Het dikke alfabetboek – Frank Landsbergen

Het dikke alfabetboek gaat over letters en alles wat daarmee te maken heeft. Het is gericht op kinderen en geschreven in heldere taal. Het begint met het ontstaan van de letters die wij gebruiken: het Latijnse schrift en de historie daarvan. Wat meteen opvalt is de mooie vormgeving van het boek, met blauwe inkt, en de grappige tekeningen die Frank Landsbergen er zelf bij gemaakt heeft.

Het tweede deel gaat over klanken en letters. Hieruit heb ik geleerd wat het verschil is tussen een umlaut en een trema: een umlaut heeft invloed op hoe een letter wordt uitgesproken en een trema is een hulpmiddel bij klinkerbotsingen.

Verder lezen

De eerste priesteres – Jacqueline Zirkzee

De eerste priesteres speelt zich af in de prehistorie. Inanna groeit samen met haar tweelingbroer Eridu op in het Dorp van de Reiger, dicht bij een rivier. Hun grootmoeder is de ziener van het dorp en ze leert Inanna alles wat ze weet. Het is de bedoeling dat Inanna haar zal opvolgen, al is niet iedereen het daarmee eens. Ook Eridu heeft bijzondere gaven. Hij heeft regelmatig toevallen, waarbij hij visioenen krijgt. Zo voorspelt hij dat de rivier zal overstromen.

De vloed heeft vreselijke gevolgen: het land wordt onvruchtbaar en de dorpelingen lijden honger. Dan komen er herders langs, die op hun tochten wel vaker het dorp aandoen. Zij leven van hun vee en doen niet aan landbouw. Inanna en Eridu gaan met de herders mee. Zo begint een lange, spannende reis.

Verder lezen

Wulk – Myrte Leffring

Eerder las ik poëzie van Myrte Leffring en daarom was ik benieuwd naar haar nieuwe werk. Wulk is een combinatie van de roman Vallen en de gedichtenbundel Opstaan; twee boeken die bij elkaar in een kartonnen hoes zitten. Bij elk proza-hoofdstuk hoort een gedicht. Ik besluit om het ook zo te lezen, telkens wisselend tussen de twee boeken. Dat is niet zo praktisch, maar ik begrijp de keuze wel, want het valt meer op. Dat is ook de bedoeling van de schrijver, die het ‘een niet eerder vertoond genre-experiment’ noemt.

Hoofdpersoon Lea Noorderveen is advocaat. Ze heeft geen sociale contacten buiten haar werk. Haar jongere zus Kim heeft ze al vijftien jaar niet gezien, sinds Lea uit huis ging. Maar nu belt Kim haar ineens op en vraagt Lea om mee te gaan naar een ziekenhuisafspraak. Lea vermoedt dat Kim ernstig ziek is. Door de tijd tussen het telefoontje en de afspraak, maakt de schrijver me nieuwsgierig: wat zou er aan de hand zijn? Op een gegeven moment blader ik wat vooruit om het vast te weten, want ik word ongeduldig.

Verder lezen

Iconen – Erik Vlaminck

Vlaanderen, 1975. Een kloosterbroeder vertelt hoe hij de financiële man van een psychiatrisch ziekenhuis werd. Het duurt even voor ik begrijp dat hij zich in de je-vorm richt tot zijn moeder, die op sterven ligt en niet meer kan reageren. De monnik trad in, omdat hij het niet zag zitten om gezinshoofd te worden. Wegens gebrek aan opleiding kon hij geen priester worden. Wel had hij boekhouden geleerd op de avondschool. De kloosterorde heeft psychiatrische afdelingen onder haar hoede en zo kwam deze broeder daarmee in aanraking.

De ergste gevallen zijn te vinden in zaal 9, met mannen die het verstandelijk vermogen van een peuter niet voorbijkomen en hun eigen uitwerpselen op de muren en in de gordijnen smeren. Ze komen nooit buiten. Ze hebben vaak niet eens normale kleding. Een nieuwe jonge verpleegster pleit ervoor dat ze allemaal aangekleed worden. Zij wil met de jongens gaan wandelen. De andere personeelsleden, waaronder psychiaters, hebben het niet zo goed voor met hun patiënten. Op een gegeven moment wil een arts meewerken aan een farmaceutisch onderzoek naar een nieuw medicijn tegen schizofrenie. Niet dat deze mannen aan wanen lijden, maar de vergoeding voor de dokter is te aantrekkelijk en de meeste patiënten hebben toch geen familie meer die naar ze omkijkt. Dus dat is makkelijk geregeld.

Verder lezen

Oever – Ludwig Volbeda

Ik luister graag naar de Grote Vriendelijke Podcast over jeugdliteratuur. Sinds ik die heb ontdekt, ben ik meer kinder- en jongerenboeken gaan lezen en dat is heerlijk. Het zijn vaak verhalen die niet te lang zijn en je een goed gevoel geven. Laatst werd illustrator en schrijver Ludwig Volbeda in de podcast geïnterviewd over zijn schrijfdebuut Oever. Het was een mooi gesprek waarin de bedachtzaamheid van deze auteur de toon zette. Er werd getwijfeld over wat ze zouden verklappen over de inhoud van het verhaal en voor dit stukje aarzel ik daar ook over. Wie liever blanco in een verhaal stapt, kan daarom beter meteen naar de boekhandel lopen. Zelf vond ik het wel prettig om al iets meer te weten.

Oever is namelijk een subtiel verhaal. De hoofdpersoon is Jip, een tiener die meivakantie heeft, maar wel een huiswerkopdracht: maak een zelfportret. Dat levert een worsteling op. Jip schuift het voor zich uit en gaat liever naar buiten om insecten na te tekenen. Het boek staat vol prachtige zinnen met kleine observaties en heerlijke metaforen. Daarom probeer ik langzaam te lezen. Tegen het einde lukt dat niet meer.

Verder lezen

Rugzwemmen – Marc ter Horst

De ouders van Noor zijn klimaatactivisten. In de zomervakantie vliegen Noors vriendinnen naar de zon, maar zij heeft nog nooit een vliegtuig van binnen gezien. Deze zomer gaan ze zelfs niet naar de camping in Frankrijk, want het huis wordt geïsoleerd. Voor Noor staat een zomerkamp op het programma. Op internet ziet ze dat het een kamp is voor kinderen die hoogbegaafd of depressief zijn. Daar heeft ze dus totaal geen zin in. Maar hoe komt ze hier onderuit?

Rugzwemmen bestaat uit korte hoofdstukken en het leest lekker. De thematiek is helemaal van deze tijd, met mensen die verschillend reageren op klimaatverandering. Noor is opgegroeid zonder vlees te eten en ging als klein meisje al mee naar demonstraties. Als puber zet ze daar vraagtekens bij. Waarom zou zij allerlei dingen niet mogen vanwege het milieu, terwijl haar klasgenoten het wel doen?

Verder lezen

Hele verhalen voor een halve soldaat – Benny Lindelauf

Dit is geen oorlogsboek, ook al begint het met een broer die wordt opgeroepen om als soldaat te dienen. Hij is de oudste van zes broers, die geen namen krijgen, maar worden aangeduid met Oudstebroer, Tweede Oudstebroer, en zo verder, tot aan de Jongstebroer. Oudstebroer moet zich als eerste melden bij Wachtpost 7787 en het is de bedoeling dat hij een gift voor de oorlog meeneemt. Maar hij heeft niks te bieden. Wel zijn de broers geweldige verhalenvertellers. Dus Oudstebroer geeft aan de Wacht een verhaal.

Hele verhalen voor een halve soldaat is een raamvertelling, waarin zes verhalen worden verteld: vijf door de broers die één voor één bij de Wachtpost komen, en het laatste verhaal is van de Wacht zelf. Die vertelt over zijn jeugd. Als kind verloor hij zijn voet. Op zijn zeventiende moest hij voor het eerst de wacht houden. Dat was toen de mannen van het dorp een witte wolf gevangen hadden. Het is prachtig beschreven. Net als de andere verhalen vind ik het sprookjesachtig. Er wordt niet in getoverd, maar er gebeuren wel wonderlijke en onverklaarbare dingen.

Verder lezen

Water pakken – Kirsten van Santen

Water pakken gaat over zwemmen, het liefst buiten. Kirsten van Santen kreeg het mee vanuit haar familie en is nog steeds een waterrat. Als journalist deed ze verslag van de monstertocht van Maarten van der Weijden. Voor dit boek bezocht ze openwaterzwemmers in heel Nederland.

De zwemtochten van Kirsten met diverse enthousiastelingen vormen de basis van dit boek. Terloops vertelt ze over de geschiedenis. Nederlanders zijn bang vanouds voor water, want overstromingen bedreigen ons. In vroegere eeuwen liepen regelmatig mensen de gracht in, doordat het ’s avonds zo donker was op straat. Ze kwamen er niet meer levend uit. Pas na de Tweede Wereldoorlog kreeg elke stad een zwembad en gingen kinderen op zwemles. Tijdens de coronapandemie werd buiten zwemmen populair. Mensen zoeken rivieren en plassen op. De fanatieksten doen dat het hele jaar door, in de koudere seizoenen vaak wel met wetsuit. Kirsten komt in contact met zwemgroepjes die elkaar aanmoedigen. Ze blijven er fit bij en hebben mooie ervaringen in de natuur.

Verder lezen

Waar gezongen wordt – Shula Tas

Het debuut van Shula Tas is een mooi, klein, autobiografisch verhaal. Ze is gaan samenwonen met haar vriend en daarom is het tijd om ruimte te maken op zolder. Die staat vol met dozen met allerlei spullen van haar ouders en grootouders.

Shula studeerde zang aan het conservatorium. In die tijd moest ze ook voor haar zieke ouders zorgen, die al op leeftijd waren. Na het overlijden van eerst haar vader en toen haar moeder heeft ze niet meer gezongen. Daarin blijkt ze op haar oma te lijken. Die was ook erg muzikaal. Ze zong zelfs in het concentratiekamp. Maar daarna was ze stil.

Verder lezen

Café Dorian – Gilles van der Loo

‘Hollander, doe mij nog een biertje’ klinkt het regelmatig in Café Dorian. In de loop van de dag komen vaste gasten er binnenvallen. Gilles van der Loo beschrijft het beeldend en in het begin van het boek geniet ik van de sfeer en de mooie zinnen.

Misschien vind ik dit wel briljant, denk ik dan nog. De constructie is in elk geval opvallend. Het verhaal wordt verteld in de je-vorm door een vrouw, dus niet de schrijver zelf. Hier en daar vertelt ze iets over de korte tijd dat ze de hoofdpersoon kende. Ze raakte in verwachting en hij vertrok naar het buitenland. Tien jaar later bedenkt ze dit verhaal over de vader van haar kind. Soms droomt hij over zijn zoontje in Amsterdam. Maar de meeste tijd is hij druk aan het werk in het café.

Verder lezen