Bangladesh is een arm land waar vaak overstromingen zijn. Dat was het enige wat ik ervan wist. In A golden age van Tahmima Anam worden armoede en overstromingen wel genoemd, maar het gaat vooral over de oorlog waardoor Bangladesh in 1971 onafhankelijk werd van Pakistan. Als je op de kaart kijkt, zie je dat Pakistan helemaal niet grenst aan Bangladesh: het noorden van India ligt er tussenin. Toch heette Bangladesh ooit Oost-Pakistan.
Als ik de liefde niet heb – Eva van Esch
Het eerste verhaal in deze bundel maakt meteen indruk. Een jonge vrouw moet haar geliefde begraven. Bij de uitvaart zijn twee onbekende dames aanwezig die zij meteen classificeert als minnaressen van haar overleden man. De gevoelens van de vrouw worden niet expliciet gemaakt, maar komen toch vlijmscherp binnen. Ik voel de pijn met haar mee en zie de taferelen zo voor me. Ook bij het tweede verhaal zie ik het helemaal voor me gebeuren. Deze keer gaat het over schoonzussen, waarbij de concurrentie en het venijn er vanaf spatten. Het zijn typische vrouwenverhalen en daardoor totaal anders dan de vorige verhalenbundel die ik las, van Etgar Keret.
Er zijn ook verhalen waarin de ik-persoon een man is, dan moet ik even omschakelen. Dat kost moeite. De verhalen met een vrouwelijke hoofdpersoon lijken beter te kloppen. De typische hoofdpersoon is een jonge vrouw die totaal anders in het leven staat dan ik. Dat maakt het interessant, want ik vind het boeiend om in de gedachten te kruipen van iemand die heel anders denkt. Het is één van de belangrijkste redenen dat ik graag boeken lees. Ik greep dan ook steeds weer naar dit boek om dan een paar verhalen achter elkaar te lezen.
Terugkerende elementen zijn seks, vreemdgaan en oudere mannen. Daarom denk ik dat deze verhalen goed zouden passen in een damestijdschrift, zoals Flair, Viva of Linda. Ze zijn wel van een hoger literair niveau dan wat je doorgaans in die bladen tegenkomt. Bovendien zijn dit geen feel-good verhalen. Ze gaan vooral over de imperfectie van liefdesrelaties en de twijfels die daarbij horen.
Ik vind het een goed idee om voor een eerste verhalenbundel een thema te kiezen, maar Eva van Esch kan vast ook prima over andere onderwerpen schrijven. Ik ben benieuwd hoe dat uitpakt en hoop dan ook dat het niet bij dit debuut zal blijven.
Karakter – F. Bordewijk
Ik hoor mijn lerares Nederlands nog enthousiast vertellen over Katadreuffe, de hoofdpersoon van Karakter. Toch heb ik indertijd gekozen voor Bint, waarin Bordewijk over een leraar schrijft. Toen een vriendin haar boekenkast aan het opruimen was, kreeg ik een oud exemplaar van Karakter van haar uit 1953, dat is vijftien jaar nadat het voor het eerst was uitgegeven. Inmiddels stond het alweer een tijdje in mijn kast… totdat Sandra besloot om in augustus met een heleboel bloggers klassieke literatuur te gaan lezen. Dat leek mij een goede gelegenheid om dit boek eindelijk eens te gaan lezen. Verder lezen
Pogingen iets van het leven te maken – Hendrik Groen
Hendrik Groen (83 1/4 jaar) woont in een bejaardentehuis in Amsterdam-Noord. In tegenstelling tot zijn medebewoners probeert hij niet te zeuren, maar benadert hij het leven het liefste met een kwinkslag. In 2013 heeft hij bijna elke dag een stukje in zijn dagboek geschreven, wat heeft geleid tot dit boek.

Hendrik praat niet veel, maar observeert goed. Hij maakt graag grappen, samen met zijn ondeugende vriend Evert. In het tehuis zitten gelukkig niet alleen maar zeurende oudjes, maar ook zielsverwanten. Zij willen proberen te genieten van elke dag die ze nog hebben. Daarom richten ze de club Omanido (Oud-maar-niet-dood) op. De club bestaat uit zes leden die om de beurt een uitje organiseren, wat door de overige bewoners vooral met jaloezie wordt bekeken. De clubleden hebben zelf de grootste lol. De overeenkomst tussen alle uitjes is dat er alcohol bij wordt gedronken en dat de clubleden vrolijk weer thuis komen.
Hendrik schrijft ook over de actualiteit in het jaar 2013 en dan met name de dingen die de bewoners aan tafel bespreken, zoals de ouderenpartij 50plus en bezuinigingen op de AOW. Maar ook de verkiezing van een nieuwe paus en de kroning van koning Willem-Alexander. De oudjes hebben daar zo allemaal hun mening over. Het gaat natuurlijk ook over de bezuinigingen in de ouderenzorg. Het is duidelijk dat de bewoners zorg nodig hebben, maar men wordt gestimuleerd om langer thuis te blijven wonen. Dat veroorzaakt onrust bij de mensen, ondanks dat ze veel klagen over de diensten van het tehuis.
Ouderen hebben natuurlijk kwaaltjes en kwalen. Ook de leden van Omanido krijgen daarmee te maken. Ze helpen elkaar waar ze kunnen en het is ontroerend om dat te lezen. Hendrik is af en toe wel van slag als er weer een tegenvaller te incasseren valt. Het is bijzonder om te lezen hoe humor kan helpen om toch door te zetten. Zo merkt de beginnend dementerende Grietje op: “Met een beetje geluk geloof ik volgend jaar weer in Sinterklaas!”
Ik heb regelmatig zitten gniffelen of gewoon heel hard gelachen om de grappige beschrijvingen van Hendrik Groen. Het leven in een bejaardentehuis is niet zo spannend, maar hij pikt er de mooiste anekdotes uit en de grappen van vriend Evert zijn hilarisch. Het dagboek van Hendrik Groen is een ontzettend leuk boek geworden.
Tonio – A.F.Th. van der Heijden
Laatst kreeg ik een overlijdensbericht van iemand die ik lang had gekend. In de uren erna kwamen vanzelf allerlei herinneringen aan haar naar boven. Ik besloot om ze op te schrijven en naar de nabestaanden te sturen, zodat ze het wellicht ooit konden lezen, maar ook omdat ik zelf mijn gedachten kwijt wilde aan het papier. Op zo’n moment lijkt de wereld even stil te staan.
Hetzelfde gebeurt bij schrijver Adri van der Heijden, maar dan in het groot. Op een mooie Pinkstermorgen staan twee agenten voor de deur van Adri en zijn vrouw Mirjam, met het bericht dat hun enige zoon Tonio na een verkeersongeluk in kritieke toestand is opgenomen in het AMC. Adri’s gedachten gaan terug naar de dag dat Tonio geboren werd en de periode daarvoor, waarin hij zijn vrouw leerde kennen en hij zijn kinderwens naar haar uitte. Hij beschrijft dit alles uitgebreid, afgewisseld met korte scènes in het ziekenhuis. Na Tonio’s overlijden gaat het verder met allerlei herinneringen, die worden afgewisseld met beschrijvingen van het vreselijke verdriet dat zijn ouders nu hebben.
Van der Heijden heeft een prachtige schrijfstijl met veel details, zonder de vaart uit het verhaal te halen. De beschrijvingen van Tonio’s leven zijn haast idyllisch. Hij lijkt de ideale zoon: altijd vrolijk, nooit ruzie, iedereen noemt hem “zo’n lieve jongen”. Niet dat dit ongeloofwaardig overkomt. Ik zie hem zo voor me. Als ik op het station loop, vallen mensen van Tonio’s leeftijd me op. Het zou me niets verbazen als ik hem zou tegenkomen. Oh nee, dat kan niet, hij is dood. Wat een verdriet… Ik kan me er natuurlijk niets bij voorstellen, want ik heb zelf geen kinderen. Waarschijnlijk is het verliezen van je kind pijnlijker dan de dood van wie dan ook in je omgeving. Dat blijkt ook wel uit de verpletterende uitwerking die het overlijden van Tonio op zijn ouders heeft. Ze komen bijna de deur niet meer uit en drogeren zichzelf met valium en alcohol. Tussen deze zwaarmoedigheid en de herinneringen door schrijft Adri ook over kleine huishoudelijke gebeurtenissen: verhuizen, klussen in huis en tuin, de huisdieren. Hij beschrijft de intiemste details en lijkt zich nergens voor te schamen, behalve voor het feit dat hij de dood van zijn zoon niet heeft kunnen voorkomen.
Na 400 (van de 565) bladzijdes vind ik het meer van hetzelfde worden. Van der Heijden lijkt in herhaling te vallen. En toch lees ik verder: zullen Adri en Mirjam het redden? Zal het verdriet dan toch slijten, ondanks dat ze zich dat absoluut niet kunnen voorstellen? Pakken ze hun leven weer op? In dit boek komt daar nog geen antwoord op. In elk geval is A.F.Th. van der Heijden verder gegaan met schrijven, want na dit boek is er nieuw werk van hem uitgekomen. Vijf jaar geleden las ik Weerborstels en dat heeft geen blijvende indruk gemaakt. Maar van iemand die in een rouwperiode al zo mooi schrijft, wil ik toch graag meer lezen.
Superlijm – Etgar Keret
Staande tussen het winkelend publiek las ik het eerste verhaal uit Superlijm, getiteld Lang zal ze leven. Daarin wordt een heerlijke verjaardag beschreven, waarop de wereld je toelacht. Het was liefde op het eerste gezicht, wat een leuk verhaal, dit boek moest ik hebben! Toen ik thuis bij het voorwoord begon moest ik daar erg om lachen. Kortom, Etgar Keret heeft een fan erbij.
Ruben Verhasselt heeft een verzorgde vertaling uit het Hebreeuws afgeleverd. De verhalen spelen zich bijna allemaal af in Israël. Een aantal verhalen hebben te maken met het leger. Toen Keret zelf in het leger zat, begon hij met schrijven. Toch kiest hij heel diverse onderwerpen voor zijn verhalen. Er zijn hoofdpersonen van alle leeftijden, mannen en vrouwen, dom en slim, gestoord en heel normaal. Soms verschijnen er absurde wezens of surrealistische elementen in een verhaal: een kabouter, een slaapliedje waardoor de tijd vertraagt, een overleden bus. Het doet mij wel denken aan Belcampo, die ook zo’n rijke fantasie heeft.
De verhalen zijn maar een paar bladzijden lang, dus erg geschikt om af en toe tussendoor eentje te lezen. Er zijn verhalen bij die ik onbegrijpelijk of saai vind en soms erger ik me zelfs… maar ook die zijn na een paar bladzijden afgelopen. Gelukkig hoef je er nooit veel achter elkaar te lezen om aan te belanden bij een leuk, grappig of geniaal verhaal. Het voelt dan echt als een traktatie en vaak bezorgt het me een glimlach. Deze bundel heeft me veel plezier bezorgd.
Glijvlucht – Anne-Gine Goemans
Meestal neem ik een boek van Renate Dorrestein mee op vakantie, omdat ik me daar altijd goed mee vermaak. Dit jaar nam ik mijn e-reader met een stuk of twintig boeken mee, dus koos ik wat minder zorgvuldig. Daardoor kwam ik in een saai boek van Dan Brown terecht… Gelukkig had ik ook het kleine boek Glijvlucht in mijn tas gestopt, omdat dat het lichtste papieren boek was dat op mijn te lezen stapel lag. En dat bleek een schot in de roos, want Anne-Gine Goemans lijkt wel de nieuwe Renate Dorrestein. Wat een heerlijk boek!

Gieles is een puber die het liefst met zijn ganzen bezig is, die hij probeert te trainen. Verder chat hij graag met een gothic meisje, Gravitation. Gieles woont met zijn ouders en oom Fred vlak naast een landingsbaan. De gemeente wilde hun huis wel kopen, maar ze hebben geweigerd. De vader van Gieles werkt als vogelverjager, om te voorkomen dat er vogels in vliegtuigmotoren vliegen. Dus dan is het wel zo handig om daar te blijven wonen. Zijn moeder was vroeger stewardess, maar houdt zich liever bezig met het helpen van arme mensen in Afrika. Daarom is ze meestal niet thuis.
Op een dag ontmoet Gieles een hele dikke man, die zichzelf voorstelt als Super Waling. Gieles helpt hem uit de brand als zijn scootmobiel een lekke band heeft. Waling heeft twee hobby’s: de Zwitserse Alpen en stoomgemalen. Gieles besluit zijn werkstuk voor school te baseren op de geschiedenisverhalen die Waling hem geeft en waarin een stoomgemaal een belangrijke rol speelt. De verhalen gaan over Walings voorouders en hij heeft ze zelf geschreven. Ze zijn heel anders dan de geschiedenisles op school, want het is alsof je er zelf bij bent. Telkens krijgt Gieles weer een nieuw deel om te lezen en dat is dan als verhaal in verhaal opgenomen in het boek. Het laatste deel gaat over waarom Waling zo vreselijk dik is geworden, iets wat ik me als lezer het hele boek door al afvroeg.
De schrijfstijl van Anne-Gine Goemans doet mij denken aan Renate Dorrestein, want het gaat over gewone mensen met hun bijzondere eigenschappen. Zo heb je de enorm dikke Waling, gothic meisje Gravitation, stoere vriend Toon, de hysterische Dolly met haar drie zoontjes waar Gieles weleens op past, echtpaar Johan en Judith die naast de landingsbaan kamperen (hij heeft vliegtuigongelukken als hobby) en oom Fred, die zo’n beetje de moederrol heeft overgenomen in de verzorging van Gieles. Ze worden allemaal beschreven met droge humor. Ik heb regelmatig zitten gniffelen. De leefwereld van Gieles is ook erg knap weergegeven: zo denkt en doet een tiener inderdaad. Gieles is schattig en naïef. Hij durft vaak niet te zeggen wat hij vindt. Waling ziet hem echt. Die dikke man blijkt een goedzak te zijn.
Ik heb dit boek binnen een paar dagen uitgelezen en vond het echt geweldig. Zo had ik ook deze vakantie toch een soort Renate-Dorrestein-leeservaring.
Dit boek heb ik gewonnen door mee te doen aan de actie Ik lees Nederlands. Bedankt, Inge!
Angels & Demons – Dan Brown
De boeken van Dan Brown zijn zo populair dat ik het wel tijd vond om eens wat van hem te lezen. Verschillende lezers vertelden me dat ze Het Berninimysterie het beste vonden, dat in het Engels Angels & Demons heet. Het is het eerste boek waarin hoogleraar kunstgeschiedenis Robert Langdon de hoofdrol speelt, net als in The Da Vinci Code, waarmee Dan Brown tien jaar geleden internationaal doorbrak. Verder lezen
1984 – George Orwell
‘Big Brother is watching you!’ Deze bekende uitdrukking komt uit de toekomstroman 1984, die George Orwell in 1948 schreef. Het resultaat is een afschrikwekkende beschrijving van een maatschappij die mij doet denken aan Noord-Korea, met een communistische dictatuur waarin mensen worden gehersenspoeld om van hun leider te houden. Verder lezen
Leeuwenstrijd – Thomas van Aalten
In Leeuwenstrijd vertelt Thomas van Aalten het verhaal van vier generaties vaders en zonen. Zo omvat het boek een hele eeuw Nederlandse geschiedenis. Opa Gino emigreerde met zijn ouders van uit Italië naar Limburg, waar zijn vader in de mijnen ging werken. Gino zelf belandde in een fabriek, maar wilde daar niet zijn hele leven slijten en vertrok naar de andere kant van het land om daar te gaan werken. Na de Tweede Wereldoorlog trouwde hij en kreeg drie zonen, waaronder Eduard. Hij en zijn vrouw Hetty waren in de jaren ’60 echte provo’s, die activiteiten organiseerden in het buurthuis en meeliepen met demonstraties tegen kernwapens. Eduard en Hetty kregen zoon Salvador. Zijn verhaal neemt minder ruimte in beslag en speelt in het heden, waarin hij beseft dat hij meer tijd wil doorbrengen met zijn zoon Luca. Die is een maatschappelijk betrokken puber van 14 jaar, die mee wil doen met de Occupy-beweging.
Het leeuwenpak vormt de rode draad door de generaties heen, wat een originele vondst is. Opa Gino had een bijbaantje bij een circus als leeuw. Hij werd in het leeuwenpak het land uit gesmokkeld om te vluchten voor de oorlog. Het pak belandt op zolder, maar wordt af en toe weer tevoorschijn gehaald voor gekke acties, bijvoorbeeld door Luca die een vervelende klasgenoot de stuipen op het lijf jaagt als leeuw.
Bij het begin van elk hoofdstuk wordt een sprong in tijd en ik-persoon gemaakt. De wisseling tussen generaties is leuk, maar ook een nadeel, juist omdat elke persoon me meesleepte in zijn verhaal en de sfeer van elke tijd zo goed wordt weergegeven. Zat ik net te lezen over opa Gino, die tijdens de oorlog in Amerika zijn toekomstige vrouw leerde kennen, was het hoofdstuk ineens afgelopen en sprong het verhaal weer naar Luca in deze eeuw. Ik had even de neiging om stiekem verder te bladeren naar het volgende deel van de eerste generatie, maar ach, Luca is ook leuk, dus heb ik het toch maar gewoon op volgorde gelezen. Vervolgens duurde het wel honderd bladzijden tot het verhaal van opa Gino weer verder ging en moest ik weer stiekem teruglezen waar ik ook alweer was gebleven. Dus misschien had ik het toch liever in chronologische volgorde gelezen.
Het boek gaat over vaders en zonen die ondanks meningsverschillen en ruzies toch altijd weer bij elkaar komen, vanwege de onverbrekelijke familieband. De meningsverschillen gaan vaak over hun uiteenlopende politieke opvattingen en de gevolgen daarvan. Sommige van deze stukken vond ik wat lastiger te volgen. Maar afgezien van dat kwam ik goed door het boek heen, want het is vlot geschreven. De stamboom voorin vond ik ook erg handig. Thomas van Aalten twitterde dan ook: ‘Een boek voor alle mensen, ik kan het niet vaak genoeg benadrukken!’
Dit boek heb ik gelezen in het kader van de boekenclub ‘Een perfecte dag voor literatuur’. Klik om te lezen wat andere bloggers hier vandaag over hebben geschreven.





