Als kind kon ik erg genieten van het zee-aquarium van mijn opa. Eigenlijk vond oma het maar niks, zo’n enorme bak water die kon gaan lekken. Uiteindelijk heeft het er een aantal jaren gestaan. Ik ging op een stoel zitten kijken naar de kleurige tropische vissen en de garnalen. Op een dag kocht opa een zeekomkommer. De eitjes daarvan bleken giftig en alle vissen gingen eraan dood.
Die mooie en wrede onderwaterwereld komt terug in twee sprookjes, waardoor Leonieke Baerwaldt zich heeft laten inspireren. Het begint met de kleine zeemeermin, die ernaar verlangt om aan land te gaan. Daarna worden nog drie verhaallijnen geïntroduceerd. Gelukkig leest het allemaal wel gemakkelijk. Als eerste gaat het over Loek en Brenda, die wonen in een woonwagen aan de rand van een industrieterrein. Het idee is om een huis te bouwen, daar op die plek aan het water, waar niemand wil wonen. De tweede verhaallijn draait om Alex, die als volwassen man nog steeds bij zijn moeder woont. Hij droomt ervan om een aquariumwinkel te hebben, terwijl hij werkt in een fabriek.
Verder lezen