In 1986 ontplofte er een kerncentrale in Tsjernobyl, Oekraïne, vlakbij de grens met Wit-Rusland. De communistische overheid zorgde ervoor dat er geen paniek uitbrak in Wit-Rusland. Pas na een paar dagen werden jodiumpillen uitgedeeld en na een aantal weken werden er nog dorpen in de buurt van de kerncentrale geëvacueerd. In Nederland mochten we geen verse spinazie eten en de koeien mochten een tijd niet naar buiten. Maar in Wit-Rusland zijn de gevolgen van de kernramp bijna dertig jaar later pas echt te overzien, voor wie goed kijkt. Dat heeft Franka Hummels gedaan.
Maand: november 2015
Nora Webster – Colm Tóibín
Eind jaren zestig wordt Nora Webster weduwe, na twee maanden bij het ziekbed van haar man Maurice gewaakt te hebben. Nora woont in Enniscorthy, een Iers dorp dat ik al kende uit Brooklyn, een eerder boek van Colm Tóibín. Dat boek vond ik erg mooi en daarom wilde ik zijn nieuwste roman ook graag lezen. De sfeer is dan ook vertrouwd en al snel ga ik op in Nora’s wereld.
UP – Myrthe van der Meer
Een paar jaar geleden maakte Myrthe van der Meer veel indruk op mij met haar boek PAAZ. Dat is gebaseerd op haar eerste opname op de PAAZ: de psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis. UP is een vervolg op het eerste boek, maar Myrthe heeft er meer bij bedacht en het is dus geen een-op-een weergave van wat haar echt is overkomen. Wel moest ze helaas voor de tweede keer worden opgenomen.
Aan het begin van UP voelt hoofdpersoon Emma zich geweldig. Haar hart stroomt over van geluk en de wereld ziet er prachtig, zonovergoten uit. Eindelijk is ze niet meer depressief. Dat lijkt haar het ideale moment om een overdosis pillen te nemen, zodat de depressie voor altijd weggaat en het echte leven kan beginnen. ‘Maar dan ben je toch dood…’ merkt de psychiater op. Hij besluit Emma op te nemen. Ze schaamt zich enorm en wacht een paar dagen voor ze haar familie belt.
Nederland leest korte verhalen
Zondag 1 november; er is een feestje in de bibliotheek, vanwege de tiende editie van Nederland leest. Elk jaar worden er gratis boeken uitgedeeld door alle Nederlandse openbare bibliotheken, zodat we met z’n allen hetzelfde boek lezen en onze leeservaringen kunnen uitwisselen. Om eerlijk te zijn heb ik nog maar één keer eerder meegedaan aan deze actie: in 2012 las ik De donkere kamer van Damokles, wat me helaas minder goed beviel dan andere boeken van W.F. Hermans. Maar dit jaar is het thema ‘korte verhalen’ en daar ben ik erg blij mee, dus op die eerste november fiets ik naar de bieb om de bundel op te halen.
Zeg maar dat we niet thuis zijn – Rashid Novaire
Een boek over een overledene die e-mails stuurt en zijn uitvaartondernemer, dat is een interessant en origineel thema! Zeg maar dat we niet thuis zijn start met een digitaal bericht van meneer Jahangir, die in een koelcel op zijn begrafenis wacht. De hoofdpersoon is Milan, die zijn laatste week als uitvaartbegeleider beleeft. Daarin ontmoet hij de familie Jahangir, die probeert hun vader in Iran te laten begraven. Zoon Afran beweert dat hij e-mails van zijn vader ontvangt en Milan zegt dat dat onmogelijk is. Helaas wordt dit niet verder uitgewerkt. De hoofdstukken over Milan worden wel afgewisseld met de berichten van meneer Jahangir, die probeert Milan te bereiken.
Lalagè leest binnenkort Vlaams (poll 4)
Aan het begin van dit jaar had ik me voorgenomen om meer Vlaams te lezen. De teller staat nu op vier boeken, dus daarom is het hoog tijd voor een inhaalslag. Helpen jullie mee kiezen wat het volgende Vlaamse boek wordt? De poll vind je onderaan dit artikel. Daar kan je eventueel ook in een reactie laten weten waarom je voor dit boek stemt. De poll blijft open tot en met 18 november.
Gestameld liedboek – Erwin Mortier (2011)
De moeder van Erwin Mortier lijdt aan alzheimer. Ze heeft geen wilsbeschikking gemaakt en geleidelijk wordt ze door de ziekte overmeesterd. De zoon heeft dit wrede proces vastgelegd in een boek dat veel verder reikt dan het ziekbed van zijn moeder. Gestameld liedboek is een rauwe en tegelijk tedere elegie over ouders en kinderen, liefhebben en verlies, over afscheid nemen en herinneren.
Leuk zeg doei – Hanna Bervoets

Ik lees zelden een krant. En als ik een krant lees, dan is het Trouw. Gelukkig zijn de columns die Hanna Bervoets voor Volkskrant Magazine schreef in boekvorm uitgekomen. Het voordeel daarvan is dat je er zomaar vijf achter elkaar kunt lezen. De stukjes in Leuk zeg doei zijn namelijk zo treffend en grappig dat ik het nooit bij eentje laat. Dat ze al een paar jaar oud zijn maakt niets uit, de meeste zijn nog hartstikke actueel.
De stad der blinden – José Saramago
Het stoplicht springt op groen, maar één auto trekt niet op. De andere toeteren, maar hij komt niet in beweging. Het portier gaat open: ‘Ik ben blind!’ De bestuurder ziet alleen nog maar wit licht. Hij wordt door een behulpzame stadsgenoot naar huis gereden. Maar als die de man thuis heeft gebracht en daarna besluit de auto mee te nemen, wordt hij ook plotseling blind. De blinden komen bij de oogarts en die wordt ook getroffen. Het lijkt wel een besmettelijke ziekte.
Kankerklas – Corien van Zweden
Corien van Zweden krijgt de diagnose borstkanker als ze 47 jaar oud is. Ze stelt de dokter meteen allerlei vragen, zoals ze ook gewend is te doen in haar werk als journalist. Thuis speurt het ze internet af en verslindt een stapel boeken over kanker. Als haar bestralingen zijn afgelopen, zit ze op een ochtend achter haar computer om weer te gaan werken. In haar mailbox staat een bericht van de klassenmentor van Lisa, Coriens oudste dochter die net aan de brugklas is begonnen. De e-mail gaat over de moeder van klasgenoot Yaïr, bij wie uitgezaaide kanker is geconstateerd. Dat is ook toevallig. Als ze ernaar vraagt bij Lisa, blijkt dat nog drie andere kinderen in de klas een ouder met kanker hebben. “Ik zit in een kankerklas!” zegt Lisa.





