Als de winter voorbij is – Thomas Verbogt

Thomas Verbogt stond al een hele tijd ongelezen op mijn boekenlijst, vooral na enthousiaste verhalen van een paar twitteraars. Ik was dan ook blij verrast toen zijn nieuwste boek Als de winter voorbij is op de agenda van Een perfecte dag voor literatuur bleek te staan. Met hoge verwachtingen begon ik aan dit boek.

Meteen op de eerste bladzijde begrijp ik waarom deze schrijver zulke grote fans heeft: hij schrijft prachtig. In korte zinnen worden grote gedachten verwoord. Ik probeer langzaam en aandachtig te lezen.

Als-de-winter-voorbij-is-Thomas-Verbogt-LR-192x300

Verder lezen

Visser – Rob van Essen

De verhalenbundel Hier wonen ook mensen van Rob van Essen vond ik helemaal geweldig. Daarom had ik veel zin om zijn roman Visser te gaan lezen en ik leende het als e-book van de bieb. Daardoor zie ik pas bij het schrijven van deze blogpost hoe saai de voorkant is… dat laat misschien al zien dat dit boek moeilijk te duiden is.

Jacob Visser is leraar geschiedenis. Op een dag geeft hij les over de Tweede Wereldoorlog en voor hij het weet staat hij voor de klas te filosoferen over het geweten van kampbeulen. Hij bedenkt dat “mensen zonder geweten het beste af zijn, omdat die tegenover zichzelf geen verantwoording over hun daden hoeven af te leggen en niet bij voorbaat van bepaalde handelingen af hoeven te zien enzo.” Een paar dagen later belt een oude vriend van hem op, waarvan de kinderen bij Jacob in de klas zitten. Die vriend is journalist bij de plaatselijke krant. Zijn kinderen hebben tijdens het avondeten verteld over de ideeën van Visser, maar dat een beetje aangedikt: meneer Visser zou het liefst bewaker in een concentratiekamp zijn geweest. Daarop wordt Jacob geschorst. Verder lezen

Het Oostblokboek

cover

Dit is nu echt een boek om aan ‘armchair travelling’ te doen! Het Oostblokboek neemt je mee naar tien Europese landen uit het voormalige Oostblok, waar het communisme in de twintigste eeuw veel sporen heeft nagelaten. Op elke bladzijde staat een foto van een monument of een bijzondere plek met een bespreking erbij. Ook staat het adres aangegeven, met een waardering in sterren: vijf betekent ‘midden in het stadscentrum’ en één ster staat voor ‘succes met zoeken’. Gelukkig komt die laatste categorie slechts twee keer voor (als ik goed heb geteld) en is het boek ook goed te gebruiken voor wie echt op reis wil.

Verder lezen

The bone clocks – David Mitchell

The bone clocks (in het Nederlands: Tijdmeters) gaat over het leven van Holly Sykes. In 1984 is ze zestien jaar en loopt van huis weg. Onderweg beleeft ze vreemde avonturen. Ik raak meteen aan Holly verknocht en ben een beetje teleurgesteld als ik merk dat het boek uit zes delen bestaat, met telkens een andere hoofdpersoon. Gelukkig komt Holly in elk hoofdstuk terug, want de hoofdpersonen zijn nauw met haar leven verbonden, althans in de beschreven periode. Verder lezen

Vingers van marsepein – Rascha Peper

Een paar jaar geleden was Vingers van marsepein mijn favoriete boek en ik heb het dan ook een aantal keer cadeau gegeven. Ik besloot om het nu nog een keer te lezen en dat was best spannend: zou ik het weer net zo goed vinden als toen?  Er was immers ook iemand die me vertelde dat ze er niet doorheen kwam.

Het boek begint in het jaar 1704 met Bregtje, een meisje van 10 jaar dat in Amsterdam op de Bloemgracht woont. Ze is als enige van haar gezin niet overleden aan de hete koorts. Haar oom en tante hebben haar liefdevol opgenomen in hun gezin. In huis wonen naast de familie ook een aantal bediendes, die altijd wel een klusje voor Bregtje hebben. Maar het liefste zit ze bij haar oom Frederik Ruysch in zijn kabinet, waar hij dode dieren en lichaamsdelen van mensen prepareert. De dieren worden opgezet en de lichaamsdelen in potten met sterk water gezet, om ze te gebruiken voor anatomische lessen. Frederik Ruysch kon dit als geen ander: hij wist de lichaamsdelen zo te bewerken dat ze er levensecht uitzagen, vandaar ook de titel van het boek. Op een dag komt er wel een heel bijzonder dier in huis, of eigenlijk bij huis: de neushoorn is zo groot dat hij in de tuin moet blijven. Bregtje is gefascineerd door het dier en praat er in gedachten mee.

1001004006531873

Het verhaal van Bregtje wordt afgewisseld met dat van Benjamin, die ook 10 jaar is en op de Bloemgracht woont, maar dan in de 21ste eeuw. Als zijn vader voor een congres naar Sint-Petersburg gaat, mag hij mee om zijn herfstvakantie daar te vieren. In het museum de Kunstkamera bewondert hij de preparaten van Frederik Ruysch, die door Peter de Grote naar Rusland zijn meegenomen. Net als Bregtje vindt hij de misvormde baby’s op sterk water niet eng, maar is hij erdoor gefascineerd. Hij vindt het helemaal mooi als hij ontdekt dat Frederik Ruysch zijn overbuurman van 300 jaar geleden was.

Het eerste hoofdstuk vond ik wat verwarrend en ik moest even doorzetten, maar al snel kwamen de beelden van Bregtje en Ben weer naar boven. Ik houd erg van de schrijfstijl van Rascha Peper, want het leest makkelijk. Toch is het geen kinderboek, gezien de woordkeus. In de stukken over Bregtje worden nogal wat historische woorden gebruikt. Ik vind het wel mooi dat het taalgebruik verschillend is in de hoofdstukken van Bregtje en Ben. Het afwisselen van hoofdpersonen werkt altijd goed en het heeft hier ook echt een functie. Bregtje en Ben vertonen op het eerste gezicht al overeenkomsten, maar als je goed oplet vind je er nog meer. Ze krijgen allebei met een neushoorn te maken, ze hebben allebei een broertje of zusje verloren en ze doen allebei impulsieve dingen waar ze later een beetje spijt van krijgen…

Toevallig hoorde ik tijdens het lezen van dit boek op de radio een concert van Collegium 1704 op het festival oude muziek, met prachtige barokmuziek. Zou Bregtje zulke muziek weleens gehoord hebben? In het boek wordt het niet genoemd en in die tijd waren er maar weinig mensen zo rijk dat ze van live muziek konden genieten. Toch vond ik het mooi om een verhaal uit 1704 lezen met muziek uit dezelfde tijd op de achtergrond.

Leeuwenstrijd – Thomas van Aalten

leeuwenstrijd

In Leeuwenstrijd vertelt Thomas van Aalten het verhaal van vier generaties vaders en zonen. Zo omvat het boek een hele eeuw Nederlandse geschiedenis. Opa Gino emigreerde met zijn ouders van uit Italië naar Limburg, waar zijn vader in de mijnen ging werken. Gino zelf belandde in een fabriek, maar wilde daar niet zijn hele leven slijten en vertrok naar de andere kant van het land om daar te gaan werken. Na de Tweede Wereldoorlog trouwde hij en kreeg drie zonen, waaronder Eduard. Hij en zijn vrouw Hetty waren in de jaren ’60 echte provo’s, die activiteiten organiseerden in het buurthuis en meeliepen met demonstraties tegen kernwapens. Eduard en Hetty kregen zoon Salvador. Zijn verhaal neemt minder ruimte in beslag en speelt in het heden, waarin hij beseft dat hij meer tijd wil doorbrengen met zijn zoon Luca. Die is een maatschappelijk betrokken puber van 14 jaar, die mee wil doen met de Occupy-beweging.

Het leeuwenpak vormt de rode draad door de generaties heen, wat een originele vondst is. Opa Gino had een bijbaantje bij een circus als leeuw. Hij werd in het leeuwenpak het land uit gesmokkeld om te vluchten voor de oorlog. Het pak belandt op zolder, maar wordt af en toe weer tevoorschijn gehaald voor gekke acties, bijvoorbeeld door Luca die een vervelende klasgenoot de stuipen op het lijf jaagt als leeuw.

Bij het begin van elk hoofdstuk wordt een sprong in tijd en ik-persoon gemaakt. De wisseling tussen generaties is leuk, maar ook een nadeel, juist omdat elke persoon me meesleepte in zijn verhaal en de sfeer van elke tijd zo goed wordt weergegeven. Zat ik net te lezen over opa Gino, die tijdens de oorlog in Amerika zijn toekomstige vrouw leerde kennen, was het hoofdstuk ineens afgelopen en sprong het verhaal weer naar Luca in deze eeuw. Ik had even de neiging om stiekem verder te bladeren naar het volgende deel van de eerste generatie, maar ach, Luca is ook leuk, dus heb ik het toch maar gewoon op volgorde gelezen. Vervolgens duurde het wel honderd bladzijden tot het verhaal van opa Gino weer verder ging en moest ik weer stiekem teruglezen waar ik ook alweer was gebleven. Dus misschien had ik het toch liever in chronologische volgorde gelezen.

Het boek gaat over vaders en zonen die ondanks meningsverschillen en ruzies toch altijd weer bij elkaar komen, vanwege de onverbrekelijke familieband. De meningsverschillen gaan vaak over hun uiteenlopende politieke opvattingen en de gevolgen daarvan. Sommige van deze stukken vond ik wat lastiger te volgen. Maar afgezien van dat kwam ik goed door het boek heen, want het is vlot geschreven. De stamboom voorin vond ik ook erg handig. Thomas van Aalten twitterde dan ook: ‘Een boek voor alle mensen, ik kan het niet vaak genoeg benadrukken!’

Dit boek heb ik gelezen in het kader van de boekenclub ‘Een perfecte dag voor literatuur’. Klik om te lezen wat andere bloggers hier vandaag over hebben geschreven.

Het liefdesleven van Nathaniel P. – Adelle Waldman

Nathaniel Piven, oftewel Nate, is begin dertig. Hij leeft echter nog als een student, in een aftands appartement dat hij zelden schoonmaakt (de gedetailleerde beschrijvingen hiervan zijn echt goor) en als hij boodschappen doet koopt hij alleen bier en pizza. Hij is zelfs te lui om koffie te kopen. Hij vloekt af en toe flink (wat ik liever niet zie in een boek). Nate is freelance schrijver en hij discussieert graag over de onderwerpen waar hij over schrijft, maar mij boeien ze niet: het gaat vooral over politiek en filosofie. Nate heeft een paar vriendinnen gehad. Hij wil geen serieuze relatie, maar hij heeft wel regelmatig afspraakjes met vrouwen en gaat ermee naar bed. Toen ik net was begonnen aan dit boek, dacht ik al: waarom wilde ik dit ook alweer lezen? Nate komt niet sympathiek op mij over en ik kan me ook totaal niet in hem inleven.

Het liefdesleven van Nathaniel P_LR

Het uitgebreid analyseren van relaties vind ik iets typisch vrouwelijks. Zoals Adelle Waldman het beschrijft vind ik het echt niet geloofwaardig overkomen. Op een gegeven moment beschrijft ze een etentje van Nate met een goede vriendin van hem. Zij wil het uitgebreid over zijn dategedrag hebben. Nate wil daar niet teveel woorden aan vuil maken, omdat hij vindt dat het leven niet alleen daarom draait. Terwijl het boek juist helemaal daarover gaat! Blijkbaar sluit de beschrijving van de schrijfster niet aan bij de gedachtes van Nate óf hij wil zich anders voordoen dan hij werkelijk is.

De schrijfstijl van Adelle Waldman is niet bijzonder meeslepend of mooi. Bovendien blijf ik moeite houden met vertalingen uit het Engels, al is deze vertaling aardig goed. Wat me opviel is dat de vertaler niet consequent is in het onvertaald laten van bepaalde Engelse termen. Zo vertaalt ze ‘pin-upmeisje’ voor de helft, maar bubblegum en sexappeal blijven staan in het Engels. Omdat ik het boek wel een kans wilde geven, heb ik een paar hoofdstukken in het Engels gelezen. Helaas kon het me maar niet boeien en daarom heb ik na bijna de helft van het boek besloten om niet verder te lezen.

Ik vind Nate een sukkel, zijn liefdesleven is niet interessant en de onderwerpen waar hij over praat en schrijft vind ik saai. Toch schijnt het boek in Amerika wel populair te zijn. Daarom ben ik wel benieuwd naar de meningen van de andere bloggers van Not just any book.