Als tiener vond ik de boeken van Evert Hartman erg goed: spannend en met fascinerende thema’s. Toen ik vorig jaar in de bibliotheek van de Bijlmer was, zag ik Niemand houdt mij tegen tussen de afgeschreven boeken liggen, in de verkoop. Die kon ik niet laten liggen. Ik kon me nog iets herinneren over het half overstroomde Nederland en iets met klonen. Mijn broer wist nog precies hoe de voorkant eruitzag; blijkbaar heeft het boek ook op hem indruk gemaakt.

Hoofdpersoon Richard is zestien jaar als hij in een warenhuis ziet dat twee illegale Vlaamse meisjes worden opgepakt door de politie. Hij is op slag verliefd op één van de twee en daarom haalt hij het in zijn hoofd (als een lekker impulsieve puber) dat hij die meisjes wil opsporen om ze te helpen. Hij besluit de hulp in te roepen van Wesley, die hij net heeft ontmoet. Wesley blijkt een kloon te zijn en hij is superslim. Verder lezen



