze heel anders. Elke zaterdag begeleidt ze mensen met een beperking in het zwembad. Als haar collega daar vertrekt naar een zonnig eiland, moet Simon invallen. Hij moet nogal wennen aan de omgangsvormen van de zwemmers. Nouja, eigenlijk kan er maar eentje echt zwemmen. De anderen poedelen wat rond en meppen elkaar met flexibeams, van die kunststof staven. Er is een jongen bij die er knap uitziet, maar niet kan praten. Simon fantaseert over hem.
Er zijn al zoveel boeken over kinderen die opgroeien in een disfunctioneel gezin. Een schrijver moet dus wel wat moeite doen om daar een boeiend verhaal van te maken en je als lezer te laten meeleven. Dat lukt Philip Huff in zijn autobiografische boek, waar hij veertien jaar aan heeft gewerkt. Hij schreef het eerste hoofdstuk dus al voordat de laatste delen plaatsvonden.
Het ouderlijk huis in Wat je van bloed weet staat niet in een achterbuurt, maar in het Gooi. Op het eerste gezicht is het een normaal gezin met vader en moeder en drie kinderen, waarvan de hoofdpersoon de middelste is. Het begint met een idyllisch tafereel in de speeltuin, waar een liefdevolle vader een oogje in het zeil houdt. Dat geeft een veilig gevoel. Deze stukjes in schuine letters blijken echter dagdromen over een andere realiteit: stel je voor…
De stem begint met het joodse huwelijk van Zelda en Bor in New York. Met hun drie kinderen gaan ze op dinsdagochtend vroeg naar de rabbijn, die in een wolkenkrabber woont. Ze staan op het dakterras en daar ziet één van de kinderen het als eerste: een vliegtuig is in één van de Twin Towers gevlogen, waar ze gisteren nog waren. Jessica Durlacher beschrijft de situatie alsof ze er zelf bij was. Het gezin vlucht door de straten vol stof en lichaamsdelen. Het is een vreselijke ervaring.
Dan springt het verhaal naar de toekomst. Zelda is in Israël op bezoek bij haar oudste zoon Philip. Ze kijken op de televisie naar de inauguratie van de eerste vrouwelijke president van de Verenigde Staten van Amerika. Een zangeres treedt op en het hele gezin herkent haar als hun vroegere oppas.