Zolang de citroenbomen bloeien – Zoulfa Katouh

Salama is net begonnen aan het tweede jaar van haar studie farmacie, als de Syrische burgeroorlog haar dwingt te stoppen. In plaats van haar opleiding tot apotheker, gaat Salama in het ziekenhuis van Homs werken. Daar ziet ze de gruwelijke gevolgen van bommen, gifgas en sluipschutters. Ze doet wat ze kan om levens te redden, wat soms wel en soms niet lukt.

Ik moet wennen aan de schrijfstijl van Zoulfa Katouh. Ze lijkt me een beginnende schrijver die te bloemrijke taal gebruikt. De metaforen gaan vaak over lichaamscellen en passen wel bij de hoofdpersoon, maar komen niet zo natuurlijk over. De reden dat ik doorlees is dat het zo belangrijk is om hier meer over te weten, plus dat dit uitgeroepen is tot het beste vertaalde boek voor jongeren van het jaar. De vertaling uit het Engels door Merel Leene is over het algemeen goed.

Verder lezen

De kapperszoon – Gerbrand Bakker

Simon is kapper, net als zijn vader en zijn opa. Die vader heeft hij echter nooit gekend, omdat die is omgekomen bij het vliegtuigongeluk op Tenerife in 1977. Simons opa komt regelmatig langs in de kapperszaak. Ze kunnen het goed met elkaar vinden.

Simons moeder noemt hem indolent: niet actief. Zelf is ze heel anders. Elke zaterdag begeleidt ze mensen met een beperking in het zwembad. Als haar collega daar vertrekt naar een zonnig eiland, moet Simon invallen. Hij moet nogal wennen aan de omgangsvormen van de zwemmers. Nouja, eigenlijk kan er maar eentje echt zwemmen. De anderen poedelen wat rond en meppen elkaar met flexibeams, van die kunststof staven. Er is een jongen bij die er knap uitziet, maar niet kan praten. Simon fantaseert over hem.

Verder lezen

Wat je van bloed weet – Philip Huff

Er zijn al zoveel boeken over kinderen die opgroeien in een disfunctioneel gezin. Een schrijver moet dus wel wat moeite doen om daar een boeiend verhaal van te maken en je als lezer te laten meeleven. Dat lukt Philip Huff in zijn autobiografische boek, waar hij veertien jaar aan heeft gewerkt. Hij schreef het eerste hoofdstuk dus al voordat de laatste delen plaatsvonden.

Het ouderlijk huis in Wat je van bloed weet staat niet in een achterbuurt, maar in het Gooi. Op het eerste gezicht is het een normaal gezin met vader en moeder en drie kinderen, waarvan de hoofdpersoon de middelste is. Het begint met een idyllisch tafereel in de speeltuin, waar een liefdevolle vader een oogje in het zeil houdt. Dat geeft een veilig gevoel. Deze stukjes in schuine letters blijken echter dagdromen over een andere realiteit: stel je voor…

Verder lezen

De stem – Jessica Durlacher

De stem begint met het joodse huwelijk van Zelda en Bor in New York. Met hun drie kinderen gaan ze op dinsdagochtend vroeg naar de rabbijn, die in een wolkenkrabber woont. Ze staan op het dakterras en daar ziet één van de kinderen het als eerste: een vliegtuig is in één van de Twin Towers gevlogen, waar ze gisteren nog waren. Jessica Durlacher beschrijft de situatie alsof ze er zelf bij was. Het gezin vlucht door de straten vol stof en lichaamsdelen. Het is een vreselijke ervaring.

Dan springt het verhaal naar de toekomst. Zelda is in Israël op bezoek bij haar oudste zoon Philip. Ze kijken op de televisie naar de inauguratie van de eerste vrouwelijke president van de Verenigde Staten van Amerika. Een zangeres treedt op en het hele gezin herkent haar als hun vroegere oppas.

Verder lezen

Gebied 19 – Esther Gerritsen

De ochtend na zijn trouwdag ontdekt Tomas dat zijn vrouw is verdwenen, terwijl ze op het punt staan om op huwelijksreis te gaan. Na het huis te hebben doorzocht, gaat hij naar buiten om hond Toto uit te laten. Het lijkt wel zondag, zo rustig is het op straat. Bij het buurthuis is het wel een drukte van belang. En daar ontdekt hij wat er aan de hand is…

De helft van de wereldbevolking is meegenomen. En nee, het is niet de opname zoals bijbelvaste evangelische christenen zich voorstellen. Maar de noodzakelijke mensen zijn naar een andere planeet verplaatst, waaronder iedereen onder de veertig jaar. Overgebleven is het uitschot: daklozen, krakkemikkige ouderen, en thrillerschrijver Tomas Boom.

Verder lezen

Lichter dan ik – Dido Michielsen

Dit is het levensverhaal van de Javaanse Isah, verteld door haar vriendin Tjanting. In het eerste hoofdstuk van Lichter dan ik vertelt Tjanting dat Isah haar heeft gevraagd om op te schrijven wat ze allemaal heeft meegemaakt. Pas later wordt duidelijk waarom ze dat zo graag wil. Ik vind het een beetje een lastige start. Gelukkig begint Isah na een paar bladzijden bij haar geboorte en dan ben ik al gauw helemaal geboeid.

In 1850 werd Piranti geboren vlak bij het paleis van de sultan van Java. De naam Isah kwam pas later. Piranti’s moeder werkte als batikster en kleermaakster van de vrouwelijke familieleden van de sultan. Als klein meisje speelde Piranti met twee prinsessen, al had ze dat pas later in de gaten. Als ze tieners zijn, gaat de oudste prinses trouwen. De voorbereiding duurt lang en Piranti’s moeder besteedt veel aandacht aan de speciale kleding die bij een bruiloft hoort. Het wordt prachtig beschreven hoe dit gaat.

Verder lezen

Het lied van ooievaar en dromedaris – Anjet Daanje

Na wat moed verzameld te hebben, begin ik aan dit dikke boek. Binnen een paar zinnen glijd ik in het verhaal, dat zich afspeelt in een klein dorp in Yorkshire aan het begin van de negentiende eeuw. Het gebeurt in die tijd nog vaak dat mensen jong sterven, meestal aan infectieziektes of in het kraambed. Als er iemand overlijdt, wordt Susan Knowles geroepen om de overledene af te leggen. Zij maakt mee dat de vijf dochters van pastoor Drayden één voor één aan een longontsteking bezwijken. Sommigen zijn nog een meisje als ze gaan. Eliza May en Millicent worden wel volwassen. Zij zijn de centrale personages van Het lied van ooievaar en dromedaris. Maar het perspectief ligt bij elf anderen, die de delen van het boek vormen.

Deze dikke pil is geïnspireerd op de zussen Brontë. Hun boeken worden nog steeds veel gelezen. Eliza en Millicent schrijven ook allebei een roman, eerst alleen voor zichzelf. Millicent besluit hun manuscripten op te sturen naar uitgeverijen, in de hoop er wat geld mee te verdienen. Uiteindelijk lukt het om de boeken te publiceren, onder pseudoniemen met voornamen die zowel voor mannen als vrouwen gebruikt worden.

Verder lezen

En dan is er koffie – Hannes Meinkema

De jaren zeventig: ik heb ze zelf niet meegemaakt, maar door oude verhalen heb ik er wel een beeld en gevoel bij. En dan is er koffie verscheen voor het eerst in 1976 en sloeg toen in als een bom. Hannes Meinkema neemt immers geen blad voor de mond en schrijft openlijk over wat geheim wordt gehouden.

Met zeven perspectieven is het in het begin even opletten, maar ik vind het niet moeilijk om te volgen wie wie is: moeder Cora, vader Jacques, dochters Rosa en Arja, zoon Jaap en zijn vriendin Josien. En Douwe, Rosa’s scharrel. Rosa is lerares op een middelbare school. In haar vrije tijd is ze een losbol die veel drinkt en feest. Haar moeder belt regelmatig op en dat stoort Rosa mateloos, vooral als ze haar roes aan het uitslapen is. Ook tussen de andere leden van het gezin klikt het totaal niet.

Verder lezen

Misjka – Edward van de Vendel & Anoush Elman

Eindelijk mogen Roya, haar broers en haar ouders definitief in Nederland blijven. Na hun vlucht uit Afghanistan woonden ze jarenlang in asielzoekerscentra en wisselden de kinderen een paar keer van school. In dit huis mogen ze blijven. Maar er ontbreekt nog iets, vindt Roya.

Bij een huis hoort een huisdier. Dat vind ik.

Bij de dierenwinkel kiezen ze een wit dwergkonijntje uit, dat de naam Misjka krijgt. Het hele gezin is dol op het diertje, dat veel wordt geaaid. Roya neemt hem mee naar haar kamer en vertelt over zichzelf. Daar hoort natuurlijk bij dat ze ooit in Afghanistan woonden. Maar daar weet Roya niks meer van. Ze was drie jaar toen het gezin vluchtte en ook daar kan zij zich niets van herinneren.

Verder lezen

De gelukvinder – Edward van de Vendel & Anoush Elman

Onlangs kreeg Edward van de Vendel de Boon voor Kinder- en Jeugdliteratuur 2023 voor zijn boek Misjka. Dat gaat over Roya, die als klein meisje uit Afghanistan naar Nederland kwam. Haar konijn vormt de rode draad. Over de broer van Roya, die Hamayun heet, kwam in 2008 al een boek uit. Dat is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van Anoush Elman. De gelukvinder is een D-boek, dus voor jongeren, terwijl Misjka een A-boek is, voor jonge kinderen. Ze zijn geïnspireerd op hetzelfde gezin. Ik besloot dat ik eerst De gelukvinder wilde lezen en vervolgens Misjka, al schijnt het ook prima andersom te kunnen.

Het verhaal begint als Hamayun een jaar of tien is en nog in Afghanistan woont. In die tijd heeft Hamayun een dagboek, waarin hij regelmatig schrijft. Dat gaat over hoe het thuis en op school gaat en over zijn vriendschap met Faisal. Hierdoor krijg je als lezer een goed beeld van hoe het dagelijks leven was in Afghanistan.

Verder lezen