Al een tijdje had ik het voornemen om weer eens iets van Simon Vestdijk te lezen, omdat ik De koperen tuin als tiener mooi vond. Dus toen Sue vroeg wie er zin had om tegelijk met haar De kellner en de levenden uit 1949 te lezen, besloot ik om mee te doen.
Na een paar bladzijden ben ik al totaal de kluts kwijt. Ik ben moe en het duizelt me van de personages, de lange zinnen en de moeilijke woorden. De volgende dag begin ik opnieuw, maar dan aandachtiger.
Laat in de avond staan twee agenten bij een flatgebouw. Twaalf bewoners worden gesommeerd om mee te komen en in een bus te stappen. Verder lezen


