Na de onafhankelijkheidsoorlog van 1971 hopen Maya en Sohail met hun moeder Rehana dat hun nieuwe land Bangladesh een democratie zal worden. Het loopt echter uit op een dictatuur. De hoofdstukken van Een deugdzaam man (vertaling van The good muslim) spelen zich afwisselend af vlak na de oorlog en in de jaren ’80. Sohail komt als soldaat levend terug uit de oorlog, maar hij zal niet meer de oude worden. Hij heeft veel ellende gezien en één van zijn beste vrienden is gestorven. Hij verandert van een vrolijke student in een serieuze, strenggelovige man. Hij verbrandt zelfs al zijn boeken, terwijl die hem zo dierbaar waren. Maar hij gelooft nu dat er nog maar Eén telt en dat is Allah. Er is dus ook maar één boek en dat is de Koran. Verder lezen
literatuur
Efter – Hanna Bervoets
Als je verliefd bent, functioneer je niet meer normaal. Je denkt alleen nog maar aan je geliefde, kan je nergens anders op concentreren en kunt bijna niet meer eten. Soms kan het tot iets moois leiden, maar vaker is het totaal onpraktisch. Het zou dan handig zijn als er een behandeling tegen bestond. In het nieuwste boek van Hanna Bervoets is dat het geval. Ze liet zich inspireren door de nieuwste uitgave van de DSM: het classificatiesysteem voor psychiatrische aandoeningen. In de DSM-V zijn nieuwe ziektes opgenomen, zoals gameverslaving. Hanna constateerde dat de beschrijving van ‘obsessive compulsive disorder’ erg doet denken aan verliefdheid en daar was het idee voor haar nieuwe roman.
De wereld als markt en strijd – Michel Houellebecq
Omdat we deze maand samen met een paar boekbloggers Franse boeken lezen, koos ik voor een boek van Michel Houellebecq. De wereld als markt en strijd was zijn romandebuut, waardoor Houellebecq in één klap beroemd werd, zonder dat er enige reclame voor was gemaakt. In de Franse literaire wereld deed het veel stof opwaaien, omdat men het zo’n merkwaardig boek vond.
Gloria in excelsis Deo – Miek Smilde
“Word geen ambtenares, dan word je ontslagen als je trouwt,” kreeg Anna van haar vader te horen. Hij was zelf boomkweker, maar Anna mocht studeren. Het werd rechten in Leiden. Ze trouwde met gynaecoloog Maurits. Het jonge stel moest een paar jaar wachten op hun eerste dochter, maar daarna volgden er nog vijf. Anna bleef gewoon doorwerken als advocaat, wat niet gebruikelijk was in de jaren ’60. Ze komt over als een zakelijke vrouw, ook tegenover haar kinderen. Maar ook een sterke vrouw heeft gevoel.
Gloria in excelsis Deo begint met de geboorte van de zesde dochter, Elke. Vlak na de geboorte is al duidelijk dat ze anders is: ze heeft het syndroom van Down. “Hier begon hun zwijgen,” staat er over Anna en Maurits. Elke is een slappe pop, die nergens op reageert en zich vreselijk traag ontwikkelt. Ze leert niet lopen en haar spraak blijft beperkt tot een langgerekte ‘oooooo’. Anna bekent alleen aan haar goede vriendin Thérèse dat ze niet van Elke houdt. Die antwoordt dat voor haar dochter zorgen al genoeg is. Maar het is loodzwaar voor Anna. Maurits ziet dat. De liefde voor zijn vrouw brengt hem tot een zware beslissing.
Misschien wel niet – Jannah Loontjens
Misschien wel niet gaat over Mascha, bacterioloog, moeder van Oscar en Bobby, vrouw van Tom. Maar liever wil ze zo niet beschreven worden. Ze is Mascha, punt. Tom denkt dat Mascha depressief is, maar zelf voelt ze zich gewoon moe. Haar leven is saai geworden: ze kan al voorspellen wat Tom gaat zeggen, ook al gaat het over een onderwerp waar ze het nog niet eerder over hebben gehad. Op een dag breekt ze haar elleboog, doordat ze met Oscar op de fiets een zeppelin achternagaat. De mitella vindt ze een mooi excuus om dingen niet te doen. Toch gaan de meeste dingen gewoon door: voor de kinderen zorgen, werken en feesten met haar vrienden. Wat wel spannend is, zijn de gesprekjes die Mascha op Facebook voert met Rafiq, een jonge Marokkaan die zegt dat hij in New York woont. De chats worden steeds pikanter. Mascha vindt het ene moment dat het geen kwaad kan, maar een andere keer twijfelt ze wel waar de grens ligt. Wanneer heet het vreemdgaan? Ondertussen heeft ze het vermoeden dat Tom vreemdgaat met Susan, één van hun goede vrienden.
Tom is filosoof, net als schrijfster Jannah Loontjens. Op driekwart van het boek houdt Tom een lezing over online leven: “We zijn met onze gedachten vaak niet ‘hier’ maar online.” Dat herken ik wel: tijdens vergaderingen zitten mensen openlijk op hun telefoon hun mail te checken. Maar als ik een boek zou gaan zitten lezen, zou men dat vast heel onbeleefd vinden. “Moeten we niet meer nadenken over technologische ontwikkelingen in plaats van ons zomaar mee te laten slepen?” Dit is natuurlijk niet nieuw. Al sinds de industriële revolutie roepen filosofen dat we moeten nadenken voordat we een nieuwe techniek gaan gebruiken. In de praktijk gebeurt dat zelden. Wel zie ik om mij heen dat mensen nadenken over hun eigen mediagebruik. Regelmatig besluit iemand om bewust minder televisie te gaan kijken, een tijdje niet te twitteren of van Facebook af te gaan.
Tot aan de lezing van Tom viel het mij niet speciaal op dat Mascha vaak met haar telefoon of met Facebook bezig is. Aan de andere kant is het mij weleens opgevallen dat sommige schrijvers net doen alsof het internet niet bestaat, ook al speelt hun verhaal in het heden. Maakt dat hun boeken tijdloos, langer houdbaar? Of zou het op den duur heel vreemd overkomen om dat totaal te negeren?
Mascha – ik lees haar gedachten, maar ze gaat niet leven voor mij. Misschien soms, in de groentewinkel bij Mehmet. Of als het over haar zoontjes gaat. Maar die feestjes… ik vraag me af of hoogopgeleide volwassen mensen met kinderen echt zulke feestjes met veel drank en coke en seks geven. Ik kan het me maar moeilijk voorstellen. Misschien is dat naïef, maar dat houd ik dan liever zo. Jannah Loontjens schrijft goed en het boek leest lekker. Sommige filosofische stukken vond ik wel interessant. Maar ik had dit boek ook makkelijk halverwege een paar dagen kunnen laten liggen, zonder dat ik eraan moest denken. Terwijl ik meestal vaak aan mijn boeken denk, bijvoorbeeld tijdens mijn werk of op de fiets. Het kostte geen moeite om het uit te lezen, maar ik zal het ook weer snel vergeten.
Dit boek heb ik gelezen in het kader van de boekenclub ‘Een perfecte dag voor literatuur’. Klik om te lezen wat andere bloggers hier vandaag over hebben geschreven.
Vingers van marsepein – Rascha Peper
Een paar jaar geleden was Vingers van marsepein mijn favoriete boek en ik heb het dan ook een aantal keer cadeau gegeven. Ik besloot om het nu nog een keer te lezen en dat was best spannend: zou ik het weer net zo goed vinden als toen? Er was immers ook iemand die me vertelde dat ze er niet doorheen kwam.
Het boek begint in het jaar 1704 met Bregtje, een meisje van 10 jaar dat in Amsterdam op de Bloemgracht woont. Ze is als enige van haar gezin niet overleden aan de hete koorts. Haar oom en tante hebben haar liefdevol opgenomen in hun gezin. In huis wonen naast de familie ook een aantal bediendes, die altijd wel een klusje voor Bregtje hebben. Maar het liefste zit ze bij haar oom Frederik Ruysch in zijn kabinet, waar hij dode dieren en lichaamsdelen van mensen prepareert. De dieren worden opgezet en de lichaamsdelen in potten met sterk water gezet, om ze te gebruiken voor anatomische lessen. Frederik Ruysch kon dit als geen ander: hij wist de lichaamsdelen zo te bewerken dat ze er levensecht uitzagen, vandaar ook de titel van het boek. Op een dag komt er wel een heel bijzonder dier in huis, of eigenlijk bij huis: de neushoorn is zo groot dat hij in de tuin moet blijven. Bregtje is gefascineerd door het dier en praat er in gedachten mee.

Het verhaal van Bregtje wordt afgewisseld met dat van Benjamin, die ook 10 jaar is en op de Bloemgracht woont, maar dan in de 21ste eeuw. Als zijn vader voor een congres naar Sint-Petersburg gaat, mag hij mee om zijn herfstvakantie daar te vieren. In het museum de Kunstkamera bewondert hij de preparaten van Frederik Ruysch, die door Peter de Grote naar Rusland zijn meegenomen. Net als Bregtje vindt hij de misvormde baby’s op sterk water niet eng, maar is hij erdoor gefascineerd. Hij vindt het helemaal mooi als hij ontdekt dat Frederik Ruysch zijn overbuurman van 300 jaar geleden was.
Het eerste hoofdstuk vond ik wat verwarrend en ik moest even doorzetten, maar al snel kwamen de beelden van Bregtje en Ben weer naar boven. Ik houd erg van de schrijfstijl van Rascha Peper, want het leest makkelijk. Toch is het geen kinderboek, gezien de woordkeus. In de stukken over Bregtje worden nogal wat historische woorden gebruikt. Ik vind het wel mooi dat het taalgebruik verschillend is in de hoofdstukken van Bregtje en Ben. Het afwisselen van hoofdpersonen werkt altijd goed en het heeft hier ook echt een functie. Bregtje en Ben vertonen op het eerste gezicht al overeenkomsten, maar als je goed oplet vind je er nog meer. Ze krijgen allebei met een neushoorn te maken, ze hebben allebei een broertje of zusje verloren en ze doen allebei impulsieve dingen waar ze later een beetje spijt van krijgen…
Toevallig hoorde ik tijdens het lezen van dit boek op de radio een concert van Collegium 1704 op het festival oude muziek, met prachtige barokmuziek. Zou Bregtje zulke muziek weleens gehoord hebben? In het boek wordt het niet genoemd en in die tijd waren er maar weinig mensen zo rijk dat ze van live muziek konden genieten. Toch vond ik het mooi om een verhaal uit 1704 lezen met muziek uit dezelfde tijd op de achtergrond.
Leesreis om de wereld: Bangladesh
Bangladesh is een arm land waar vaak overstromingen zijn. Dat was het enige wat ik ervan wist. In A golden age van Tahmima Anam worden armoede en overstromingen wel genoemd, maar het gaat vooral over de oorlog waardoor Bangladesh in 1971 onafhankelijk werd van Pakistan. Als je op de kaart kijkt, zie je dat Pakistan helemaal niet grenst aan Bangladesh: het noorden van India ligt er tussenin. Toch heette Bangladesh ooit Oost-Pakistan.
Als ik de liefde niet heb – Eva van Esch
Het eerste verhaal in deze bundel maakt meteen indruk. Een jonge vrouw moet haar geliefde begraven. Bij de uitvaart zijn twee onbekende dames aanwezig die zij meteen classificeert als minnaressen van haar overleden man. De gevoelens van de vrouw worden niet expliciet gemaakt, maar komen toch vlijmscherp binnen. Ik voel de pijn met haar mee en zie de taferelen zo voor me. Ook bij het tweede verhaal zie ik het helemaal voor me gebeuren. Deze keer gaat het over schoonzussen, waarbij de concurrentie en het venijn er vanaf spatten. Het zijn typische vrouwenverhalen en daardoor totaal anders dan de vorige verhalenbundel die ik las, van Etgar Keret.
Er zijn ook verhalen waarin de ik-persoon een man is, dan moet ik even omschakelen. Dat kost moeite. De verhalen met een vrouwelijke hoofdpersoon lijken beter te kloppen. De typische hoofdpersoon is een jonge vrouw die totaal anders in het leven staat dan ik. Dat maakt het interessant, want ik vind het boeiend om in de gedachten te kruipen van iemand die heel anders denkt. Het is één van de belangrijkste redenen dat ik graag boeken lees. Ik greep dan ook steeds weer naar dit boek om dan een paar verhalen achter elkaar te lezen.
Terugkerende elementen zijn seks, vreemdgaan en oudere mannen. Daarom denk ik dat deze verhalen goed zouden passen in een damestijdschrift, zoals Flair, Viva of Linda. Ze zijn wel van een hoger literair niveau dan wat je doorgaans in die bladen tegenkomt. Bovendien zijn dit geen feel-good verhalen. Ze gaan vooral over de imperfectie van liefdesrelaties en de twijfels die daarbij horen.
Ik vind het een goed idee om voor een eerste verhalenbundel een thema te kiezen, maar Eva van Esch kan vast ook prima over andere onderwerpen schrijven. Ik ben benieuwd hoe dat uitpakt en hoop dan ook dat het niet bij dit debuut zal blijven.
Karakter – F. Bordewijk
Ik hoor mijn lerares Nederlands nog enthousiast vertellen over Katadreuffe, de hoofdpersoon van Karakter. Toch heb ik indertijd gekozen voor Bint, waarin Bordewijk over een leraar schrijft. Toen een vriendin haar boekenkast aan het opruimen was, kreeg ik een oud exemplaar van Karakter van haar uit 1953, dat is vijftien jaar nadat het voor het eerst was uitgegeven. Inmiddels stond het alweer een tijdje in mijn kast… totdat Sandra besloot om in augustus met een heleboel bloggers klassieke literatuur te gaan lezen. Dat leek mij een goede gelegenheid om dit boek eindelijk eens te gaan lezen. Verder lezen
Tonio – A.F.Th. van der Heijden
Laatst kreeg ik een overlijdensbericht van iemand die ik lang had gekend. In de uren erna kwamen vanzelf allerlei herinneringen aan haar naar boven. Ik besloot om ze op te schrijven en naar de nabestaanden te sturen, zodat ze het wellicht ooit konden lezen, maar ook omdat ik zelf mijn gedachten kwijt wilde aan het papier. Op zo’n moment lijkt de wereld even stil te staan.
Hetzelfde gebeurt bij schrijver Adri van der Heijden, maar dan in het groot. Op een mooie Pinkstermorgen staan twee agenten voor de deur van Adri en zijn vrouw Mirjam, met het bericht dat hun enige zoon Tonio na een verkeersongeluk in kritieke toestand is opgenomen in het AMC. Adri’s gedachten gaan terug naar de dag dat Tonio geboren werd en de periode daarvoor, waarin hij zijn vrouw leerde kennen en hij zijn kinderwens naar haar uitte. Hij beschrijft dit alles uitgebreid, afgewisseld met korte scènes in het ziekenhuis. Na Tonio’s overlijden gaat het verder met allerlei herinneringen, die worden afgewisseld met beschrijvingen van het vreselijke verdriet dat zijn ouders nu hebben.
Van der Heijden heeft een prachtige schrijfstijl met veel details, zonder de vaart uit het verhaal te halen. De beschrijvingen van Tonio’s leven zijn haast idyllisch. Hij lijkt de ideale zoon: altijd vrolijk, nooit ruzie, iedereen noemt hem “zo’n lieve jongen”. Niet dat dit ongeloofwaardig overkomt. Ik zie hem zo voor me. Als ik op het station loop, vallen mensen van Tonio’s leeftijd me op. Het zou me niets verbazen als ik hem zou tegenkomen. Oh nee, dat kan niet, hij is dood. Wat een verdriet… Ik kan me er natuurlijk niets bij voorstellen, want ik heb zelf geen kinderen. Waarschijnlijk is het verliezen van je kind pijnlijker dan de dood van wie dan ook in je omgeving. Dat blijkt ook wel uit de verpletterende uitwerking die het overlijden van Tonio op zijn ouders heeft. Ze komen bijna de deur niet meer uit en drogeren zichzelf met valium en alcohol. Tussen deze zwaarmoedigheid en de herinneringen door schrijft Adri ook over kleine huishoudelijke gebeurtenissen: verhuizen, klussen in huis en tuin, de huisdieren. Hij beschrijft de intiemste details en lijkt zich nergens voor te schamen, behalve voor het feit dat hij de dood van zijn zoon niet heeft kunnen voorkomen.
Na 400 (van de 565) bladzijdes vind ik het meer van hetzelfde worden. Van der Heijden lijkt in herhaling te vallen. En toch lees ik verder: zullen Adri en Mirjam het redden? Zal het verdriet dan toch slijten, ondanks dat ze zich dat absoluut niet kunnen voorstellen? Pakken ze hun leven weer op? In dit boek komt daar nog geen antwoord op. In elk geval is A.F.Th. van der Heijden verder gegaan met schrijven, want na dit boek is er nieuw werk van hem uitgekomen. Vijf jaar geleden las ik Weerborstels en dat heeft geen blijvende indruk gemaakt. Maar van iemand die in een rouwperiode al zo mooi schrijft, wil ik toch graag meer lezen.





