Alex Boogers stond al langere tijd dikgedrukt op mijn boekenlijst, want ik had al veel positieve reacties op zijn werk gelezen. Daarom wilde ik graag zijn dikke nieuwe boek Alleen met de goden lezen, dat door sommigen aangekondigd werd als zijn magnum opus. Het is een autobiografisch getint coming-of-age-verhaal.
Aan het begin van het boek zit hoofdpersoon Aaron Bachman nog op de basisschool. Op een dag krijgt Aarons vader ruzie met een man die bij hen aan de deur komt. Hij wordt boos en slaat de man zo hard dat hij komt te overlijden. Aarons vader belandt in de gevangenis. Ze hadden het al niet zo breed thuis, maar nu stapelen de rekeningen zich op en het ene gat wordt met het andere gedicht. Aarons moeder is wanhopig en kookt niet meer voor haar zoon. Als hij durft te zeggen dat hij honger heeft, drukt ze hem weleens vijf euro in z’n hand voor een patatje. Aaron hangt veel op straat rond, bijvoorbeeld met zijn buurjongen Gerald. Die wordt gepest op school, omdat hij zwart is. Aaron vindt dat onbegrijpelijk en wil voor zijn vriend opkomen, terwijl Gerald liever niet terugvecht. Verder lezen


In 1966 wordt een meisje met rood haar verliefd op de frontman van een band. Zo begint Muze. Het tweede hoofdstuk gaat over het huwelijk van het meisje met haar gitarist. Dertig jaar later overkomt hun dochter hetzelfde: ze valt als een blok voor de knappe gitarist van een soulband uit New York. Daar gaat de rest van het boek over. Door deze constructie kreeg ik het gevoel drie keer opnieuw te beginnen in het boek, maar achteraf gezien vind ik het erg mooi gekozen.
