In dit boek moet je eigenlijk niet achter elkaar door lezen. Maar ik kan het niet laten om telkens drie of vier hoofdstukjes tot me te nemen, ook al maken ze stuk voor stuk indruk. Dit boek is een bundeling van artikelen uit de Volkskrant, waarin artsen en andere zorgverleners vertellen over een patiënt die ze is bijgebleven. Wetenschapsjournalist Ellen de Visser heeft ze geïnterviewd en de verhalen opgeschreven.
Allerlei specialismen komen voorbij, van oogarts tot oncoloog en van huisarts tot fysiotherapeut. Soms gaat het over een gemiste diagnose. Vaak is het een patiënt of familie die op een andere manier reageert dan de dokter verwacht. Iemand wil niet meer behandeld worden, terwijl artsen geneigd zijn om te handelen, daar zijn ze immers voor opgeleid. Een aantal keren wordt opgemerkt dat de tijden gelukkig zijn veranderd en dat dokters nu veel meer dan vroeger met de patiënt of de familie overleggen over wat nu te doen, welke behandeling juist is, of er nu ingegrepen moet worden of juist niet.
Eerder las ik poëzie van Myrte Leffring en daarom was ik benieuwd naar haar nieuwe werk. Wulk is een combinatie van de roman Vallen en de gedichtenbundel Opstaan; twee boeken die bij elkaar in een kartonnen hoes zitten. Bij elk proza-hoofdstuk hoort een gedicht. Ik besluit om het ook zo te lezen, telkens wisselend tussen de twee boeken. Dat is niet zo praktisch, maar ik begrijp de keuze wel, want het valt meer op. Dat is ook de bedoeling van de schrijver, die het ‘een niet eerder vertoond genre-experiment’ noemt.
Hoofdpersoon Lea Noorderveen is advocaat. Ze heeft geen sociale contacten buiten haar werk. Haar jongere zus Kim heeft ze al vijftien jaar niet gezien, sinds Lea uit huis ging. Maar nu belt Kim haar ineens op en vraagt Lea om mee te gaan naar een ziekenhuisafspraak. Lea vermoedt dat Kim ernstig ziek is. Door de tijd tussen het telefoontje en de afspraak, maakt de schrijver me nieuwsgierig: wat zou er aan de hand zijn? Op een gegeven moment blader ik wat vooruit om het vast te weten, want ik word ongeduldig.
Adeline heeft de leeftijd om te gaan trouwen, maar ze ziet het niet zitten om haar leven lang in dit Franse dorpje te blijven. Als ze wordt uitgehuwelijkt aan een weduwnaar, vlucht ze het bos in. Ze roept alle goden aan die ze maar verzinnen kan. Alleen de duisternis geeft antwoord en ze sluit een pact met hem. In ruil voor haar ziel blijft Addie leven en blijft ze het uiterlijk hebben van een vrouw van 23 jaar. Het bijbehorende effect is dat ze vergeten wordt door iedereen die ook maar een moment uit haar blikveld verdwijnt. Ze kan niks vastleggen. Zelfs haar eigen naam zeggen wordt onmogelijk.
Inmiddels leeft Addie LaRue al drie eeuwen op deze manier. Ze voorziet in haar levensbehoeften door te stelen. Zonder eten zal ze niet sterven, maar ze voelt wel honger. Soms brengt ze de nacht bij iemand door, die zich de volgende ochtend niet kan herinneren wie ze is. Victoria Schwab heeft het allemaal netjes uitgewerkt. Het enige wat ik onwaarschijnlijk vind is dat iemand een hele avond of zelfs een hele dag niet naar de wc gaat, want dan zal diegene Addie direct vergeten. Maar dat is ook het enige kleine minpuntje in dit fantastische verhaal. Het is meeslepend én mooi geschreven. Merel Leene heeft het vloeiend vertaald uit het Engels.
Het debuut van Shula Tas is een mooi, klein, autobiografisch verhaal. Ze is gaan samenwonen met haar vriend en daarom is het tijd om ruimte te maken op zolder. Die staat vol met dozen met allerlei spullen van haar ouders en grootouders.
Shula studeerde zang aan het conservatorium. In die tijd moest ze ook voor haar zieke ouders zorgen, die al op leeftijd waren. Na het overlijden van eerst haar vader en toen haar moeder heeft ze niet meer gezongen. Daarin blijkt ze op haar oma te lijken. Die was ook erg muzikaal. Ze zong zelfs in het concentratiekamp. Maar daarna was ze stil.
Na de dood van haar geliefde Daniel(le) de Koster wil Jodie nog meer over haar weten. In dit boek vertelt Jodie het verhaal van Daniel: over hoe ze samen stichting Lucille oprichten om mensen te helpen die een diagnose zoeken maar niet verderkomen bij hun arts, over de geliefdes die Daniel had voor Jodie, en over Daniels werk bij een organisatie voor mensen met HIV. Het geeft een uitgebreid beeld van deze bijzondere vrouw, in bijna zeshonderd bladzijden. En toch weet Hanna Bervoets me steeds te boeien.
Maar vlak voor ik ophing, die ochtend na Daniels overlijden, hoorde ik mijn moeder alsnog een geluid voortbrengen. Het was iets tussen een diepe zucht en een jammerkreet in en ik geloof niet eens voor mij bedoeld, maar die droevige kreun zou de rest van de dag hier in huis blijven hangen, bijval krijgen van de brommende koelkast, de ruisende verwarmingsbuizen en de huilende geiser.
Twee Vlaamse zussen wonen samen in hun ouderlijk huis. Hun vader was notaris en hij overleed terwijl beide dochters nog ongehuwd waren. Inmiddels is Georgine 20 jaar en Marie al 30 jaar oud. Verschillende personen uit het dorp zouden wellicht geschikt zijn als huwelijkspartner, waaronder de jonge notaris die hun vader heeft opgevolgd en gebruik mag maken van zijn werkkamer. De overbuurman Luc Hancq trekt echter de meeste aandacht van de dames. Hij komt regelmatig bij ze langs. Zijn huwelijkse staat weerhoudt hem er niet van om oog te hebben voor vrouwelijk schoon.
Virginie Loveling beschrijft dit alles in mooie Vlaamse zinnen van meer dan een eeuw geleden. Een revolverschot wordt haar beste roman genoemd. Het werd voor het eerst uitgegeven in 1911. Annelies Verbeke heeft de spelling gemoderniseerd en een aantal woorden van voetnoten voorzien, waar door het gemakkelijker te lezen is voor wie nu leeft. Het vraagt nog steeds iets meer dan gemiddeld van de lezer, maar ik vind het goed te doen en geniet van de taal. Soms zijn de zinnen wel erg lang of ik begrijp een woord niet helemaal, maar het verloop van het verhaal is prima te volgen.
De sfeer wisselt gedurende het boek. Er is veel drama, maar er zijn ook idyllische stukjes bij, waarin de dorpse natuur wordt beschreven. Dan gaat het bijvoorbeeld over zingende vogels. Het kan letterlijk bedoeld zijn, maar ook symbolisch.
De figuurlijke zon was opgegaan en blonk in goud van morgengloren over het spiegelvlak van Marie’s innerste wezen, er de blauwe hemel en de laatste verdampende nevelwolkjes van twijfel in weerkaatsend.
Na de dood van de vrouw van Luc Hancq hoopt de oudste zus met hem te kunnen trouwen. Tijdens een dromerige scène kust Luc haar en Marie vat hun gesprek zo op dat hij zich met haar wil verloven. Als lezer meen ik echter dat hij dit helemaal niet zo bedoelt. Later bekent Georgine aan Marie dat ze ook op Luc valt en eveneens in de veronderstelling is dat ze zich binnenkort zullen verloven. Voor de zussen is dit een grote ontdekking, terwijl vanaf het begin van het boek al duidelijk is dat ze op dezelfde man vallen. Het heeft grote gevolgen en het verhaal wordt nog spannender dan het al was!
Een revolverschot is een goed boek, dat je meeneemt naar een andere tijd. Het is terecht dat deze klassieker weer onder de aandacht is gebracht.
Luister ook naar de aflevering over dit boek van de podcast Fixdit, over klassiekers van vrouwelijke schrijvers.
Simon is kapper, net als zijn vader en zijn opa. Die vader heeft hij echter nooit gekend, omdat die is omgekomen bij het vliegtuigongeluk op Tenerife in 1977. Simons opa komt regelmatig langs in de kapperszaak. Ze kunnen het goed met elkaar vinden.
Simons moeder noemt hem indolent: niet actief. Zelf is ze heel anders. Elke zaterdag begeleidt ze mensen met een beperking in het zwembad. Als haar collega daar vertrekt naar een zonnig eiland, moet Simon invallen. Hij moet nogal wennen aan de omgangsvormen van de zwemmers. Nouja, eigenlijk kan er maar eentje echt zwemmen. De anderen poedelen wat rond en meppen elkaar met flexibeams, van die kunststof staven. Er is een jongen bij die er knap uitziet, maar niet kan praten. Simon fantaseert over hem.
Bij Argentijnse literatuur denk ik aan magisch realisme, met geesten en bovennatuurlijke gebeurtenissen. Ook in De gevaren van roken in bed is dit de rode draad. Het boek bevat twaalf verhalen. Het titelverhaal is het kortste met zes pagina’s. Het gaat over een vrouw die rookt in bed, ook nadat een buurvrouw hierdoor is overleden, omdat haar sigaret voor brand zorgde.
Het langste verhaal telt vijftig bladzijden en gaat over verdwenen kinderen in Buenos Aires. Op een dag komt een heel aantal kinderen terug, maar er is iets vreemds aan de hand. Ze zijn namelijk niets veranderd: ze zijn niet ouder geworden en dragen nog dezelfde kleding als op de dag van hun verdwijning. Ouders weten niet wat ze ermee aan moeten en de kinderen gaan bij elkaar in een verlaten gebouw zitten. Het is vooral een bizar verhaal, maar het verdriet van de families schemert erin door.
Missie afbreken is het langverwachte derde deel van de trilogie over Ties en zijn vriend Gozert. Anderhalf jaar geleden was ik positief verrast over de eerste twee delen. In dit afsluitende boek staat Gozert zelf centraal. Hierdoor krijgt de lezer een andere kant van hem te zien.
Op het eerste gezicht is Gozert net zo’n stuiterbal als schrijver Pieter Koolwijk zelf. Hij vliegt door de lucht in wisselende outfits en laat daarbij sporen van allerlei kleuren achter. Dat is ook te zien in de prachtige tekeningen van Linde Faas.
Gozert is geen gewone jongen. Maar wat is hij dan wel? Dat begint hij zich steeds meer af te vragen, omdat Ties vaker met andere vrienden bezig is en minder aandacht heeft voor Gozert. Op een gegeven moment merkt Ties wel dat Gozert steeds doorzichtiger wordt.
Hidde heeft mot met zijn broer Jeppe. Die krijgt een drumstel en dat wil hij in de kelder zetten. Maar de kelder is van Hidde, die daar een lab met insecten heeft ingericht. Het staat vol met glazen bakken met allerlei diertjes: krekels, kevers, vlinders… Hidde wil dat niet opgeven en Jeppe is vastbesloten dat het nu zijn beurt is om gebruik te maken van de kelder.
Simon van der Geest vertelt dit verhaal in een dagboekvorm, wat goed werkt. Leuk zijn de tekeningen van Karst-Janneke Rogaar, die er echt uitzien zoals een jongen uit groep acht zou kunnen maken. Meestal zijn de insecten door Hidde afgebeeld en soms een plattegrond om de situatie van het verhaal te ondersteunen. Het is een echt jongensboek, maar er komen ook giechelende meisjes voorbij.